Sansis

Lid sinds: 16-03-2017

Een soloist met vele passies, fascinaties en interesses! Zoals Oostblok design in de breedste zin van het woord, reizen door Oost-Europa, de mens en zijn gedragingen, de Roma, eten uit de natuur, bomen, paddenstoelen, stenen, Art Deco, de ronde vormgeving van de jaren '50, psychologie en psychiatrie, muziek, talen, typografie en schrijven. Ik ben bezeten van schrijven en in het bijzonder over mijn reizen naar Roemenië, Tsjechië, Slowakije en Polen - schrijven is herleven!
#oost-europa
05Apr2017
Rondreis door Roemenië: van stoom, bosaardbeien en gescheurd metaal (Deel 3)
Sansis

Hoewel we normaliter de grotere attracties uit alle macht vermeden, konden we een retourtje Mocăniţa niet weerstaan. Verreweg de groenste trekpleister in en rond Vișeu de Sus en enig in zijn soort in Europa. En hoewel een rit met een houthakkersstoomtrein misschien wat gewoontjes  klinkt, was deze eerste kennismaking met de Roemeense techniek allesbehalve dat... De Mocăniţa: levend(ig) museum Vișeu leeft en ademt de Mocăniţa. Sinds we het stadje twee dagen daarvoor waren binnengereden, hoorden, proefden en roken we de stalen rails, de stoomtreinen, hout en alle bedrijvigheid rondom het station. Vanaf de veranda van ons hoger gelegen pension, hoorden we met regelmaat het geluid van een nostalgische stoomfluit opstijgen en de dikke rookwalmen uit de houtgestookte wagons  waren tot in de wijde omtrek niet te missen. Tezamen met het laagje stof, passerende paard-en-wagens en de vele historische houten woninkjes, droeg de Mocăniţa extra bij aan de 'sfeer van weleer' die in Vișeu hing. Die ochtend hadden we de wekker belachelijk vroeg gezet, in de hoop een plekje te bemachtigen in de voorste wagon. Een zinvol besluit,  want het bleek zelfs al lastig om  een plekje op de parkeerplaats te vinden. Een zwerfhond kwam onmiddellijk op onze auto af, vermoedelijk getriggerd door de geur van hondenbrokjes achter in de kofferbak. Hij liet zich gewillig aaien en keek ons teleurgesteld na toen we hem achterlieten. Rondom het stationsgebouw heerste behoorlijk wat bedrijvigheid; spoorwegarbeiders met roetige gezichten renden af en aan, grote onderdelen werden verplaatst en tientallen opgetogen reizigers stonden te dringen voor de drie wagons. De aanblik van de grimmige oude wagons op  het overwoekerde terrein en het gesis van ontsnappend stoom voerden de spanning nog een beetje op. We kregen een plekje toegewezen in de voorste wagon, pal achter de hout- en voorraadwagon en de ongeduldig ronkende locomotief en zo waren we verzekerd van een intense beleving van geuren en geluiden. De aanleg van een van de tunnels, begin jaren '30 Voor de komst van het spoor werden de boomstammen over het water vervoerd Een houtzagerij in Viseu in lang vervlogen tijden Tot diep in het ongerepte woud De smalspoorlijn CFF Vișeu de Sus is in 1933 aangelegd door de Habsburgers, die destijds in het Noordwestelijke deel van Roemenië regeerden. De 63 kilometer lange spoorlijn doorkruist de Vaser vallei en voert over bruggen en door tunnels langs de rivier de Vaser, tot aan Izvorul Bolui, aan de andere kant van het dal. De dicht beboste vallei is gelegen in het Karpatengebergte en is - op de bosbouw na - ongerept;  men vindt er geen wegen of dorpen, maar slechts beren, wolven en wilde natuur. De spoorlijn was een zeer welkome aanwinst voor de bosbouw, sinds begin 1800 de voornaamste bron van inkomsten in het gebied.  Met de komst van een stoomtrein konden namelijk zowel de houthakkers als de boomstammen sneller en efficïenter worden vervoerd. Tot dan toe werden de omgehakte stammen op enorme vlotten over het water vervoerd en de houthakkers moesten dagelijks vele kilometers lopend afleggen om bij hun werkterrein diep in het woud te komen. De spoorlijn wordt nog altijd intensief gebruikt voor de bosbouw en sinds het jaar 2000 worden de stoomtreinen daarnaast van het voorjaar tot aan de winter ingezet om toeristen mee te laten delen in de ongekende schoonheid van het Karpatengebergte. De aanleg van een van de bruggen op het traject Viseu - Izvorul Bolui Een van de eerste locomotieven De komst van een spoorlijn maakte ook passagiersvervoer mogelijk  Zoveel jaren spoorwegervaring... De spoorlijn die ons zou meenemen op de 21 kilometer lange rit naar station Paltin, wordt officieel  CFF Vișeu de Sus genoemd. CFF staat voor Căile Ferate Forestiere, wat zoveel betekent als houthakkers- of bosspoorlijn. In de omgeving is  de lijn echter beter bekend als  de 'Mocăniţa' ('smalspoor') en het is de enige bosspoorlijn in Europa waarop nog (dagelijks!) met stoomtreinen wordt gewerkt. Weliswaar rijden en minder treinen dan vroeger, maar van de drie locs die nu nog rijden,  doet de oudste (de 'Mariuta') al ruim 100 jaar dienst. Het was dan ook niet zo gek dat we vol vertrouwen ons lot volledig in de ongetwijfeld kundige handen van de machinist en zijn handlangers legden. We werden weliswaar niet voortgetrokken door de Mariuta, maar ook de Cozia-1 oogde als een loc die vaker met dit bijltje had gehakt, en het donkere woud met gemak zou kunnen bedwingen. Terwijl hij luid puffend en grommend op gang kwam, als om dit te bewijzen, maakten we het ons gemakkelijk en verheugden ons erop de Roemeense bossen te gaan verkennen. Al snel raakten we in een geanimeerd gesprek met een vloeiend Engels sprekende Roemeen uit Boekarest. Samen met zijn Indiase vrouw en hun twee kinderen maakte hij een rondreis, om ze de mooiste en meest bijzondere plekken van zijn geboorteland te laten zien. Hij vertelde honderduit over het leven in Boekarest, de drukte, de betonnen hoogbouw, het racisme waaraan zijn vrouw en kinderen regelmatig werden blootgesteld, hun kleine appartement en over de tijd van de Koude Oorlog, die hij heel bewust had meegemaakt. Ondertussen genoten we van de schitterende natuur om ons heen, de rommelige nederzettinkjes langs de rivier, koeien die langs het spoor graasden en de houthakkers die we hier en daar aan het werk zagen. Met enige regelmaat stak ik mijn hoofd uit het raam, om me ervan te verzekeren dat we niet al teveel zouden gaan stijgen, maar omdat we de rivier volgden, was dat niet het geval. ...en