Carmen Verduyn

Lid sinds: 02-01-2016

#poezie
20May2019
Gesmoord met nootmuskaat
Carmen Verduyn

Wij zijn wat hij noemt een "near miss" en soms, in een waas van whiskey en zorgeloosheid, dan noemt hij ons, een onmogelijke vondst.Hij had geen verblijf. Wij hadden veelal geen thuis bij keuze. Parijs. Lissabon. Hongkong. Turijn. Melbourne. Krakouw. Praag. Moskou. Berlijn. Londen. Kaapstad. Wij liepen elkaar 21 jaar mis, zoekende, hoe een thuis te vinden in het nomaden bestaan.Mijn vriend is een echte bloemkool. Niet een gewone bloemkool, maar een echte bloemkool. Je weet wel, zo'n Hollander bij uitstek. Hij is stug en nors maar heeft een hart van goud gevuld van warmte en liefde. Maakt nauwelijks iemand een compliment en als hij het doet, dan complimenteert hij je bij anderen, en hoor je via via, dat je het goed deed. Waarom rechtstreeks, als het ook met een omweg kan? Hij roddelt graag, maar loopt er nooit mee te koop, je mag niet roddelen, dus roddelt hij nooit, tot hij wel roddelt. Semi gereserveerd. En als wij een vakantie boeken vanuit de luie plek in het bed, dan roept hij uit "kijk hier dan, 80 procent korting, tach-tiggg Carmen, dat doen we, dat doen we, kijk dan met bad, met een bad voor taaach-tig tach-Tig procent korting, we gaan alleen nog maar buiten het seizoen op vakantie, we doen het, we doen het, we kijken niet meer verder, kom op zeg nou, zijn wij Hollanders of niet?" Een bloemkool zonder twijfel. Hij gooit nooit eten weg, behapt zelf alle "seundjes" want ook dat is zonde weg te gooien. Hij klaagt niet graag maar als hij de griep heeft, dan is het raak. Mijn vriend is wat je noemt een bloemkool, je ziet het alleen, zo van buiten, niet.Soms neem ik hem mee, wij gaan op een "excursie" zogezegd. Naar het dorp, de stad uit. Hij praat Brabants, maar dialect is tien werelden verder weg. Ook al verstaat de man niets, hij glimlacht lief, probeert de kern van de gesprekken te bevatten maar sloeg de plank ver daarvoor al mis. Deed een nette broek aan en een polo, want een eerste indruk bij vrienden en familie... Had hij mij maar op het woord geloofd, een spijkerbroek, dat is al heel wat. Zo een op een het gaat nog wel, als ze maar jong zijn in het gezelschap. In de kroeg is het een ander verhaal, iedereen is stil, zij draaien hun hoofd naar hem, daar staat een Pool. Deze Pool is eigenlijk gewoon een Nederlandse Rus, of een Russische Nederlander, of wat ik dan noem, een bloemkool met een sausje, een echte Hollander met wat excentrieks. Maar dat is niet hoe het gaat. Er wordt me gevraagd, wat ik met een pool moet, mensen ruimen hun portemonnee die standaard op de hangtafel, de bar of half uit de jas stekende, veilig is, stante pe op. Er was ooit in de tijd dat mijn oma jong was, een dorpsneger, later werd het een kutmarrokaan en nu, jawel was er een tijd lang een dorpspool geweest, waar mijn vriend op leek, ze weten het zeker niet te vertrouwen.Mijn familie houdt van hem, maar zij begrijpen het niet, een Pool die zijn geld verdient al rondjes draaiende op zijn hoofd. Zij probeerde zich voor te bereiden op de ontmoeting, ondervroegen mij al weken vooraf, breakdance, blijven ze maar zeggen, ik probeer ze uit te leggen, het is een belediging, hij breakt dus hij is een b-boy, maar eigenlijk doet hij nu experimentele dans. De zucht aan de andere kant van de lijn is zo luid dat het de verbinding verstoord, ik dacht even dat ik had gehoord, daar gaan we weer. Het is spijtig maar waar, dat ik vanaf daar, dan ook vaak te horen krijg hoe de v, wel bij "ons" paste. Waaronder een snuivende labzwans met agressieve trekjes, maar he, wel geboren en getogen in en zijn neus. Aha, daar gaan we weer, hij was gewoon. Alle andere zijn altijd welkom, ik natuurlijk ook, maar ik moet wel vooraf laten weten of de Pool mee komt. Mijn vriendinnen hebben daar geen last van, hun hooligan stoeptegels uit de grond trekkende met voorbedachte raden veroordeeld voor openbare overlast de wereld kapotscheldende wederhelften zijn altijd welkom, ze komen uit d'n durp, dat is gewoon hoe het hoort.10 juni 1994.Zijn vader zegt hem "dat hij