Zerrestra

Lid sinds: 06-04-2017

#vrijwilliger
02Jul2017
Vrijwilligerswerk in het buitenland - Weet je het zeker?
Zerrestra

Ben je op zoek naar een leuk vrijwilligersproject voor deze zomer, voor na je studie of voor tijdens een jaartje backpacken? Tof! Dapper! Wat goed dat je dat doet! Goed voor jou en goed voor de wereld. Of toch niet.....? Er zijn een paar dingen die je moet weten voor je kiest welke organisatie,  welk land, welk werk etc. dus lees deze blog even aandachtig door. Er zijn namelijk dingen die in de taboesfeer liggen en niemand je snel zou vertellen! Deze blog is een korte samenvatting van mijn scriptie over vrijwilligerswerk met kinderen in het buitenland. Ik heb gewerkt als manager van een vrijwilligersproject voor een grote vrijwilligersorganisatie in Centraal Amerika. Ik had tijdens mijn werk daar al een tijdje het gevoel dat er 'iets' niet klopte en beetje bij beetje ben ik me bewust geworden van het probleem achter vrijwilligerswerk ondanks alle goede intenties van de vrijwilligers. Want de intenties om vrijwilligerswerk te gaan doen in ‘arme landen’ zijn over het algemeen goed. Je wilt: -        mensen helpen die het minder hebben dan jij -        een steentje bijdragen aan een betere wereld Maar, aan de andere kant, doe je het (stiekem of niet zo stiekem) ook wel een beetje voor jezelf: Je wilt: -        iets van de wereld zien -        (sociale) vaardigheden opdoen -        leuke mensen ontmoeten -        het vrijwilligerswerk op je CV zetten -        een nuttige invulling hebben voor je jaartje backpacken of je vakantie -        ervaring opdoen -        reizen naar een bepaald land maar je durft nog niet helemaal alleen en d.m.v. vrijwilligerswerk heb je structuur, een basis en een organisatie die je helpt Dat lijkt een win-win situatie. Maar helaas is dat het niet. Als je verder kijkt dan je neus lang is, zal je zien dat al die goedbedoelde intenties vaak hun doel voorbij schieten en de mensen die je wilt helpen, juist direct of indirect de dupe zijn. Hieronder zal ik toelichten wat de negatieve effecten van vrijwilligerswerk (kunnen) zijn. Vrijwilligerswerk met dierenStel: je gaat aapjes observeren in de jungle voor een biologie-project ter verbetering van de wildlife van een bepaald national park. Of schildpadden beschermen op het strand. De aapjes en schildpadden zullen er geen probleem van maken: of ze nou geobserveerd worden door een Nederlander of een local, ze springen even vrolijk rond. Maar hier kun je je twee dingen afvragen: -        was er geen local die dit werk, eventueel betaald zou hebben kunnen doen? Hoe zit het met de werkgelegenheid in het land en hoeveel werk verschaft het project aan locals? Wat zou er gebeuren als er geen vrijwilligers zouden zijn? -        Zou je dit werk ook in Nederland hebben mogen doen? Zo niet: waarom mag je daar dan zonder diploma’s of ervaring in het vakgebied wel aan de slag? Wat is de kwaliteit die je daar levert en help je het land of project daar echt mee? Je wilt ook niet dat jouw werk als je weg bent, linea recta de prullenbak in gaat. Vrijwilligerswerk met kinderenMaar wat nou, als je niet met schildpadden werkt maar met kinderen? Hier wordt de kwestie een stukje ingewikkelder want hier komen gevoelens om de hoek kijken, van beide kanten: het kind en de vrijwilliger. Natuurlijk weet je wel: ik ga over een bepaald aantal weken weg, het is tijdelijk. Maar toch. En het kind weet na een tijdje ook dat je weer weggaat. Maar toch.    “ Na twee maanden was het voorbij. Zo plotseling als ik kwam, ging ik ook weer weg. De kinderen hadden zich gehecht aan mij. En ik mij aan hun. Het afscheid viel mij zwaar. Terwijl ik mijn tranen onderdrukte grapte ik nog dat ik het liefste jongetje van de klas in mijn backpack wilde stoppen. Priya van vijf liet mijn been maar niet los toen ik echt moest gaan.” *   Ik heb vrijwilligers gezien die emotioneel helemaal kapot waren van hun afscheid van de kinderen, meestal van een bepaald kind wat ze ‘zo graag in hun koffer wilden stoppen, zo lief’.  