dan tóch gebeurt het onverwachte Net toen ik echt begon te ontspannen, omdat de rit minder eng leek dan ik had gedacht, wees mijn reisgenoot me met een bezorgde blik op de wanden van de wagon. Een flink aantal van de bouten en schroeven waarmee de wagon bijeen werd gehouden, was angstwekkend ver losgetrild en bij nadere inspectie bleek dit ook aan de buitenkant van de wagon het geval te zijn. Enige bezorgdheid begon zich van mij meester te maken. Nog maar net een kwartiertje op weg en met vele kilometers te gaan, vonden we afleiding in het gesprek met de Roemeen. Tot het mis ging. Vanuit het niets werden we opgeschrikt door een oorverdovend metalen gepiep, geknars en gekraak en een geluid alsof er iets knapte. Voor we goed en wel beseften waar het geluid vandaan kwam, begon onze rijdende wagon te wankelen, te horten en te stoten en tot onze schrik voelden we hoe hij kort werd opgetild, om daarna met een paar harde bonzen en een doffe plof scheef tot stilstand te komen. De paniek was compleet. Iedere passagier was opgesprongen, sommigen gilden en anderen klemden zich angstig aan de leuningen van de houten bankjes vast, alsof hun laatste uur had geslagen. Trillend op mijn benen, nam ik de stap naar het raam en zag geschokt hoe in de verte de locomotief doorreed, zonder ons! Het duurde even voor we goed en wel beseften dat onze wagon niet langer op de 76 centimeter smalle rails stond: we waren ontspoord. Kerels van ijzer en staal De eerste paar minuten na het ongeval waren chaotisch en rumoerig; natuurlijk wilde iedereen weten wat er aan de hand was, hoe lang de stop zou duren en of we nog wel verder zouden gaan. Passagiers die probeerden uit de wagon te komen, werden resoluut tegengehouden door een leger werkmannen, die uit het niets uit de bossen was opgedoken. Op onze vragen kwam geen antwoord en er zat niets anders op dan lijdzaam af te wachten wat er zou gaan gebeuren. Het gevoel van veiligheid was bij de meesten van ons verdwenen en ook voor mij hoefde de rit niet meer zo nodig. Koortsachtig bedachten we een manier om tóch uit de wagon te komen (misschien aan de andere kant, waar geen mannen stonden?), zodat we het stuk over het spoor terug konden lopen naar Viseu. Het zou hooguit drie kwartier lopen zijn, dachten we, en we hadden het er graag voor over, maar de wagons bleven afgesloten aan beide zijden. Met onze hoofden uit de ramen gestoken volgden we iedere beweging van de werkmannen, die uit alle macht aan onze wagon begonnen te duwen en te trekken, natuurlijk zonder resultaat. Er werd van alles heen en weer geschreeuwd in het Roemeens en we konden er met de beste wil van de wereld niets uit opmaken, behalve dat er ook onder hen onrust heerste. De één verdween onder de wagon, twee anderen poogden met hun schep de boel weer op de rails te krijgen en weer anderen keken hoofdschuddend toe. Nog steeds was ons niet duidelijk wat er nu precies was gebeurd, maar toen de locomotief al fluitend terug kwam rijden en zich weer aankoppelde, voelden we ons een stukje beter. Na een half uur van rumoer, wachten en onzekerheid, kwam er een groepje smoezelige mannen met grote puntige metalen staken langs het spoor opdoemen. Even speelde de gedachte aan een in scene gezette overval door mijn hoofd, maar dat bleek onnodig: de mannen ontpopten zich tot ware helden. Alsof het afgesproken werk was, staken ze gelijktijdig hun metalen gerei onder de wagon en met vereende krachten wipten ze hem vakkundig  terug op het spoor.  Na wat kameraadschappelijk handen schudden namen de machinist en zijn collega's hun plaatsen weer in, schalde de stoomfluit als om te bedanken en de Mocăniţa kwam langzaam weer op gang. Metaalmoeheid Het duurde even eer het vertrouwen in de trein en de spoorlijn terug was. Bij iedere oneffenheid op het spoor klemden we ons vast aan de banken, uit angst dat het weer fout zou gaan en met name de smalle spoorbruggen over de rivier waren het eerste half uur geen pretje. Naarmate de rit ons dieper de bossen in voerde en het uitzicht adembenemender werd, verdween dit gevoel echter en konden we optimaal van de treinreis genieten.  Soms, wanneer we al tijden geen mens, dier of hutje meer hadden gezien, passeerden we ineens een klein stationnetje midden in het woud, een picknickend koppel of een paar honden die uit het niets verschenen en naar de trein blaften. Zonder verdere incidenten bereikten we - een klein uur later dan gepland - station Paltin, een open plek in het bos waar we een uurtje konden doorbrengen voor we aan de terugrit begonnen. We zochten steentjes in de rivier, genoten van het ter plekke gebarbecuede vlees en zochten op aanwijzing van de Roemeen uit Boekarest naar bosaardbeitjes, die volgens hem naar 'manna', de gepofte rijstsnoepjes van vroeger smaakten. De paar kleine aardbeitjes die we vonden waren erg zoet en deden er inderdaad aan denken. Terwijl de passagiers zich vermaakten, bekommerde de machinist zich om zijn locomotief alsof het zijn kind was. Alle onderdelen werden opnieuw gesmeerd, water werd weggespoeld en nieuw water opgezogen uit de rivier en hier en daar werd een onderdeel nog wat opgepoetst. Een busje met het onderstel van een treinwagon kwam over de rails aanrijden en leverde een onderdeel af, dat naast het oude in het grind werd gelegd. Pas toen begrepen we wat de oorzaak was geweest van het ontsporen: het koppelstuk tussen onze wagon en de voorraadwagon was tijdens het rijden gescheurd en dat had ons van de rails 'geduwd'.   Opgewacht en opgelucht De terugreis verliep vlot en dat was maar goed ook, want de temperatuur tussen de bergen was zo tegen de avond behoorlijk gedaald. Jassen of vesten hadden we niet bij ons en we waren dan ook blij toen we weer vaste bodem voelden op de parkeerplaats in Vișeu de Sus. De hond die ons die ochtend had begroet, had het stationsterrein niet verlaten en kwam ons kwispelend tegemoet lopen. We voorzagen hem van een maaltje van brokken en vers water en vierden met hem  dat we heelhuids uit de Roemeense bossen waren teruggekeerd. De gedachte hem mee naar 'huis' te nemen zetten we snel van ons af toen zich nog twee hongerige zwerfhonden met een even lief koppie aandienden...  Volgende keer meer! Tot schrijfs! Sandy Andere blogs over Oost-Europa en Roemenië die ik schreef vind je hier