nu de man van het huis is," hij verteld zijn 14 jarige zoon "dat het tijd is," geeft hem 100 roebel in zijn hand voor in noodgevallen. Drukt het hem nog een stevig op het lijf met zijn knoesten van handen. Het leek heel even net alsof, papa, slikte. En kleine Androeska strief toen André het vliegtuig in stapte. Hij neemt zijn moeder en zusje mee. Waakt over ze de hele reis. Zij landen in het kikkerland.12 juli 1994.Mijn moeders vliezen breken. Zij wilde zojuist in de grote hitte een douche nemen. Mijn vader doet de tuin. Schoffelt wat. Het badkamer raam staat op een kiertje op kiep. Zij roept hem zachtjes. Onderweg naar Helmond belt de verloskundige, het is te vroeg, het is te vroeg, het is veel te vroeg, het kan niet. Zij belanden in Veldhoven, een paar straten verderop.14 juli 1994.André bevind zich in een iets minder kant en klaar "thuis" dan zij veronderstelde. Veldhoven is een grote kleine plek. Tijd ruimte, vormde een probleem, hoe ironisch ook voor een jonge man wandelende door de Kometenlaan. Hij vind de voordeur op de Sirius. Nummer 15. Het is er altijd druk, er is altijd nood, het is als Rusland was, een anarchie waar hij creatief doorheen, langs en naast beweegt. Maar als hij dwaalde door, dan bevond hij zich onder de sterren. Een stille troost, voor een zwijgend kind.15 juli 1994.Zij noemen haar "Carmen" naar de opera van Bizet. De dokter had nog zo tegen hem gezegd, "met alle respect meneer Verduyn, stuur geen geboorte kaartjes, geen mens wil in dezelfde week de rouwkaart erachteraan sturen, houdt uw dochter gewoon vast, zo lang u haar vader bent." Hij spendeerde uren langs de printer, Peter het konijn stond voorop. Aan de binnenkant een verzoek, om niet langs te komen, niet te bellen, om moeder en kind met rust te laten zolang zij in het ziekenhuis verkeerde. De man doet zijn best. De printer heeft het geweten. Een klap, twee klappen, de printer is niet langer hier. De zon scheen, maar het weer klopte niet.20 augustus 1994.André krijgt een kaart van zijn vader. Een ansicht. De voorkant zag er treurig uit. Bedroeft als een die je stuurt bij een condoleance, de binnenkant was nog triester. De man mag het land niet uit. Hij probeert het. Hij beloofd het. Haalde tot aan Düsseldorf, maar kwam niet verder dan daar. Hij was zo dichtbij, en faalde toch. Het gezin leeft nog in zijn hart, hij hoopt dat zijn zoon het zijn vrouw en dochter goed laat maken, dat hij sterk is, maar... Vergeef mij alsjeblieft Androuska, je vader, komt voorlopig, nooit meer.31 augustus 1994.Zij had al dagen geademd zonder hulp. Haar hart stond niet langer stil in haar slaap. Het gepiep en gebel en de eindeloze stroom aan draden, van en naar, waren verdwenen. Zij mocht naar huis. Kreeg van haar moeder een licht gele gebreide jurkje aan. De schuin tegenover buurvrouw had het met alle haast gemaakt. Er waren bij prenatal geen kleertjes voor een pasgeborene zo klein, dat ze eigenlijk dood had moeten zijn. Er moest met stel en sprong. Een mens denkt niet dat het voorbereid moet zijn op onvoorziene omstandigheden, daarom zijn zij dan ook onvoorzien. De kamer, nog ruikende naar de zojuist in kindervriendelijke geschilderde kleur, was zo goed onafgemaakt als mogelijk. Er werd een borreltje gedronken op haar levenslust, het was een vechter, daarom leefde ze nog. En twee straten van Sirius vandaan verlieten zij Veldhoven.Jaren verstreken.Zijn moeder nam ze mee op sleeptouw, naar hier, naar daar, naar overal, waar het even leek, alsof er geland zou kunnen worden. Alsof zij daar... Androeska ontmoet zijn vader in Italië. Voor het eerst in jaren. Hij lijkt desondanks niet op hem. De man is zeker zijn vader niet. Dit is een oude grijze dronk, met een uithaal. Een oorlogsveteraan, die het veld nooit verlaten heeft. Dit is een man met spijt in zijn ogen, en Androeska's vader, was zo zeker van zijn zaak. De man in huis besluit, moeder het is tijd, zij verlaten Italië, voor de eerste haven, terug.Op Schiphol daar, maakt mijn moeder voor ieder vertrek een foto en staat Olga haar permanent al op de achtergrond. Wij hadden elkaar overal kunnen