Eduard Eggink

Lid sinds: 14-02-2016

#140W
01Mar2018
140W feb 2018 EEN GENIAAL GAT
Eduard Eggink

Militaire dienst. We moesten een terrein van circa 30 meter zien over te steken, niet bovengronds maar ondergronds. Ik stond voor een kruipgat. Links en rechts en achter elke militair nog een rij militairen. Het commando klonk en de voorste rij militairen dook het gat in. We duvelden een paar meter naar beneden en stonden in een lange gang. In deze gang was het een beetje schemerig. We konden elkaar allemaal net zien en in de tegenoverliggende wand zagen we gaten, voor elke man één. We kropen er doorheen en kwamen in de tweede gang. Hier was het aarde en aarde donker. Je kon geen hand voor ogen zien. Ik tastte de wand af, maar kon nergens een gat vinden. Bij de anderen bleek hetzelfde. Steeds wanhopiger tastte iedereen de wand nogmaals af. Geen uitweg en verboden terug te klimmen! Gevangen! We zaten als ratten in de val en de absolute inktzwarte duisternis deed een gevoel van paniek opkomen. Bijzonder beangstigend en vreemd genoeg was iedereen doodstil, je hoorde of zag absoluut niets. Het gevoel van paniek werd met de seconde groter. Wie dat wel eens meegemaakt heeft weet hoe erg dat is, dat paniekgevoel. Op het moment dat de paniek echt zou uitbreken ging plots het licht aan, voor 3 seconden! Voldoende om de gaten te zien. Vreemd, dacht iedereen, daar had ik toch getast? De volgende gangen hadden andere obstakels, maar ze gaven geen echte problemen meer. Zo kropen we uit het laatste kruipgat. Volgens mij konden ze de gaten op afstand naadloos dichten en was het niets anders dan een geniale manier van de legerleiding om ons te leren hoe paniek voelt. Zeg maar, een geniaal gat!   Naschrift: Dit is geschreven n.a.v. de opdracht van Miranda Frutselt voor februari 2018 ‘kruipgat’. De bedoeling was dit in 140 woorden te vatten, maar dat bleek onmogelijk. Daarom moest ik een beetje geniaal vals spelen en heb er twee blokken van exact 140 woorden van gemaakt. Ik hoop dat het mij vergeven wordt. Ed Eggink Word lid en beloon de maker en jezelf! Aanmelden