#engeland
24Mar2017
Rariteiten van de jaren '30: Futuristische woonflats in Engeland
Sansis

Schoonheid hou je niet voor jezelf, maar dat deel je. Vanuit mijn fascinatie voor Art Deco design en de daaruit voortvloeiende stroming 'Streamline Moderne', weet ik van een aantal bijzondere, futuristische Britse flatgebouwen uit de jaren '30, die ik jullie niet wil onthouden! In deze eerste 'aflevering': Marine Court en Kennet House. Marine Court - St. Leonards-on-Sea (1938 - heden) In East-Sussex staat aan de kust een bijzonder bouwsel, dat met zijn gestroomlijnde vormen nog het meest aan een cruiseschip doet denken. En dat is ook precies wat architecten Kenneth Dalgleish en Roger K. Pullen voor ogen hadden, toen ze het gebouw vormgaven op de tekentafel. Geïnspireerd door de RMS Queen Mary, een trans-Atlantisch passagiersschip, dat tussen 1936 en 1967 tussen Southampton, Cherbourg en New York voer, ontwierpen ze een modern woongebouw met treffende gelijkenis. In 1938, toen de bouw van het veertien verdiepingen tellende pand was voltooid, was Marine Court het hoogste flatgebouw in Groot-Brittannië.  Net als zijn voorbeeld de Queen Mary, kenmerkt Marine Court zich door zijn hoge, slanke, en vanaf de zijkant gezien imposante bouw. Door middel van ronde, golvende kenmerken, zijn zowel de gestapelde brug als de verschillende dekken en de romp van het schip nagebootst. Ook de buitenmuren werden geschilderd in een maritiem thema: marineblauw, wit en zwart. Ieder appartement werd voorzien van een balkon aan zeezijde en zo waanden de gelukkige bewoners zich op (het dek van) een luxe cruiseschip! De RMS Queen Mary, het schip dat  model stond voor Marine Court Marine Court in de  jaren '30 Nog in originele staat Schade en verval Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte Marine Court beschadigd bij een bombardement en kort na de oorlog werd het gebouw weer in originele staat hersteld. Bij latere renovaties echter nam men het niet meer zo nauw en de visie van de architecten verdween langzamerhand naar de achtergrond. Oorspronkelijke ramen werden vervangen door ondoorzichtig glas, balkons werden opgelapt met het verkeerde materiaal en het kleurenschema werd niet langer gehanteerd.  Onderhoud werd niet meer met regelmaat gepleegd en ook het zeeklimaat deed het gebouw geen goed. Het ooit zo sjieke appartementencomplex verloor zijn glans, het bestuur verloor zijn kapitaal en in 1990 verklaarde het management van Marine Court zichzelf bankroet. Bewoners bleven achter in verwaarloosde woningen met alsmaar stijgende servicekosten. Rond het millennium nam een groep dappere en doortastende bewoners het roer in handen, en met succes: Marine Court geniet inmiddels de beschermde status van architectonisch erfgoed. Kennet House - Smedley Lane, Manchester (1936 - 1979) Een minstens even intrigerend bouwwerk was Kennet House in Manchester, evenals Marine Court gebouwd in 1936. En daar houdt de vergelijking niet mee op: het flatgebouw had zoveel weg van het gelijknamge schip, dat het al spoedig de bijnaam "The Queen Mary" kreeg. Kennet House was een van de eerste grote appartementenblokken die na de Eerste Wereldoorlog in Groot-Brittannië werden gebouwd. Het voor die tijd zeer futuristische, ellipsvormige ontwerp van architect R. A. H. Livett, was deels bepaald door het terrein waarop het gebouwd zou worden. Om op de glooiende ondergrond toch een gestroomlijnd ontwerp te kunnen realiseren, speelde Livett met het aantal verdiepingen. Een zeldzaam verschijnsel indertijd en vele Mancunians namen dan ook hun kinderen mee om ze te trakteren op een uitje naar 'het ruimteschip'. Ter vergelijk: straatbeeld van Smedley Lane in de jaren '30 Foto uit 1970, Kennet House bleef een vreemde eend... Het verschil in hoogte wekt de associatie met een schip   Het neusje van de zalm Wonen in Kennet House had een statusverhogend effect en dat is niet zo gek, afgezet tegen de tijd (zie foto boven, links). Wie het geluk had een appartement te bemachtigen, wist zich verzekerd van de best mogelijke levensomstandigheden. Een eigen koperen verwarmingsketel, inclusief onderhoud, een bijkeuken met een balkon en op de bovenste verdieping van ieder trappenhuis een heuse wasruimte voor algemeen gebruik.  Het was zelfs mogelijk om achter de flat een stukje grond toegewezen te krijgen en om de huur te betalen hoefde men niet ver te lopen. Deze kon worden voldaan aan het inpandige loket van de huismeester, die ook de reparatieverzoekjes in behandeling nam. Ook in sociaal opzicht was het de ideale woonomgeving. Er was voldoende gelegenheid elkaar te ontmoeten en te recreëren in de danszaal of in de biljarthal of in de twee ruime binnentuinen. Daar vond de gemeente het echter welletjes: het idee van Livett voor zowel een gemeenschappelijke ontmoetingsruimte als die voor kinderrecratie werden afgewezen. Van voorrecht naar achterstand Zoals dat gaat wanneer het geld opraakt, werd er uiteindelijk zodanig bezuinigd op onderhoud, dat Kennet House zijn status en zijn glans verloor. Oorspronkelijke bewoners overleden of trokken naar de stad, er kwam leegstand, verval en vernieling en de sociale cohesie van weleer verdween langzaam maar zeker.  Een jeugdwerker die in de jaren '70 verschillende gezinnen bezocht in het gebouw,  spreekt van een heuse achterstandswijk en vraagt zich af waarom gemeenten denken dat arme mensen graag bovenop elkaar wonen... Hij noemt het ontwerp van Kennet House een schande voor mens en omgeving.  In 1979 werden, na twee jaar van sloopwerkzaamheden, de laatste restanten van het ooit zo moderne en luxueuze flatgebouw opgeruimd. Mooi of lelijk, Kennet House was in ieder geval degelijk... Tot schrijfs! Vlak voor de oplevering in 1936 Kenneth House in de jaren '50: het leven was goed! Jaren '70, het einde van een iconisch gebouw Een andere blog die ik schreef over architectuur:  'Sovjet Architectuur: Wonen tussen de restanten van het communisme' Een link naar mijn overige Yoors blogs vind je hier

#telefonofobie
22Mar2017
Telefonofobie: Als-ie maar niet over gaat...