vinden, maar vonden de ander pas toen wij beide ons neergelegd hadden bij de onmogelijkheid te kunnen vinden in een stroom van geforceerde verhuizingen, vluchten en achterlaten van, op zoek naar een plek waar, daar, het mens, eindelijk compleet wezen kan.14 augustus 2015.Ik ontmoet een nukkige Rus. Hij zegt al handenschuddend nog voor mijn naam de lippen passeerde dat hij deze toch niet onthouden gaat. Ik vind het pretentieus voor een man die drie namen nodig heeft om door het leven te kunnen passeren als zichzelf. Hij becomplimenteerd mijn stevige handgreep, ik wijs hem erop dat het een deugd is, bedoeld om een indruk achter te laten. Of je mij vergeten zal, dat weet ik niet, maar dat je me herinneren gaat, staat vast. Wij zijn gelijkwaardig geïrriteerd. Er ontstaat een debat, zonder voor's en tegen's, eigenlijk gewoon een gesprek.15 juli 2018.Zijn zoontje zit in tranen. Het lukt hem niet. De andere voetballen niet zoals hij wil. Het is lastig. Ik zit op een trapje, staar voor mij uit. Denk aan wat er ontbrekende is aan. Het gemis. Het kind komt naast mij zitten legt zijn handje op mijn gezicht, kijk mij een goed aan en vraagt me, of hij mij troosten moet, zie je ik ken zijn vader toch, wij hebben dezelfde ogen, hij is zijn vader kwijt, hij zat zojuist nog aan tafel, of hij dan niet even bij mij mag, omdat ik op hem lijk. Hij kruipt mijn schoot op, legt zijn hoofd tegen mijn schouder. Wij zitten zo daar. Ik zeg hem "nostalgisch" zo noem ik de ogen, maar ik ben bang kleine, dat het een heimwee naar een verloren zelf is. Ik aai zijn snoet, zijn bolletje en zijn rug. Wij zoeken een gekleurde stoepkrijt samen. De kinderhand laat los. Hij voetbalt. En ik kijk. Zijn vader kijkt ook. En soms op dagenlange durende nachten drinken wat, spreken over spijt en troost, over de maan, pen vrienden, verscheurd zijn, het gemis, het genot en over muurtjes.20 oktober 2018.Mijn opa vraagt me, "komt hij hier iets zoeken, of hoe zit dat?" "Ja. Ja. Precies zoals de grootouders van oma, precies zoals je zus in Australië, precies zoals mijn ouders altijd zochten, naar elke kans op een betere toekomst. "of hij ook iets komt brengen hier?" Het was een goed bedoelde vraag, die helaas toch raak was, en zeker niet subtiel. Hij is een mens. Hij komt hier mens wezen. "Hij hoeft niets te brengen, hij is hemzelf al." Het blijft aan de andere kant van de lijn akelig stil. "Een pool dus, lust hij wel citroen brandewijn of moet ik nu sterker aanschaffen of hoe zit da?"Wij spreken, schrijven en lezen samen om en nabij 14 talen. Kunnen ons altijd verstaanbaar maken maar het verlangen om gehoord te worden overweegt het altijd. Hebben af en aan en om de beurt in 27 landen en tellende gewoond, gezworven, gewerkt. Veelal spreken wij in onze moedertaal, toch is er zulk gemis, aan de vadertaal, die immer meer onuitgesproken blijft. Dat ik al mensen mens, als deze al bestaan, verlang naar een godsgruwelendige verdomde ruzie, waarbij ik verstaanbaar ben in het temperament waarmee ik opgroeide. Dat pollepels die op de grond slaan en mannen die bij ieder punt dat ze maken opstaan, en dat de vuist op tafel en de afstandsbediening tegen je hoofd, er duidelijk, maar nooit de echte daad, van het woord zijn. Geen van ons spreekt ABN, wij zijn wel Nederlanders, maar niet in taal, wij delen een eigenste. Waar "dito" over liefde spreekt en "die dinges, dat dinges, of de dinges onder die dinges van dat dingetjes" instructies wezen, een taal waar wij "jubberen" gebruiken voor ieder nog nader te defineren werkwoord dat aan deze beperkte taal, ontbreekt. Wij hebben ons eigen taaltje, spreken over Nieuw Amsterdam, als bepaling van tijd, beargumenteren met "Zwitserland" hoe het gedrag  of de eigenschappen van de ander als veilig, gehecht, warm, een haven ervaren wordt. Wij spreken enkel in de taal van hoop, van wensen, van verlangen, van mogelijkheden, van hopen hoop die de hoop doen leven. Wij spreken de taal van de van liefde, van de ogen die onmiskenbaar, spreken vanuit het hart. Wij spreken zowaar iedere taal, behalve het dialect of echt Helmonds plat...