Verder heb ik ook kinderen gezien die dagenlang vroegen of die bepaalde vrijwilliger ooit nog terug zou komen. En die kwam meestal niet meer terug. Wat overblijft is een serie mooie foto’s met de kinderen voor het thuisfront en mooie herinneringen. Wat voor de kinderen overblijft zijn herinneringen en hierna gaan zij verder in dezelfde omstandigheden. Want wees eerlijk: wat kan er diepgaand veranderen in korte tijd in een veelal complexe sociale context van een communiteit in een land waarvan de vrijwilliger vaak de taal niet eens spreekt? Misschien moeten we de roze bril even afzetten en zonder excuses een eerlijk antwoord geven: voor wie heeft dit vrijwilligerswerk uiteindelijk het meest opgeleverd? Voor mij als manager voelde het vaak alsof de vrijwilligers op een bepaalde manier gewoon toeristen waren die niet de musea kwamen bekijken maar mensen. Er is hiervoor intussen een term: volunteerism: een mix van vrijwilligerswerk en toerisme. Hieronder een voorbeeld van hoe dat was voor mij: De plek waar ik werkte had een hele moeilijke doelgroep: illegale immigranten die woonden in een illegale nederzetting waar drugshandel, geweld en armoede de boventoon voerden. Als ik weer een lading vrijwilligers binnenkreeg, 18 jaar, net van school, die kwamen voor 2 of 4 weken, dan zonk de moed in mijn schoenen. Daar gingen we weer: een week lang zouden we kennismaken, trainings krijgen, een week lang zouden ze meelopen op school zonder echt iets te kunnen doen. In de tweede week zouden ze misschien wat actiever meedraaien en dan zouden we op vrijdag een afscheid organiseren en dat was het dan. Ik voelde me machteloos: de kinderen hadden goed opgeleide professionals nodig, die weten om te gaan met trauma, met complexe communiteiten, met een achtergrond in criminologie, psychologie, onderwijs etc en GEEN vrijwilligers van 18 zonder ervaring in wat dan ook! Deze kinderen verdienden een team van HELDEN in hun moeilijke situatie. Als de vrijwilligers de basis verlieten zeiden ze vaak dat deze ervaring hun leven had veranderd. Maar had het ook echt het leven van de kinderen veranderd ten goede? In de feedback die we achteraf kregen, stonden soms dingen als: "ik begrijp niet waarom we met deze kinderen werken, ze zijn helemaal niet zo arm." Of we niet in een nog armere wijk zouden kunnen werken. Vrijwilligers konden natuurlijk na 2 weken niet inschatten wat er allemaal achter de schermen gaande was, behalve degenen die op het project waren toen we hoorden van een nachtelijke shooting om drugsgeld waarbij 2 kinderen om waren gekomen. Zucht. Dus als je vrijwilligerswerk met kinderen wilt doen, wees je bewust van de impact die dit heeft op jou, de kinderen en de communiteit. Is het echt het beste wat je deze mensen kunt geven in deze moeilijke situatie of hebben ze iets beters/anders nodig? Hier een aantal tips die ik deels overgenomen heb van de blog van Daisy Scholte: 1.     Zou je dit ook doen als je geen camera zou hebben? Wat is je echte achterliggende motivatie? 2.     Zou je dit werk ook in Nederland mogen doen? Ben je opgeleid voor dit werk? Ga je gewoon wat ‘uitproberen’ of weet je echt waar je het over hebt? 3.     Zouden locals dit werk ook kunnen doen? Ik sta veel positiever tegenover de empowering van de lokale bevolking, dus bijvoorbeeld het opleiden van docenten. 4.     Denk na over de duur van je verblijf en de impact daarvan. In mijn optiek is een verblijf van 1 jaar minimaal als je werkt met kinderen. Een beetje net als een schooljaar, waarna je wisselt van juf of meester. Als je echt maar 2 maanden hebt, doe dan iets waarbij je niet direct met de kinderen werkt. 5.     