Sansis

Wanneer je angst hebt voor telefoneren (telefonofobie), kan dat serieuze gevolgen voor de kwaliteit van je leven hebben. Familierelaties kunnen erdoor verstoord worden, vrienden haken af omdat ze niets van je horen, die leuke baan gaat aan je neus voorbij omdat je niet durfde te bellen en als je kind op school een ongelukje krijgt, is de kans groot dat jij dat veel te laat te horen krijgt, met alle gevolgen vandien.  Herkenbaar?   Doe de check Natuurlijk hebben we allemaal wel eens tegenzin om te bellen, maar daarmee kun je nog niet meteen van een fobie spreken. Daar komt echt wel wat meer bij om de hoek kijken. Als je voorafgaand aan een telefoongesprek... zenuwachtig of onrustig bent uitstelgedrag vertoont twijfelt of je wel gelegen belt bezorgd bent of je wel het goede zult zeggen eindeloos nadenkt over wat de ander zal gaan zeggen bang bent dat je slecht nieuws zult krijgen Als je tijdens een telefoongesprek.... je hart sneller voelt kloppen hevig transpireert moeite hebt je te concentreren struikelt over je woorden de helft niet zegt van wat je je had voorgenomen Als je na afloop van een telefoongesprek... extreem opgelucht bent hoopt dat het bij dit ene telefoontje blijft eindeloos blijft malen over wat er precies is gezegd ...dan kun je er gerust vanuit gaan dat je, net als ik, lijdt aan telefonofobie. Een angststoornis in het sociale spectrum waarin we, voor wat het waard is, volgens internet niet alleen staan. Praten kan toch iedereen? In onze samenleving, waarin de mobiele telefoon niet meer weg is te denken, komt telefonofobie bijzonder slecht van pas. Wij telefonofoben worden voortdurend blootgesteld aan een omgeving die juist telefonomanie lijkt te hebben: waar je ook kijkt, de wereld belt en kwettert er lustig op los.  Bellen en gebeld worden lijkt voor iedereen om ons heen de normaalste zaak van de wereld, en een deel lijkt er zelfs plezier aan te beleven. Over het algemeen krijgen we dan ook weinig begrip voor onze niet zo trendy fobie. Vaak kunnen we zelf niets eens uitleggen waarom we zo moeilijk doen over telefoneren, en het is goed beschouwd dus niet zo gek dat anderen het niet begrijpen. Telefonofobie kan een van de tekenen zijn dat je moeite hebt met sociale interacties in het algemeen. Ben je vaak bang het verkeerde te zeggen in sociale situaties? Maak je je zorgen over hoe je overkomt op anderen? Heb je onzekerheden over jezelf in de breedste zin van het woord? Als je deze vragen met 'ja' kunt beantwoorden, zou dat wel eens een logische verklaring kunnen zijn voor je angst om aan de telefoon te spreken. Minder begrijpelijk is het echter, wanneer je verder volkomen sociaal vaardig bent, moeiteloos een spontaan praatje met een wildvreemde maakt en jezelf prima duidelijk kunt maken in iedere andere situatie. Wat is er dan toch zo lastig aan praten in een telefoon? De mens lijdt het meest onder het lijden dat hij vreest.. Uit verschillende onderzoeken waarvan ik op internet het resultaat las, blijkt dat telefonofobie een heel scala aan angsten teweeg brengt: Angst om niet begrepen te worden Angst om niet uit je woorden te komen Angst om ongelegen te bellen Angst om te 'bevriezen' Angst om het antwoord niet te weten Angst om het verkeerde te zeggen Angst om verkeerd over te komen Puttend uit eigen ervaring, kan ik er met gemak een aantal aan toevoegen: Angst om de ander te vervelen Angst om teveel bloot te geven Angst om kostbare tijd te verliezen Angst dat de ander mijn belstem net zo vervelend vindt als ikzelf Angst is een onprettige sensatie. Wanneer wij mensen angst ervaren, willen we niets liever dan dat iemand deze zo snel mogelijk weer bij ons wegneemt. En daar zit hem naar mijn idee nu juist de knel... Het belang van lichaamstaal In fysieke contactsituaties kunnen we uit de lichaamstaal van de ander een schat aan informatie ophalen. De houding van onze gesprekspartner verraadt of we serieus worden genomen of juist niet, of we de ander interesseren of misschien juist vervelen. Ook geeft de uitstraling van de ander een goede indicatie over de mate waarin we openhartig kunnen zijn en hoeveel tijd we kunnen  nemen voor ons verhaal. En, niet onbelangrijk, of we aardig worden gevonden. Informatie die erg nuttig kan zijn wanneer je daar zelf niet zeker van bent. Wie zich een beetje bekwaamt in het lezen van lichaamstaal, vindt daarin alle benodigde handvatten om een gesprek bij te sturen waar nodig. Zodat het contact voor beiden een prettige ervaring is en informatie vrij van ruis wordt uitgewisseld. Wanneer we even stil zijn om verkregen informatie te verwerken, of om over een antwoord na te denken, kijkt onze gesprekspartner niet vreemd op en loopt niet weg.  Telefoneren: communiceren zonder handvatten Bellen is een vorm van communiceren waarbij het non-verbale aspect volledig ontbreekt. Het enige referentiekader is het - soms onbekende - stemgeluid van de ander en dat is voor iemand met telefoonangst toch echt te mager. Immers, de kans dat de stem aan de andere kant van de lijn je zodanig geruststelt dat al je angsten als sneeuw voor de zon verdwijnen, is uitermate klein. Onze gesprekspartner weet over het algemeen niets van onze fobie en houdt daar dus ook geen rekening mee. Zo kan een adempauze voor een telefonofoob voelen als een minutenlange stilte, terwijl onze gesprekspartner een korte stilte niet eens opmerkt en ons dus ook niet op ons gemak zal stellen. Wanneer onze angst niet wordt weggenomen, worden we bevestigd in waar we al bang voor waren en zo voeden we natuurlijk onze eigen fobie. Verandering begint bij je omgeving! Op internet circuleren allerlei adviezen om van je telefoonangst af te komen. Van eenvoudige tips tot aanbiedingen voor cognitieve gedragstherapieën; allemaal zijn ze erop gericht ons van deze (a-)sociale fobie af te helpen. Oefen met