#poezie
18Aug2018
Gierand
Carmen Verduyn

"Het was een prima leven. Een goed leven. Een fatsoenlijk leven. Gewoon, een leven. Maar nooit echt uitgelaten. De heer Gierand verlangde naar weinig tot niets in zijn leven, behalve dan verlangen voelen. Hij was, naar eigen zeggen, geen materialistische man, zijn vrienden, zouden anders beweren. Wist de man veel, dat wat je bezit pas waarde krijgt, als, als het gezamelijk goed wordt. Zo nu en dan, bevond Gierand zich op de bank. Als pardoes, midden in de nacht werd hij wakker, zittende in zijn woonkamer. Rondkijkend in het onwerkelijke besef dat toch daadwerkelijk fluisterde, "is dit alles?" Als een jaren '60 Amerikaanse huisvrouw uit de flutroman van De Zeeman, ervaarde hij dan de grootste weemoed die een man van ieder soort kan doen breken, de steen op de maag die hem ongewillig doet slikken, "dit is het, maar het niet... Het is niet... Genoeg." Er dan dus gedebateerd worden, of Gierand door zijn verlangen naar iets, of iemand, een teken op zijn minst van het bestaan van meer, dan niet toch onomstotelijk een materialisch wezen bleek.Het had altijd prima gewerkt. Het was niet alsof het niet meer liep. De dagen gingen hun gang met zichzelf zoals ook hij de kalenderjaren maar liet lopen zoals zij altijd al slenterde. Maar toch, bij ieder kruisje door de voorbij gegane data, een zucht, is dit dan, de schat? Zijn hiervoor alle stormen overmeesterd, alle oorlogen uitgevochten of overgeleverd aan? Waar eindigt het kruisje dan toch onomstotelijk zeker... De waarachtige staat waarin Gierand verkeerde bemoeilijkte de natuurlijk onnatuurlijke manier waarop hij leefde. Als een onderdanige in zijn zelf ontworpen veroordelingen tot leven. De man vocht met alle macht maar verloor toch telkens wanneer de laatste vraag zijn kop uitstak van het loopgraf, "wat als, jij, meer waard bent?" Dat noch man, noch vrouw, ooit krijgt wat zij geven, daar had Gierand weinig tot nooit bij stilgestaan. Investeren en werken voor kostte immers dusdanig veel van de schouders, de rug, het licht, dat de inval van besef hem pas overrompelde toen zij als aanval gesluierd werd..."Meer lezen? Kijk op www.carmenverduyn.com of www.instagram.com/carmenverduyn