Denk goed na voordat je gaat werken in een weeshuis!! Daisy schrijft hierover: “Er zijn zoveel toeristen die als vrijwilliger in een weeshuis willen werken dat het een ware industrie is geworden. Organisaties die deze vorm van volunteerism tegengaan schatten dat in 80% van de gevallen minstens één ouder nog leeft. Dat zit zo: Sluwe zakenmannen richten weeshuizen op en overtuigen arme ouders ervan hun kinderen af te staan voor een beter leven in het weeshuis. Via vrijwilligersorganisatie betalen toeristen duizenden euro’s aan donaties of om in die weeshuizen te werken. Het verhaal is dat het geld naar de kinderen gaat, maar in werkelijkheid steken de oprichters het geld in eigen zak. Intussen is het leven in het weeshuis slechter dan thuis in armoede. Meer weten? Op de website van de ChildSafe movement lees je er alles over.” Net als weeshuizen een commercieel succes waren, zie je ook dat je voor vrijwilligerswerk veel moet betalen en dat je je soms moet afvragen waar het geld heen gaat. De organisatie heeft een kantoor, een CEO, een promotie-afdeling, een website etc. etc. en dat kost veel geld. Vaak wordt er onder het mom van zakelijke kosten een hoop luxe dingen gedaan terwijl dat geld ook anders besteed had kunnen worden. Hoe hard een organisatie ook hun kosten ‘rechtvaardigt’, je kunt hier moeilijk echt inzicht in krijgen. Wat zou ik doen? Om eerlijk te zijn: ik weet het niet meer zo met internationaal vrijwilligerswerk, zeker niet via de grote "commerciële" organisaties (die uiteraard pretenderen niet commercieel te zijn). Als ik nu zelf zou moeten kiezen, zou ik het heel anders doen dan vroeger: 1. Ik zou vrijwilligerswerk doen in mijn directe omgeving. Dat klinkt misschien raar, want hier in Nederland hebben we het toch goed dus waarom? Ik ken de cultuur, de taal, de omgeving, ik woon in de buurt dus het contact kan langdurig zijn en de mensen zijn onderdeel van mijn wereld. Ik denk dat dat zeker ten goede komt aan de kwaliteit van het vrijwilligerswerk. Er zijn in jouw omgeving ook mensen die hulp nodig hebben, eenzaam zijn of in een andere moeilijke situatie zitten. Op die manier werk je samen aan een gezondere samenleving waarvan je permanent deel vanuit maakt.  Als je onvoorwaardelijk van je tijd wilt geven voor een betere wereld en moeite wilt doen om iets goeds te doen, zou dat niet hoeven in een mooi exotisch land met zonnige stranden. Zet elke week de vuilnisbak buiten voor oude mensen in je straat , breng regelmatig een bloemetje langs bij iemand die eenzaam is of depressief, pas eens gratis op voor een alleenstaande moeder zodat ze even naar de kapper kan. De mogelijkheden zijn oneindig. Misschien is het moeilijker om vrijwilligerswerk te doen bij mensen die dichterbij je staan omdat je ze elke week ziet en het niet een eenmalige ervaring is waar geen echte consequenties voor je dagelijkse leven aan zitten? Ga naar buiten en kijk rond in je omgeving. 2. Toch naar het buitenland? Dan zou ik kiezen voor: - een project dat tijdelijk is maar ook nog zou voortbestaan als de organisatie weg gaat. Als de organisatie niet het doel heeft ergens tijdelijk te zijn, kun je je afvragen wat hun belangen zijn.  - een project dat erop gericht is om de bevolking op te leiden om het zelf te doen. - een project dat niet perse de westerse waarden en normen implementeert maar ook kan accepteren dat in andere culturen dingen anders gaan en dat dat niet perse slecht is. - een organisatie die aan mij als vrijwilliger eisen stelt qua opleiding, duur van verblijf en qua inzet. Dus mijn mening: als je echt iets goed voor de wereld wilt doen, doe het goed: denk goed na, wees gezond kritisch, kijk door de gelikte websites heen en begin dichtbij huis.   *  Citaat van http://www.alldayeverydaisy.com/ind/waarom-ik-spijt-heb-van-mijn-vrijwilligerswerk-in-india/  

#jarig
02Jun2017
Lang zullen we leven....