vrienden! Schrijf op wat je wilt zeggen! Ga dwars door je angsten heen! Het moge duidelijk zijn, bang zijn om te bellen is 'not done'. Als je telefonofobie dusdanige vormen aannneemt dat het je leven gaat beheersen, is het misschien tijd om er iets aan te doen. En waarom niet beginnen bij je omgeving? Zet de eerste stap Wees eens volkomen eerlijk en vertel je omgeving dat je echt liever mailt, appt of even langskomt. De kans is groot dat je wordt aangekeken alsof je van de maan komt, maar het scheelt je gegarandeerd de helft aan telefoontjes. Geen mens belt immers graag iemand op die daar helemaal geen zin in heeft. Bedrijven, instanties en minder goede bekenden kun je voor zijn, door ze uit eigen initiatief te mailen of ze een berichtje te sturen via sociale media. Als je er meer energie in wilt steken, kun je zelfs een briefje in de bus gooien. Wanneer je daar dan niet je telefoonnummer, maar wél je mailadres op achterlaat, zul je ook door hen minder snel worden gebeld. Voicemail kan een uitkomst bieden in sommige gevallen, maar over het algemeen  maakt het de ellende alleen maar groter. "Spreek je boodschap in na de piep en ik bel je zo spoedig mogelijk terug", is natuurlijk vragen om problemen. Voor je het weet staat je inbox vol met berichten van mensen die je dringend terug moet bellen, en wat dan? Zet je voicemail zo strategisch mogelijk in: spreek in dat je telefonisch meestal slecht bereikbaar bent, maar dat je regelmatig je mail en whatsapp checkt. Steek uit je nek met je gebrek Hoewel ik de eerste ben om toe te geven dat telefonofobie erg onpraktisch kan zijn, heb ik in de loop der jaren geleerd mijn aandoening te koesteren. Het feit dat ik hemel en aarde beweeg om onder iets alledaags als telefoneren uit te komen, heeft mij bij sommigen de status van excentriekeling opgeleverd. Ik vind dat niet erg, sterker nog, het geeft mij de ruimte die ik nodig heb om te doen wat ik leuk vind. Er zijn maar weinig mensen die mij nog bellen en ik vind het heerlijk! Bovendien heeft het een natuurlijk filter gecreëerd; mijn fobie heeft velen weggejaagd en alleen diegenen die echt iets voor mij betekenen zijn overgebleven. In plaats van bellen doe ik het zoveel mogelijk schrijvend af. Maar ook ik moet af en toe een telefoontje plegen, als het ècht niet anders kan. Zo ook gisteren, toen ik een instantie moest bellen om een afspraak te maken. Tegen de middag had ik voldoende moed verzameld het telefoongesprek aan te gaan. Natuurlijk was de persoon die ik wilde spreken niet aanwezig en jahoor, daar kwam het: "Mag hij u terugbellen?" Zodra ik mijn hartslag onder controle had, antwoordde ik dat dat niet nodig was en dat ik vandaag zou terugbellen. Of ik dat ook daadwerkelijk doe, kan ik nu nog niet inschatten. Misschien stuur ik wel een mailtje... Tot schrijfs! Sandy Een link naar mijn andere Yoors blogs vind je hier

#tsjechie
22Mar2017
Tsjechië: Spookstad Ralsko op verlaten Sovjet vliegbasis Hradcany
Sansis

Hradčany: het vliegveld en spookstad Ralsko nader verkend Er is niet veel spannender dan struinen op verlaten terreinen en dolen door leegstaande, verwaarloosde panden in Oost-Europa. Althans, als je het mij vraagt. Op een stralende zomerdag in 2012 verkende ik met mijn beste vriend een verlaten en bijzonder goed verscholen voormalige Sovjet luchtbasis, in het noorden van Tsjechië. Waarschuwingen en roest Was er die dag geen wegopbreking geweest en had de omleiding gedaan wat hij (letterlijk) beloofde, hadden we niet op de bewuste weg terecht gekomen. Een vale, slecht onderhouden weg, die niet in het glooiende Tsjechische landschap leek thuis te horen en die onmiddellijk onze antennes op scherp zette. Roestige objecten, die deden denken aan communistische propaganda, stonden her en der verspreid langs de weg, evenals enkele grimmige (radioactief!) waarschuwingsborden. Tussen de bomen door zagen we zo hier en daar het silhouet van een vervallen prefab constructie aan de horizon prijken en de combinatie van deze sfeerbeelden had een nogal desoriënterend effect op ons beiden. Alsof we zonder het te weten Tsjechië waren uitgereden en in een Sovjetlandschap van weleer waren beland. Na het maken van wat foto's als bewijsmateriaal en een tevergeefse poging om één van de bordjes van zijn paaltje te ontdoen, vervolgden we de 'Sovjetweg' om uiteindelijk verzeild te raken op een rommelmarkt in Mimoň. Roestige symbolen langs de weg Surrealistische waterreservoirs Waarschuwing: stralingsgevaar Nieuwsgierig geworden, zochten we die avond op het internet naar informatie over de streek die we zojuist hadden doorkruisd en leerden van het bestaan van Letiště Hradčany. Een voormalige Sovjet luchtbasis met een brede staat van dienst, die in 1991 officieel werd gesloten. Op het terrein zouden zich nog alle oorspronkelijke hangars, shelters, administratiegebouwen en zelfs een complete woonwijk (Ralsko) bevinden. De weg die wij hadden bereden, was als het ware de entree naar deze woonwijk en dat verklaarde veel. Het was mogelijk om het terrein te betreden, zo lazen we, maar van de beschrijving van hekjes, struiken en afgebroken bushaltes die volgde werden we niet veel wijzer. Overweldigend oneindig Een dag later reden we opnieuw over de Sovjetweg, ditmaal op zoek naar de verscholen ingang van de vliegbasis. De aanhouder wint en na viermaal langzaam heen en weer rijden over de bosweg die op internet werd genoemd, vonden we het bruine hekje en een open plek tussen de bomen om de auto te parkeren. Misschien kwam het door de stralende zomerzon en de heldere blauwe lucht, maar de eerste aanblik van de landingsstrip was overweldigend. Twee oneindig lange en imposant brede banen van gebleekte grijze betonplaten met witte strepen, een brede groenstrook middenin en bossen tot zover het oog reikte. Rechts van ons gingen roestige metalen