Yvonne van Riemsdijk

Lid sinds: 06-04-2017

#strafrechtsysteem
17Nov2017
Waarom we ons middeleeuws strafrechtsysteem moeten moderniseren
Yvonne van Riemsdijk

De afgelopen periode was ons land in de greep van de trieste dood van Anne Faber. Een jonge vrouw die naar alle waarschijnlijkheid om het leven is gebracht door een voormalig zedendelinquent die op proefverlof was. De emoties, nog eens extra gevoed door de veelal suggestieve berichtgeving van de media, liepen zeer hoog op bij veel mensen. De roep om vergelding en uitleg hoe dit in vredesnaam kon gebeuren mondde zelfs uit in een petitie die uiteindelijk door 400.000 mensen is ondertekend. Het is een bekend verschijnsel wanneer een zedendelinquent opnieuw de fout in gaat en een gruwelijk misdrijf pleegt tijdens zijn proefverlof. Maar hoe intens verdrietig de dood van Anne Faber ook is, dat delinquenten vervallen in hun oude drang naar geweld en onderdrukking is eerder dankzij dan ondanks ons verouderde rechtssysteem en detentiebeleid. In de media en op Twitter lieten naast gewone burgers ook verscheidene deskundigen zich weer kritisch uit over de strafmaatregelen en advocatuur ten aanzien van deze groep delinquenten. Velen vinden het namelijk onbegrijpelijk dat strafrechtadvocaten hun cliënten geregeld adviseren om zich niet te laten onderzoeken zodat ze op die manier onder tbs kunnen uitkomen. Ook de forensisch psychiaters kregen er uiteraard weer flink van langs. Een beroepsgroep die in de ogen van veel mensen niet alleen onzinnig zou zijn, maar bovendien ook nog veel te veel op de hand van gewelds- en zedendelinquenten. Hoe dan ook zijn veel mensen van mening dat levenslang opsluiten of erger het enige juiste is om te doen. Het laat zien hoe dun het laagje vernis van onze zogenaamde beschaving is. De roep om vergelding: een primitieve vorm van uiten Hoe ernstig het misdrijf ook mag zijn geweest, daders hebben in mijn ogen altijd recht op een goede verdediging en een humaan strafrechtsysteem. Dat houdt voor mij ook in dat opsluiten zonder enige vorm van behandeling zowel zinloos als onmenselijk is. De roep om vergelding mag dan misschien welig tieren in de samenleving, het is een primitieve vorm van uiten die men beter zou kunnen negeren. Ook het veelvuldige excuus van officieren van justitie dat vanwege alle onrust in de samenleving de strafeis hoger is, is ronduit hypocriet te noemen en bovendien onjuist. Alsof de geschoktheid van burgers en de roep om vergelding een graadmeter zou mogen zijn voor de te eisen strafmaat. Daarmee zeg ik niet dat deze geschoktheid niet zeer begrijpelijk is, maar wel dat dit geen enkele invloed mag uitoefenen op de strafeis. Die hoort namelijk te allen tijde volstrekt onafhankelijk en op geen enkele wijze beïnvloedbaar te zijn van buitenaf. Longstay als afvoerputje Dat steeds minder verdachten van ernstige misdrijven zich niet meer willen laten onderzoeken, is om die reden dan ook zeer begrijpelijk te noemen. Wanneer je mensen onder het mom van behandeling en veelal onder druk van de publieke opinie langdurig opsluit en ze geen enkel perspectief op vrijheid meer biedt, moet je niet gek opkijken als ze hun medewerking aan psychologisch onderzoek weigeren. Het schrikbeeld van een longstay-afdeling waar geen ontsnappen meer mogelijk is en waar je als mens voor de rest van je leven afgeschreven bent zonder enig lichtpuntje in het vooruitzicht, is daarbij een van de belangrijkste redenen. Het is niet voor niets dat de vooraanstaande strafrechtadvocaat Wim Anker zich samen met anderen al vele jaren inzet voor deze