#poezie
18Aug2018
Alice
Carmen Verduyn

"Noem haar Alice. Ik zei dat het niet autobiografisch was, dus laten we het karakter gemakshalve een andere naam geven, al is zij zeker even ijdel in naam in tegenstelling tot het uiterlijk. Als een wild kind, een onbeschaafd meisje van de buitenwereld afgesloten opgegroeid, stapte zij de ruimte binnen, hij zat daar, de heer Gierand op twee tafels afstand haar voorkomen te bestuderen alsof het interview dat haar al nachten wakker hield van nerveusiteit, nog minder dan niets betekende. Ze had voor de spiegel gestaan geprobeerd met een van die krijtjes haar ogen te versieren, een zwart randje met een vleugeltje, het azuurblauwe van de innerlijke wereld compleet omlijst als een kreet om oogcontact te maken, "Kijk mij maar aan, verdrink in me alsjeblieft, zie hoe diep ondoorgrondelijke wateren werkelijk reiken," dat hij al was het maar een enkele seconde perplex zou zijn van het feit dat ze overduidelijk vrouw was en géén kind.Hij struikelde even over zijn woorden, meneer zelfbewust, verloor zijn bewustzijn tussen de ogen én de glimlach bleef hangen op het kuiltje dat bij oprecht geluk haar kin tot een verwelkomend aanlegpunt van de boot doet lijken."Neem me maar een keer mee uit varen dan, als je zo goed bent als je zegt...""Alleen, als ik je mee op reis mag nemen, door mijn wereld die dag, slaap er maar eens een nachtje over."Hij gaat moet toegespitste ogen verzitten, rechter de schouders prikken mijn ogen uit met hun machtige voorkomen.Zij zucht, "waarom ben je hier?" hij kijkt haar nog indringender aan, "omdat ik me thuis voel, en zoekende ben, en ik denk dat niemand het alleen zou moeten doen," "Ik hoop dat je het vind,""Ik heb hem al op het oog,"Gierand streelt zachtjes als een lente briesje langs haar elleboog, kippenvel, met ogen open dromende over de lippen die haar uren voorgelogen hadden zo bleek uit hoe hij na elke blik even op de onderste beet. Zij was niet haarzelf die dag, Gierand nog minder, de Zwitser zou zeggen, geen van hen wist wie het wees tot zij zichzelf in de weerspiegeling van de anders ogen leerde kennen."Meer lezen? Kijk op www.carmenverduyn.com of www.instagram.com/carmenverduyn

#poezie
15Aug2018
Limbo zonder -L
Carmen Verduyn

"Ze droeg de jurk als een zomerse zachterdagnacht schuilende onder een afdak voor de tropische regen, doorweekt langzaam druppende vanaf de puntjes van haar lange lokken haar, even eigenwijs zijnde in het drogen als haar ondeugende glimlach doet vermoeden, en hij, hij hield haar vast alsof zij een mysterie was, greep haar hand vingers strelend en balans verdelende in de verstrengeling alsof het nog nooit zo simpel was een overeenkomst te tekenen als het bezegelen van de belofte, " de mijne, draagt de jouwe altijd mee", Hij droeg het pak als een man van weleer als adel, deed het driedelige met ongeëvenaarde aandacht voor ieder knoopje zorgvuldig dicht, om het daarna in één enkel beweging van het lijf af te rukken zodra het woord gesproken is, "zielsverwantschap", Hij eet als vier paarden met de ogen van een kind, er is geen enkel soort honger te stillen in vierentwintig uur opgesloten in, maar zij zucht toch voldaan en tevreden als een bejaarde die terug kijkt op het gedeelde leven, zo ligt zij met een kopje thee in bed langs haar man te kijken naar het prachtige patroon van zijn oogleden die fluctueren op het ritme van zijn adem, de snurkjes en de pestende morgenzon die het gordijnloze zolderraam tot wekker bekronen.Zij dragen de jurk én het pak, staan voor de spiegel te kijken glimlachend, zegt de man tranenslikkend, "Ik kan niet meer kijken naar... Het is té mooi, té moet zijn, té ondragelijk licht... Ik kan niet meer kijken, naar wat zou kunnen, zijn."Meer lezen? Kijk op www.carmenverduyn.com of www.instagram.com/carmenverduyn