hangars en shelters gebukt onder een dikke laag natuurlijke begroeiing, en links in de verte onderscheidden we hoge stapels boomstammen. Er was geen mens te bekennen en we namen de tijd om de oorverdovende stilte en het indrukwekkende uitzicht op ons in te laten werken. De eerste aanblik van de landingsbaan, Letiště Hradčany, Tjsechië (2012) Duitse bommen en granaten Zo stil en verlaten als het er die dag was, is het er niet altijd geweest. Een duik in de geschiedenis leert ons dat het terrein, gelegen naast het dorp Hradčany, al ten tijde van de Eerste Tsjechoslowaakse Republiek in gebruik was voor militaire oefeningen. In 1938 nam de Wehrmacht er, als gevolg van de Tweede Wereldoorlog, de controle over. Rond 1945 was het vliegveld enige tijd de thuishaven van een vloot Messerschmitts Me 262, de eerste operationele jachtvliegtuigen aangedreven door een straalmotor. Tegen het einde van de oorlog, in maart van dat jaar, startte de Wehrmacht met de uitbreiding van de landingsbaan, ten behoeve van de Luftwaffe. Een maand later werd de luchtbasis echter tweemaal gebombardeerd door de geallieerden, en liep daarbij zulke zware schade op dat verdere uitbreiding daarmee werd voorkomen.  Verbannen en verbouwd Na het einde van WOII werd iedere Duits sprekende inwoner verbannen uit het gebied rondom Hradčany. Eind oktober 1946 sloot het Tsjechoslowaakse leger het gebied hermetisch af en doopte Letiště Hradčany tot 'Vojenský újezd Ralsko' (Militair District Ralsko). Begin jaren '50 werd een betonnen landingsbaan gerealiseerd en bijzonder detail daarbij is dat er een verwarmingssysteem werd aangelegd, zodat hij ook in de winter optimaal benut kon worden. Tot aan 1968 zouden er vele Tsjechoslowaakse bombardements- en gevechtseenheden vanuit de luchtbasis opstijgen.              Tsjechoslowaakse MiG-15Bis gevechtsvliegtuigen, Letiště Hradčany, Tsjechië (ca. 1960) Bezetting door het Sovjetleger Al in de eerste fase van de communistische bezetting van Tsjechoslowakije door de Sovjets, in 1968, werd de vliegbasis overgenomen door de vers opgerichte Centrale Strijdmacht van het  Sovjetleger. Gedurende deze bezetting, die tot 1991 zou duren, pakten de Sovjets het groots aan. Zo bouwden ze meer dan 40 versterkte hangars, om onderdak te bieden aan zo'n 44 MiG-21 'Fishbed' gevechtsvliegtuigen en Mi-24 helikopters ('Hinds'), eveneens door hen gebouwd. Enorme brandstoftanks werden ondergronds geplaatst en zo'n twintigduizend militairen namen hun intrek in eenvoudige appartementenblokken naar communistisch Sovjetontwerp, op loopafstand van de luchtbasis. De voormalige Sovjetflats, Ralsko, Tsjechië (2012) Om het 236e gevechtssquadron en een deel van de 131e luchtdivisie te kunnen faciliteren,  werd in de jaren tachtig de luchtbasis vergroot en de landingsbaan verlengd. Met een lengte van maar liefst 2800 meter, werd Letiště Hradčany één van de grootste van Midden-Europa. De baan werd volledig bedekt met beton en bood daarmee voldoende capaciteit om de Sovjet Space Shuttle 'Buran' te herbergen, welke in 1976 werd ontwikkeld als tegenhanger van de Amerikaanse ruimtevloot.                                  De 'Buran', trots van de Sovjets Einde van het communisme Na deval van het communisme in 1989, trok het Sovjetleger zich langzaam maar zeker terug uit Hradcany. Nadat de laatste militair de nederzetting Ralsko verliet in juni 1991, verloor het terrein definitief zijn militaire status. Plannen om het vliegveld open te houden en het bijvoorbeeld te gebruiken als testlocatie voor Rolls Royce, haalden het niet. In de jaren erna viel het gebied ten prooi aan plunderaars en vandalen, die het compleet verwoest achterlieten. Ronddwalen door een spookstad Met flarden van het bovenstaande in gedachten, dwaalden we langs hangars en shelters, waarvan er enkele in gebruik waren door een houthakkerssbedrijf.  De wandeling over de landingsbaan was lang en de zon brandde meedogenloos, maar nieuwsgierig als we waren naar de verlaten woonwijk in Sovjetstijl, zetten we onze speurtocht voort. Waar we aanvankelijk alleen op de vliegbasis waren, kwam daar al gauw verandering in. Het bleek de ideale locatie voor skaters, adspirant Formule 1 racers en andere adrenalinezoekers. Uit de informatie op internet maakten we de avond ervoor op dat er zo nu en dan ook illegaal rave parties en lasershows werden georganiseerd. Bij het bereiken van de andere kant van de luchtbasis, daar waar de leegstaande gebouwen zich bevonden,  begrepen we onmiddellijk waarom. De verlaten en tot op het bot gestripte gebouwen, die ooit aan de Sovjetmilitairen behoorden, waren zó geïsoleerd gelegen, dat bewoners in de wijde omtrek het geluid van muziek en ronkende motoren nooit zouden kunnen horen. Een van de vele leegstaande gebouwen langs de landingsbaan (2012) Verborgen bewoners Al struinend raakten we verder van de landingsbaan en wat dieper in het bos, waar we op iets wonderlijks stuitten: tussen het gebladerde bevond zich een gat van zo'n 40 centimeter doorsnee in de grond, waarvoor ik nog net opzij kon stappen. Bij nadere inspectie bleek het het mangat van een door mensenhanden uitgegraven hol te zijn, waarin een vervuild matras, lege voedselverpakkingen en vuile kleding was achtergelaten. Wat verderop hoorden we rumoer en toen we om de hoek van een klein gebouw gluurden, zagen we bij het vervallen pand erachter zo’n vijftien volledig ontklede, vrij woest uitziende mannen en vrouwen, één van hen met een camera op de schouder. Als er gefilmd werd, zou het resultaat vast van een geheel ander kaliber zijn dan Dark Blue World, een oorlogsfilm uit 2001 van regisseur Jan Svěrák, die eveneens (deels) op de luchtbasis Hradcany werd opgenomen. We maakten ons stilletjes uit de voeten. De Sovjetflats: glasscherven, vuil en ander verval Het meeste indruk maakten de spookachtige, verlaten woonflats, die sinds de laatste militair vertrok in 1991, niet meer onderhouden waren. Temidden van ingeslagen ruiten, beschimmelde plafonds, afgebladderd behang en stukgeslagen wandtegeltjes, probeerden we ons voor te stellen hoe de militairen er hadden geleefd. Ter herinnering stak ik hier en daar wat flardjes behang en stukjes wandtegel in mijn zak. De kelderverdiepingen van de flats waren zonder uitzondering bedolven onder een dikke laag vuil, uitwerpselen, injectiespuiten en andere troep en daarmee ongetwijfeld een walhalla voor ratten. Buiten speelden buurtkinderen opgewekt oorlogje, alsof het de normaalste zaak van de wereld was om temidden van een spookstad te wonen.               