#watersnood
01Feb2018
Watersnoodramp 1953
Eduard Eggink

Overschie, zondag 1 februari 1953. Afgelopen nacht heeft een combinatie van springvloed en een zware noordwester storm één miljard zeshonderdvijftig miljoen vierkante meter land overstroomd in Zeeland en delen van Noord-Brabant en Zuid-Holland, dus ook Rotterdam. Overschie was altijd een zelfstandige gemeente, maar is sinds 1941 door Rotterdam geannexeerd. Wat water betreft komen bij Overschie vier wateren bij elkaar (Delfse Schie, Delfshavense Schie, Schiedamse Schie en wat er na de oorlog nog overgebleven is van de Rotterdamse Schie), dus bij ons was het heel spannend.  Mijn vader was meubelmaker en timmerman en als hobby’s bouwde hij zelf radio’s, speelde hij accordeon en wekte ons elke zondag met klassieke muziek. Dit laatste kan ik iedereen aanbevelen, het is heerlijk om gewekt te worden door An der schönen blauen Donau of de Radetzky Marsch en dergelijke. Hij luisterde altijd heel vroeg naar de radio en als hij vond dat het tijd werd dat we opstonden, draaide hij die prachtige grammofoonplaten. Niet deze zondag echter. Nee, deze keer was het anders: als een generaal commandeerde hij ons het bed uit. We moesten ons snel aankleden en klaar staan om eventueel te vluchten. Het was noodweer en Zeeland was overstroomd en ook in Rotterdam liepen de straten onder. Wij moesten klaarstaan en mochten niet naar buiten, terwijl hij zelf buiten aan de slag ging. De hele dag was hij keihard buiten in de weer en pas later zouden we zien wat hij gedaan had. Ondertussen stuurde hij mijn 4 jaar oudere broer Henk telkens naar het politiebureau om te vragen wat de laatste situatie was.  Henk was pas 8 jaar oud en had het heel zwaar in dit noodweer. Weliswaar waren drie zussen ouder dan hij maar de oudste tweeling was ook nog maar 13 en in die tijd liet je meisjes niet het zware werk opknappen, dus was Henk de klos. Hoewel ik pas 4 was zal ik mijn leven lang niet vergeten hoe hij er tegenop zag om nog eens en nog eens door dat hondenweer te moeten en door het water te ploeteren. Voor zover ik me kan herinneren stond het water nog niet zo hoog dat hij niet meer kon fietsen, maar het was wel zwaar om erdoor te ploegen, zeker met die harde wind. Bovendien was het politiebureau ook niet bepaald naast de deur. Hoe klein ik ook was, ik voelde met hem mee. De berichten van Henk waren niet echt geruststellend. Volgens de politie was het de vraag of bepaalde dijken het zouden houden, maar er werd hard gewerkt om doorbraak te voorkomen. Nu was het avond, de avond van zondag 1 februari 1953. Ik was slechts 4 jaar maar zal het nooit vergeten. Het gezin bestond uit vader, moeder en 9 kinderen. Mijn moeder was in verwachting en zou 10 weken later haar 10e kind baren. (Eigenlijk haar 12e want in de oorlog is mijn oudste zus en pal na de oorlog mijn oudste broer omgekomen. God hebbe hun ziel.) Later zou ik er nog twee zusjes en een broertje bij krijgen. Een groot gezin, maar grote gezinnen waren toen niet zo uitzonderlijk als nu.  Maar nu waren we met 9 kinderen. Alle 9 kinderen stonden naast elkaar. Wegens de kleine huiskamer werd het meer een halve kring. De angst was voelbaar. Mijn vader had een hele stapel opgepompte fietsbanden klaarliggen. Waar hij die vandaan gehaald weet ik niet, maar het waren zo te zien de grootst mogelijke fietsbanden. Bij elk kind vouwde hij de banden kunstig onder de oksels en over het bovenlijf, als een zwemvest. Ondertussen moest de arme Henk nog voor een laatste keer naar het politiebureau. Hij kwam terug en zei dat het volgens de politie niet erger zou worden en dat hij niet meer langs hoefde te komen. Mijn vader was er niet gerust op, maar deed de banden af en hield ze paraat. We wisten nu hoe we ze om moesten doen als het erop aankwam. Henk mocht eindelijk thuisblijven. Een les in mijn jonge leven was dat iemand toch heel blij kan kijken, ook in een rampsituatie.  De volgende dag konden we zien wat mijn vader gebrouwen had. In de achtertuin lag een constructie van vier enorm dikke balken, waarin een heel grote zinken badkuip was gehangen. De fietsbanden had hij waarschijnlijk geregeld bij de zoon van onze buurman. Die was fietsenmaker, maar zal ook niet blij geweest zijn om door dat beestachtige weer op zondag naar de zaak te moeten. Maar tegen mijn vader zei je niet eenvoudig nee of misschien was het ook gewoon menselijkheid, want toen had men nog veel voor elkaar over. Dit laatste zag men ook bij de hulp aan de Zeeuwen. De 1836 doden kon niemand voorkomen, maar daar waren ook velen bij die verdronken bij hun poging om medemensen te redden. Hulde aan deze helden, aan Henk, aan mijn vader en alle ouders die probeerden hun gezin te redden. Word lid en beloon de maker en jezelf! Aanmelden

#liefde voor muziek
18Feb2017
Mijn liefde voor muziek n.a.v. opdracht van Ingrid
Eduard Eggink