#poezie
15Aug2018
On the other side
Carmen Verduyn

"Als het menselijk oog het zou kunnen zien, zó licht, zó scherp, de goud zwarte waas van genoegendoening, van twee die samensmelten, van een botsing met het zachte en liefelijkste karakter dat langzaam de kettingreacties laat ontstaan alsof haar naam, Lot, is.Als het menselijk oor het toch zou kunnen horen, het gezoem en gebrom dat gecomponeerd wordt door de langzaam ontvouwende vleugels van mijn man, hoe de spieren roezemoezen wanneer zij door de grootste gouden energiebron aangedreven worden, het knisperen van de veren die zich ontluikend draaien naar de richting van de zon, zichzelf herstellende in het kleinste detail op basis van de stop motion van de achter gesloten deuren gehouden flauwe glimlachjes. Het zou zijn alsof je in een transformator huisje zou staan.Als de menselijke tast haar toch zou kunnen ervaren, voelen hoe de satijnen huid van haar prachtige glanzende gloed door de handen glijd, hoe weergaloos ontwapenend de zachte zoenen regen van de lieve woordjes in haar tongval de wang strelen, hoe sluimerend licht de kippenvel ontwakende aanrakingen van de vingers van de engel zijn, hoe zij jaren aan vastgeroest zeer, pijn en ontwetendheid met een uitademing over de borst kan omzetten in een ongevenaarde aardbeving van kracht en wil in het hart, het zou zijn alsof je in het verdrinken eindelijk je langverloren ademhaling, de lucht, het zuchtje van thuiskomen vind.Als het menselijk hart toch een liefde als bovennatuurlijk zou kunnen ervaren, dan zou het eindelijk, onmiskenbaar het menselijk zijn, dat hem, haar, ons, dé liefde, zo hemels maakt."Meer lezen? Kijk op www.carmenverduyn.com of www.instagram.com/carmenverduyn

#gedicht
26Jul2018
YAI
Carmen Verduyn

"Waar wij in Hemelsnaam een vriendschap op kunnen baseren?"Het lijkt me zo moeilijk om...""Ik weet niet, waar praat je dan over..?""Ik snap gewoon niet... Waar het om kan draaien?"Niets anders, niets anders dan onstilbare nieuwsgierigheid naar wat de ander beweegt, onmetelijk vertrouwen in dat je opgevangen wordt al voor je valt, niets meer of minder dan eindeloos ongerepte én onbegrensde gemeenschappelijke grond én gedeelde passie, niets anders, het is niet anders dan luisteren én gehoord worden, gezien worden én getuige zijn, delen én ontvangen, lachen én huilen samen...Niets anders, niets anders, dan de simplistische tot stand koming van connectie, twee mensen, vreemden, die bij de eerste ontmoeting, elkaar van nature begroeten alsof het al honderden jaren gedaan werd, zo gemakkelijk, intiem en gelukzalig."Maar waarom?"Omdat wij nu eenmaal in minder dan één oogopslag kunnen zien, hoe de wandeling eruit gaat zien, met dé hem of haar aan onze zijde na gelang het pad, omdat er na jaren nog steeds onderwerpen te veel zijn om in één dag uitgebreid te bespreken, over te discussiëren of elkaar over te leren, omdat zelfs de stiltes even comfortabel zijn als het beste plek van de bank, precies in het hoekje...Omdat het niet meer, niet meer of minder is, dan iemand aanschouwen, en beslissen, dat het uitzicht, je nooit gaat vervelen...Omdat het niet minder, niet minder of meer is, dan een gedeelde zingeving in relatie tot..."Meer lezen? Check www.carmenverduyn.com of www.instagram.com/carmenverduyn