Ralsko jeugd weet niet beter... Herinneringen aan de bezetter De nagedachtenis aan de Sovjetbezetting is nog altijd niet volledig uitgewist. Tussen 1991 en 2004 hebben explosievenexperts een gebied van 8600m2 uitgekamd, waarbij tot op een diepte van wel 70 centimeter honderdduizenden, niet-geëxplodeerde explosieven zijn opgegraven. Eén gebied was zozeer vervuild met explosieven, dat het niet is ontruimd, maar er in plaats daarvan een bouwverbod van 100 jaar werd uitgevaardigd. Ook het grondwater bleek ernstig vervuild met zware metalen en andere gifstoffen. Deels veroorzaakt door de chemicaliën die in de wasserette van de Sovjets werden gebruikt, deels vanwege lekkende brandstoftanks. Tot op de dag van vandaag zijn de Tsjechen bezig met bodemsanering van het gebied. In Ralsko is er vijf jaar na ons bezoek het een en ander veranderd. De Sovjetflats zijn deels gerenoveerd, deels gesloopt en bieden nu plek aan asielzoekers. Langs de ‘Sovjetweg’ zijn 838 eiken aangeplant, om het gebied in ere te herstellen. Ik denk dat we het niet meer zullen herkennen... Tot schrijfs! Sandy Brandstoftank in Ralsko De hangars Facade van één van de flats Sovjet architectuur: Wonen tussen de restanten van het communisme Rondreis door verrassend Roemenië: een inleiding (Blog 1) Rondreis door Roemenië: van houthakkers, diepvriezers en gevangenen (Blog 2) Een wonderlijk geval van Ostalgie: hoe het begon en waartoe het leidde... Een link naar mijn overige Yoors blogs vind je hier

#oost-europa
18Mar2017
Rondreis door Roemenië: van houthakkers, diepvriezers en gevangenen (Deel 2)
Sansis

Mijn vorige blog 'Rondreis door verrassend Roemenië: een inleiding', sloot ik af met onze aankomst in het stadje Vișeu de Sus. Het eigenlijke beginpunt van een onvergetelijke zwerftocht door Roemenië in 2013, die ik in meerdere blogs uitgebreid zal beschrijven. Vișeu de Sus: stoere houthakkers en veel stof Vanaf het moment dat we in het levendige stadje neerstreken, voelden we ons er thuis. Op de doorgaande weg na was het merendeel van de straten onverhard en door de aanhoudende, zomerse droogte, was Vișeu bedekt onder een laagje zand en stof. Ook wij raakten bedekt met een permanent laagje stof, dat ons tot ons genoegen al snel ontdeed van de door ons zo verafschuwde 'glanzende' toeristenstatus. Binnen de kortste keren voelden we ons 'locals' en zodra we de woorden 'buna ziua' (een algemene groet) eenmaal met Roemeense tongval konden uitspreken, was de transformatie compleet. Vișeu is gelegen aan de rand van de Vaserului vallei, daar waar de rivieren de Vișeu en de Vaser elkaar ontmoeten. Aan deze bijzonder gunstige ligging heeft het stadje dan ook al eeuwen geleden zijn bestaansrecht ontleend: de houthakkersindustrie viert er tot op de dag van vandaag hoogtij. Foto: Daniel Secarescu © Hoewel de naam Vișeu de Sus al vermeld zou staan op een document  uit het jaar 1385, verhaalt een hardnekkige lokale legende van een andere geschiedenis. Omstreeks het jaar 1600 zou de zoon van een houthakker tijdens zijn werkzaamheden in de bossen van de Vasului vallei een tragische dood hebben gevonden, onder een vallende boom. De ontroostbare vader bouwde daarop een kerkje op de plaats waar het noodlottige ongeval had plaatsgevonden, ter herinnering aan zijn verloren zoon. Rondom dat kerkje ontstond een kleine gemeenschap, die de houthakker 'Între Râuri' ('Tussen de Rivieren') noemde. Hij zou volgens de legende daarmee de stichter van het huidige Viseu de Sus zijn. Fotogenieke supermarkt Viseu bleek ruimschoots te voorzien in alles dat de moderne mens nodig heeft: café's, restaurants, pensions, diverse kledingwinkels en een postkantoor. Zowel inheemse als uitheemse toeristen weten het stadje te vinden, vanwege de overweldigende natuur en de verschillende historische locaties die in de nabije omgeving te bezoeken zijn. Behalve de rit met de Mocanita, waarvan ik in een volgende blog verslag doe, was de grootste attractie in Viseu met voorsprong de Unicarm, de enige supermarkt die het stadje rijk is. Naar schatting een kwart van het vloeroppervlak werd er in beslag genomen door verreweg de langste vleesvitrine die we ooit hadden gezien. Meter na indrukwekkende meter lagen de meest wonderlijke worsten en andere vlees- en orgaancreaties uitgestald achter glimmend glas, smekend om consumptie. De schappen waren gevuld met voor ons onbekende verpakkingen en artikelen, soms met Russisch of Duits opschrift, waarbij er vaak slechts één exemplaar als voorbeeld uitgestald stond. Omdat het diepvriesassortiment nogal schril contrasteerde met het overvloedige vleesaanbod, kon ik me niet bedwingen om er een foto van  te maken. Uit de wat meewarige en soms zelfs ronduit achterdochtige blikken van andere bezoekers, maakte ik op dat er niet dagelijks foto's worden genomen in de Unicarm. Unicarm, Viseu de Sus (foto vanaf Google Earth) Een blik in de vriezer Roemeens afrekenen met prachtig papiergeld Sighetu Marmatiei: grensstad met Oekraïne Na een stevig traditioneel ontbijt in het pension, maakten we op de eerste dag van ons verblijf een rit naar Sighetu Marmatiei. Beiden