Hieronder geef ik graag antwoord op de leuke vragen van Ingrid Ferwerda 1. Wat is jouw mooiste herinnering aan muziek? Zoals jullie misschien weten kom ik uit een groot gezin, 13 kinderen. Wij hadden niet veel luxe, geen eigen kamers, geen pick-up e.d, we hadden zelfs geen tv, maar wel een radio. Maar je moet niet vergeten dat ik over 1955 spreek en dat de eerste (zwart-wit)televisie-uitzending pas op 2 oktober 1951 plaatsvond. Sinds ongeveer 1954 hadden wij een tv en zo’n jaar later kwam de grote verrassing. Er kwam een radiomeubel in ons huis met voor ons een wonderbaarlijk mooi product, een grammofoon! Later beter bekend als platenspeler, draaitafel of pick-up. Bij dat gloednieuwe meubel zat ook één enkel 45-toerenplaatje. Mijn vader zette het op, het was immers het enige plaatje wat we bezaten. Maar wat zou hij daar later spijt van krijgen! Het was namelijk Rock Around The Clock (1955) van Bill Haley & His Comets. Onmiddellijk na de eerste tonen begon een kluitje kinderen als dwazen te dansen en ondergetekende niet in het minst. Ik was toen zes à zeven jaar oud. Ik vond het geweldig, fantastisch, super en ging bijna uit m’n dak. Samen met m’n zes jongere broertjes en zusjes dansten we dat het een lieve lust was. Het gezicht van mijn vader betrok en toen wij de volgende dagen bij elke mogelijke gelegenheid dat plaatje weer opzetten betrok zijn gezicht steeds meer. Niet lang daarna wilden we weer eens genieten van die geweldige beat, maar … we konden het plaatje niet meer vinden. We zijn nooit te weten gekomen wat er met dat plaatje is gebeurd, maar zo moeilijk te raden was het natuurlijk niet. Vader had het waarschijnlijk in stukken gebroken en in de vuilnisbak gegooid, hij werd er gek van. Een klein trauma in onze kinderzieltjes, maar echt wel de mooiste herinnering aan muziek. 2. Wat beluisterde jij vroeger zoal? Dat was natuurlijk Rock-‘n-roll (voluit rock and roll) met niet te vergeten Chubby Checker, maar ik heb ook de fantastische opkomst van Elvis Presley, de Beatles, de Rolling Stones, de Shadows, de Kinks en talloze andere groepen mogen meemaken. Ongeveer acht jaar later zou ik ze op de danslessen allemaal weer tegenkomen. Ik denk wel de mooiste en meest creatieve periode uit de muziekhistorie. 3. Ben je ooit naar een concert geweest? Nee, ik vond het allemaal maar overdreven gedoe. Talloze meiden die stonden te janken of in katzwijm vielen, dat was niets voor mij. Bovendien hou ik niet van grote massa’s. Of ja, ik ben toch naar sommige concerten geweest. Naar kleine concerten van schoolbands, waar ik een afkeer van kreeg omdat het geluid veel te hard stond. De echte afkeer van keihard geluid en opeengepakte massa’s, met overal borden met waarschuwingen voor zakkenrollers, kreeg ik na enkele bezoeken aan discotheken. Dat is een verhaal apart, maar één belevenis wil ik wel vertellen. Gezien het stijldansen dat ik had geleerd kon je dat gedoe in de disco moeilijk dansen noemen, maar vooruit maar. Ik was heerlijk aan het dansen, beter gezegd de marathon aan het rennen, met mijn prachtige vriendin. Na 20 minuten brulde ik haar al dansend toe: ‘Ik dacht dat een plaatje maar 3 minuten duurde, maar deze duurt al 20 minuten, ik ben bekaf.’ Zij moest lachen en zei: ‘Ze zijn al 5 keer gewisseld hoor!’ Dit is wat ik tegen discotheken heb: veel te harde muziek en dan nog van koekoek ene dreun ook, veel te druk en je moet constant op je zakken letten, waarbij weliswaar 1 zak goed opgeborgen zit, dat scheelt alweer. En oh ja, ik ben één keer naar een concert van Doe Maar geweest. Dat was heerlijke muziek, maar ook weer veel te hard, veel te druk en je kwam druipnat thuis van het bier dat gewoontegetrouw in de rondte werd gesmeten. Leuk, maar niets voor mij. Goh, ik dacht werkelijk dat ik nog nooit naar een concert was geweest, maar nu schiet me te binnen dat ik een keer naar een concert van Lee Towers ben geweest, in de Ahoi hallen. Dat was mooi, maar daar zat je de hele avond op een stoeltje in een uitverkochte enorme zaal, soms met de aansteker boven je hoofd. Aangename muziek, maar verder nee, niet mijn ding. Ik zal de rest zo kort mogelijk beantwoorden want het is al een lange blog (maar dit is zo’n leuke opdracht dat ik nog veel meer zou willen schrijven). 4. Welke muziek heeft tegenwoordig jouw voorkeur? Alle muziek die mij een goed gevoel geeft of past bij de stemming op dat moment. Ik heb teveel favorieten om op te noemen. 5. Heb (of had) je posters op je slaapkamer? Ja, één van Brigitte Bardot, wat een stuk was dat toen! 6. Van wie ben (of was) je fan? Nooit als fan ergens aangemeld, maar alle Sixties en sommige Seventies waren super. 7. Welk nummer zou volgens jou op één in de Top2000 moeten staan? Uit idealistisch oogpunt: The Elephant Song van Kamahl. Bedankt Ingrid voor de leuke opdracht. Ed Eggink

MEER