Zerrestra

"En u bent...?" vroeg de assistente. "34", zei ik. "Ehm.... 33 jaar zie ik hier staan", antwoordde de assistente verbaasd. "Ehm, ja dat klopt, ik ben nog 33, je hebt gelijk" gaf ik toe. Oeps. In tegenstelling tot veel mensen, heb ik al jaren de rare gewoonte om een paar maanden voor ik jarig ben, in gedachten alvast de leeftijd aan te nemen die nog moet krijgen. Tot het punt dat ik mijn leeftijd alvast verander in mijn hoofd en die noem, zelfs bij officiele instanties, die dan vervolgens vreemd en argwanend opkijken. Leeftijd zegt mij niet zoveel, in elk geval niet zodanig dat ik mijn identiteit daaraan ontleen. Mijn levensstijl en uiterlijk komen niet overeen met mijn leeftijd in cijfertjes en ik weiger me te conformeren aan een bepaald ideaal van wat ik nu bereikt zou moeten hebben volgens de samenleving. Theoretisch zou ik een koophuis moeten hebben, op z'n minst 1 kind, getrouwd moeten zijn en halverwege een leuke carriere. Verder een leuk spaarcentje op de bank, een auto, een lekker pensioentje aan het opbouwen en twee keer per jaar op vakantie. Helaas. Niets van dat alles.  Maar ik besta nog steeds, en hoe!  Geluk zit in een klein hoekje en ik heb gemerkt dat stress hebben over het ontbreken van deze algemene 'geluksfactoren' me niet gelukkiger maakt. Alles op z'n tijd, dingen komen en gaan, net zoals de cijfertjes van je leeftijd langzaam voortschrijden. Ik raakte niet in de stress toen ik 30 werd en ik ben niet van plan in de stress te raken als ik 40 of 50 etc. word. In plaats daarvan voel ik elk jaar een diepe dankbaarheid dat ik het alweer zo lang heb overleefd! Weer een jaar lang op deze aardbol. Nog steeds springlevend, niet ernstig ziek, niet overreden/gekidnapt/overstroomd/ge-aarbeefd/ge-tsunamied/ge-zelfmoordaanslagd/neergestort en wat dies meer zij. Hiep, hiep, hoera! Diep dankbaar voor alle ervaringen van het afgelopen jaar, leuke of wat minder leuke. Die hebben mij weer een beetje wijzer gemaakt: Nee, 70 uur per week werken is niks voor mij. Nee, Costa Rica is niet mijn land en dat mag ik gewoon toegeven ook al vindt de rest van de wereldbevolking dat ik daarmee het paradijs verguis. Ja, ik mag tijd nemen voor mijzelf om uit te vinden waar ik sta. Ja, ik heb de wereld iets te bieden ook al weet ik nog niet precies hoe dat vorm gaat krijgen. Nee, ik hoef geen genoegen te nemen met omstandigheden waarbij ik me niet goed voel, gewoon omdat ik anders andere mensen misschien het moeilijk maak.  Ja, stil zijn, slapen, alleen zijn, tijd nemen voor mezelf en leuke dingen doen zijn de beste beddingen voor creativiteit en als mensen denken dat ik dan aan het lanterfanten ben, zijn ze welkom in mijn hoofd. Dankjewel levensjaar 2016-2017. Hiep, hiep, hoera! Ik kijk nu al uit naar levens-schooljaar 2017-2018. Misschien dat ik daarom maanden ervoor al wil dat het zover is, nieuwsgierig wat er komen gaat en hoe ik over een jaar wijzer ben geworden. Zoals je voorpret kan hebben bij het kaften van je boeken en je nieuwe agenda. Misschien omdat het me niet zoveel zegt, die cijfertjes en ik na een jaar ook wel weer toe ben aan nieuwe cijfertjes. Zoals je na oud en nieuw ook weer een fris gevoel krijgt bij het opschrijven van het nieuwe jaartal. Misschien omdat ik mezelf zo rustig laat wennen aan mijn nieuwe leeftijd zodat ik nog nooit leeftijdstress heb gehad en altijd vrolijk heb gefeestvierd dat ik nog besta. Wie weet. Volgende week ben ik jarig, maar stiekem ben ik nu al 34. Hiep, hiep, hoera! Lang zal ik leven, in de gloria!

#TV
12Apr2017
Neem je zwemspullen maar mee terug!