gefascineerd door de voormalige Sovjet-Unie, wilden we in Sighet (zoals de stad tot 1994 heette) de grensovergang met Oekraïne oversteken en er een paar uurtjes rondtoeren, gewoon om er alvast eens geweest te zijn. De autorit richting het grensstadje voerde ons langs de mooiste plekken van de streek Muramures en we probeerden ieder detail in ons geheugen te griffen. We passeerden authentieke vakwerkhuisjes, paarden- en ossenkarren en bezwete wegwerkers, en genoten intens van uitgestrekte vergezichten over een eeuwenoud landschap. Nog maar nét reden we Sighet in, of we werden getrakteerd op een mooi plaatje, dat goed weergeeft hoe in Roemenië het verleden en het heden prima samengaan. Niemand kijkt op of om naar de enorme, met kinderen gevulde hooiberg die zich tussen het gewone autoverkeer voortbeweegt; het is een alom gezien straatbeeld. Niet lang daarna werden we wederom getrakteerd, ditmaal door een fikse hoosbui, compleet met grauw wolkendek en een rommelend onweer op de achtergrond. Niet bepaald de ideale omstandigheden om het platteland van Oekraïne te verkennen, zo waren we het eens, en na het maken van een foto van een druipnatte grenspost, keerden we terug naar het centrum van Sighet. Politieke gevangenis Sighet Ondanks de vele bontgekleurde wegwijzers en (verkeers)borden waarmee de stad is versierd, sprong er één wegwijzer tussenuit; die naar het Memorialul Victimelor Comunismului și al Rezistenței. Ook zonder enige beheersing van het Roemeens konden we daaruit opmaken dat het iets met een monument, slachtoffers, communisme en verzet te maken had en dat pakte onze aandacht. Het Sighet Memorial museum bleek sinds 1993 gevestigd in de voormalige gevangenis van de stad, tezamen met een instutuur dat onderzoek doet naar het communisme en de effecten daarvan. Niet bepaald een vrolijk uitstapje, wél erg indrukwekkend en leerzaam. Middels een informatiepamflet in het Engels werden we, ruimte voor ruimte, geïnformeerd over de erbarmelijke omstandigheden waarin tussen 1948 en 1955 zowel Sovjetburgers als Roemeense burgers en hoogopgeleiden gevangen werden gehouden, omdat zij zich verzetten tegen het communisme. Martelingen, uithongering en andere vernederingen van deze politieke gevangenen waren er aan de orde van de dag. Op 5 mei 1950 werden meer dan honderd Roemeense hoogwaardigheidsbekleders naar Sighet gebracht, waaronder ministers en andere politici, maar ook historici, academici en journalisten. Sommigen van hen werden veroordeeld tot zware straffen, anderen werden zonder enige vorm van rechtspraak vastgehouden. Velen van hen overleden ten gevolge van de slecht omstandigheden in de gevangenis, waaronder de voormalig leider van de Nationale Boerenpartij en voormalig minister van Roemenië, Iuliu Maniu. Naast de gevangeniscellen, het gedenkteken in de binnentuin en het armenkerkhof zo'n 2 kilometer verderop, bood het Sighet Memorial ook wat lichter vertier - een bijzonder aantrekkelijke collectie van communistische propaganda, foto's en memorabilia uit de tijd van de Koude Oorlog. Georganiseerde bedelpraktijken Onder de indruk van het museum en behoeftig aan een stevige bak koffie, reden we wat rond door de stad, tot we een terrasje in het vizier kregen. Nog voor we de motor van de auto goed en wel hadden afgezet, zagen we hoe een Romamoeder haar dochter een zet in de rug gaf, in onze richting. Het meisje had een plastic zakje in haar hand en toonde ons het flesje parfum daar ze daarin bewaarde, en maakte ons middels handgebaren en een droevige blik duidelijk dat zij het van haar moeder aan ons moest verkopen. Het kostte enige moeite om zowel de moeder als het meisje ervan te overtuigen dat we dat niet van plan waren, en dat we alleen een kop koffie wilden drinken op het terras achter hen. Eenmaal gezeten op het terras, schoot er een jongen van een jaar of 10, gekleed in vodden en op blote voeten op ons af. Nogal opdringerig stak hij zijn hand tot vlak onder onze neus, om aan te geven dat hij geld wilde. Toen wij daar geen aanstalten toe maakten, draaide hij zich om en binnen enkele seconden kwam hij terug met zijn broertje van een jaar of 4, eveneens blootsvoets, die alles uit de kast haalde om ons te doen betalen. We gaven de jongen toch maar wat kleingeld en hij rende, samen met zijn broer naar de stoep aan de overkant van het terras, waar al geruime tijd een keurig in het pak gestoken, omvangrijke Roma man van een jaar of zestig heen en weer liep. Groot was onze verbazing toen wij zagen hoe hij ruw het geld uit de hand van de kleine jongen greep, die onmiddellijk daarna opnieuw op pad werd gestuurd. Kort daarna zagen we hoe ook de moeder en dochter van het parfumflesje door hem werden gewenkt om hun geld af te dragen en toen bleek dat zij geen succes hadden gehad, ontaardde dat in een hoop geschreeuw en gescheld. De koffie smaakte ons bij nader inzien toch niet zo goed en we besloten terug naar Viseu te rijden. Op weg naar huis, na een lange dag werken, Muramures, Roemenië (2013) Drie generaties Onderweg stopten we bij een vakwerkhuisje dat me op de heenweg al was opgevallen, en ik vroeg de drie vrouwen die op de veranda zaten of ik een foto van hen mocht maken. Tot mijn verrassing reageerden zowel oma als moeder en dochter enthousiast op mijn vraag en de drie generaties lieten zich gewillig fotograferen. Bij het wegrijden riep de dochter me haar e-mail adres na, dat ik helaas niet heb kunnen onthouden. In mijn volgende blogs meer! Tot schrijfs! Sandy Andere blogs die ik schreef over Oost-Europa: Sovjet architectuur: Wonen tussen de restanten van het communisme Rondreis door verrassend Roemenië: een inleiding (Blog 1) Ralsko Tsjechië: Spookstad op vergeten Sovjetbasis Een wonderlijk geval van Ostalgie: hoe het begon en waartoe het leidde... Een link naar mijn overige blogs vind je hier

MEER