#poezie
22Jul2018
X
Carmen Verduyn

"Hij is met vlagen, zo mysterieus, dat hij zichzelf niet eens begrijpt.De man; spreekt van een nieuwe ontmoeting planning, nadat hij mij dagen heeft laten wachten tot het hoge woord, dan eindelijk gebogen is en met de knieeen de grond aan raakt, "november"; "december", wij tellen dát waar wij onszelf zeker in rekenden.Of ik wacht op het daadwerkelijk uitgeven van een portret dat ik al jaren geleden schilderde, zodat zijn goedkeuring, zijn krabbel, zijn signature er ook écht op staat.Als ik niet zo ongeloofelijk aangedaan was door zijn onpenetreerbare stellingen over hoe te moeten leven; wanneer zijn enige doel in overleven is, te mogen zijn, onvoorwaardelijk, op zijn eigen wetten die tegen de natuurkrachten van zijn wonders en rampen ingaan, als hij mij niet in één seconden kon vermoorden enkel om mij tot wederopstand te doen wekken, dan was ik al lang, eeuwen en levens, klaar geweest met het redigeren, maar de woorden, lijken hem nooit eer aan te doen.Mijn man, is met tij en keer, zo onbereikbaar, dat binnen handbereik zijn niets meer met lichamelijke aanraking te maken heeft, hij is wederom, Dé Schuiler, Dé Zwijger, Dé tegenhanger van de Kafka geworden; mijn man, zoekt naar de nooduitgang in de gevangenis die deze architect gelukzalig compleet afsloot van de buitenwereld. Dat veilig, enkel een feit is, wanneer de angst, van het een, de angst voor het ander overwint, maar met elke verandering van het weer, het idee van geborgenheid of verborgen moeten zijn, doet veranderen zoals de klank van zijn stem nooit doet.Geen hoogte, geen laagte, geen toon anders dan mono.Hij benoemt zichzelf tot open, kroont zijn hoofd tot een verlichte denker, een vrije man, een ongerepte fantast, die niet durft te denken aan, die de beelden verwijderd uit het geheugen, opdat zijn creaties, zoals hij, nooit opgesloten zouden mogen zijn, in een hart dat het weigert te ontvangen maar haar dag en nacht smeekt, toe dan, hou me vast.Hij knikt maar zegt eigenlijk nee, ik voel het niet, ik ben te bang, voel me alleenstaand, omdat het te druk is."Meer lezen? Check www.carmenverduyn.com of www.instagram.com/carmenverduyn

#proza
17Jul2018
fort-uit-lijk
Carmen Verduyn

"Het is fortuinlijk, jezelf bevinden in de handen van een man, die zo opeens als magie, hier zijn, kan, munten uit zijn mouw schud, alsof het niets is, de bescheidenheid op zijn gezicht, terwijl hij mij rijkdommen van ongekend formaat, een geschiedenis aan, liefde geeft.De dagen verstrijken, soms als in 'n penseelstreek verborgen, vanzelfsprekend de stelende beweging die zonder wrijving, de kleur van het hart licht en levendig schildert.Wij wandelen stapvoets, bankje, boom, bankje, boom, bankje, boom, voorbijganger. Alsof wij elkaar maanden niet spraken, wordt er uitzinnig gepraat over daar, hier, toen, nu, er vallen namen als lichtstralen schemerend door de ademruimte tussen de bladeren, en ooit, in de schaduw, soms naar schatting, in het enigste volledig oplichtende stuk.Ik glimlach, ik weet toch. En ik zou, Het, met niemand willen, tenzij niemand, jou was. Mijn man, houdt mijn schouders rechtop, aait de nek, het hoofd, de armen, zij zijn ook zo moe van de tocht.Er verstijken eeuwen in het laatste half uur, de tassen waren niet volledig gevuld, maar de bagage is soms, zo zwaar, "kom maar hier, mijn engeltje, ik draag het zelf." Wij lopen nooit in stilte, ook niet als wij zwijgen, zijn hartslag componeert mij een melancholisch lied, dé muziek, van mijn man, als een troostende herinnering in een munt gewelst, gestanst, gewogen en geperst.Hij spreekt altijd in halve poëzie, begrijpt het simplisme, zijn zachtaardig gelaagde symboliek vaak zelf niet. En al spreekt hij over ons, altijd in de verleden tijd, ik lees zijn ziel graag, in het heden, in zijn onmiskenbare onafscheidelijkheid, van leven, van het nu, nu en immer meer."Meer lezen? Kijk op www.carmenverduyn.com of www.instagram.com/carmenverduyn

MEER