Zerrestra

Ik hoop dat je net als ik geshockeerd bent. Ik hoop dat je net als ik dacht dat dit een 8 dagen te late 1 april grap was. Ik hoop dat je weggezapt bent of de TV hebt uitgezet. In dat geval behoor je tot dat deel van de Nederlanders dat nog niet is ge-devolutioneerd tot een aap met een zapper in zijn hand en het IQ van een fruitvliegje. Gefeliciteerd. (Als je de show helemaal hebt uitgekeken en je smakelijk hebt vermaakt, lees dan vooral niet verder.) Even een korte analyse van de show (NB van de NCRV!). Voordat de show goed en wel is begonnen is de toon al gezet. 'Waarheen leidt de weg, die we moeten gaan' wordt gekoppeld aan het hebben van een Tom-tom (goh, hoeveel zouden die betaald hebben daarvoor?). Pepijn wrijft zich eens lekker over zijn mannentepels omdat hij zich nauwelijks houding kan geven en er wordt een belachelijk slecht dansje gedaan door hem en zijn mede-presentator Klaas. De show begint. Er wordt een jong jochie in de zeik gezet: de ruim 40-jarige presentatoren liggen dubbel. Vervolgens gaat het verder met taartengooien tijdens een pim-pam-pet-spel. Dit gaat nog een tijdje zo door op hetzelfde niveau en dan komen we aan bij de meest briljant bedachte quiz met een paar doordachte vragen: Is hij een Pool of een stucadoor? Is zij dik of zwanger? Is hij een Duitser of een Nederlander? Heeft zij echte borsten of zijn ze nep? Voor wie de comedie-spelshow niet gezien heeft: bij elke vraag staat er een levend persoon op een draaischijf die woordelijk kan verstaan wat de twee teams over hem/haar zeggen. En je raadt het al: niemand zegt er iets van, niemand loopt weg, niemand protesteert. Het is namelijk humor en iedereen vindt het leuk. Even ter vergelijking: Anne Fleur Dekker. Een vrouw. Zij heeft door middel van een sarcastische tweet Geert Wilders 'bedreigd'. Als ze vervolgens bij Pauw en Witteman wordt uitgenodigd om haar verhaal te doen wordt haar serieuze opmerking afgedaan als een slecht gemaakt grapje, ze wordt continue onderbroken, ze wordt behandeld als een klein meisje (ze is 22!) en ze wordt belerend toegesproken. Foei, je mag niet zomaar Wilders bedreigen (meisje van 22, alleen, via een tweet) want die heeft al zo'n trauma. En meneer Baudet een taart toewensen in zijn gezicht is ook niet lief. Oh, en door die tweet draag je bij aan de verharding van de samenleving meisje! Dat het een tegenreactie was op een tweet van een islamofoob, dat doet er even niet toe. Dat je moet onderduiken door die paar tweets is natuurlijk wel je eigen schuld, want je weet toch dat vrijheid van meningsuiting slechts geldt als het ons (blanke, belangrijke, mannen) goed uitkomt? We gaan even terug naar de comedie-spel-show van de zwemspullen waar twee mannen hun compleet achterhaalde corpsballerige humor botvieren op stereotipische uiterlijkheden en via een publieke vleeskeuring. Dat is namelijk humor die wel mag. Want daar kwets je alleen maar een paar anonieme vrouwen, buitenlanders en minderheden mee. Als we de 'Neem je zwemspullen maar mee' vergelijken met een serieuze doch scherp sarcastische tweet tegen islamofobie dan kunnen we duidelijk zien: er wordt met twee maatstaven gemeten. De Nederlandse samenleving pretendeert zo modern en vooruitstrevend te zijn maar ondertussen worden vrouwen nog steeds beschouwd als een object en wordt er gebruik gemaakt van selectieve vrijheid van meningsuiting (als je jong bent en ook nog eens vrouw, zullen wij jou wel even vertellen wat je wel en niet mag vinden.) Ik sta achter Anne Fleur en doe daarom een voorstel in de trant van haar tweet: (PAS OP: het is sarcastisch! Ik heb geen zin om ook onder te moeten duiken voor mijn mening.) Ik heb heel veel zin om 500 taarten te gooien naar het hoofd van Pepijn en Klaas en ze vervolgens op een draaischijf te zetten met vragen voor het desbetreffende vrouwenteam: 1. Zijn ze impotent of lelijk? (beide antwoorden moet beschamend zijn) 2. Is hun lul echt of nep? (mogen we misschien ook even erin knijpen?) 3. Is hun kont een slappe hap of is hij bedekt met haren? (wederom, twee beschamende antwoordkeuzes) Nee, dat is niet lief. En dat is ook niet grappig bedoeld. Het is spiegelend sarcasme. Als de situatie maar 1 kant op werkt, waar is dan het wederzijdse respect? Om eerlijk te zijn: ik walg er al van als ik eraan denk mijn voorstel te moeten uitvoeren. Net als Anne Fleur er waarschijnlijk van walgt om 500 stenen naar Wilders te gooien en een taart te moeten betalen om in Baudets gezicht te smijten. (12 april 2017)