longstayers. Hij is - net als ik - van mening dat het inhumaan is om veroordeelden na verloop van tijd zonder enige vorm van behandeling voor de rest van hun leven op te sluiten en ze alle hoop op een beter bestaan af te nemen.Simpelweg opsluiten zet geen zoden aan de dijk Hoewel we in 2017 leven, ben ik van mening dat we nog steeds een middeleeuws strafrechtsysteem naleven. We straffen daders, sluiten ze vervolgens op en verwachten dan dat ze hiervan zullen leren en dat het vanzelf wel goed zal komen. Na enige jaren gaan ze op proefverlof ter voorbereiding op hun vrijlating en zijn we verbijsterd als het misgaat. En ook als veroordeelden wel tbs en behandeling krijgen, moeten we niet vreemd opkijken als deze veroordeelden opnieuw de fout in gaan. Iets wat trouwens beduidend vaak minder voorkomt dan in de belevingswereld van veel mensen. Feit blijft dat menigeen van mening is dat (levenslang) opsluiten, of dat nu met of zonder dwangbehandeling is, het enige juiste is om te doen. In die zin kunnen wij nog heel wat leren van een land als Noorwegen, waar ze hun veroordeelden menswaardig behandelen en een zeer vooruitstrevend strafregime hanteren. En hoe soft dat in de ogen van veel mensen ook moge zijn: de recidive is daar vele malen lager dan in de rest van de wereld.Verlies van vrijheid en autonomie als grootste straf Natuurlijk zullen er altijd daders van gruwelijke misdrijven blijven die onverbeterlijk zijn, die geen stoornis hebben en dus ook niet psychisch ziek zijn. Het is een groep die bewust kiest voor de duistere krochten van ons bestaan. Inderdaad is het dan noodzakelijk om deze groep langdurig uit de maatschappij te weren. Maar is het nu echt nodig om dan ook maar meteen het principe oog om oog, tand om tand te hanteren? Ik ben van mening van niet. Volgens mij zullen we ook dan, en misschien wel juist vooral, moeten zorgen voor een humane oplossing en een zo aanvaardbaar mogelijk leefbaar leven voor deze groep delinquenten. Want hoe onmenselijk zijn wij anders zelf wel niet, wij die aan de andere kant van de streep staan, als we daartoe niet eens in staat zijn? De hang naar vergelding en het excuus dat deze daders geen humaan beleid zouden verdienen, is niet alleen primitief te noemen, maar komt meestal vooral voort uit onbeheersbare emoties, onbegrip, of onverwerkte pijn van slachtoffers zelf. Bovendien staan de meeste mensen er nauwelijks bij stil dat hoe humaan het beleid ook eventueel zou zijn, het verlies van vrijheid en autonomie bij voorbaat al de ergste straf is die een mens kan krijgen. Quote In een hoogontwikkelde samenleving zorg je niet alleen als vanzelf voor de zieken, de armen en de zwakkeren, maar ook voor degenen die een verkeerde afslag genomen hebben. Y.M. De hoogontwikkelde samenleving in kinderschoenen De zogenoemde hoogontwikkelde samenleving waar velen denken deel van uit te maken en voortdurend hoog van opgeven, is natuurlijk een compleet lachertje. Want in een hoogontwikkelde samenleving zorg je niet alleen als vanzelf voor de zieken, de armen en de zwakkeren, maar ook voor degenen die een verkeerde afslag genomen hebben. En ja, ook als die afslag te gruwelijk voor woorden is, draag je in een beschaafde en ontwikkelde samenleving de zorg voor een menselijk en integer beleid ten aanzien van deze ernstig ontspoorde medemensen. Pas wanneer daar sprake van is, heb je recht van spreken en mag je absoluut hoog van de toren blazen over onze beschaafde en hoogontwikkelde samenleving. Zolang dat nog steeds niet het geval is, lijkt het me beter om dat dunne laagje beschavingsvernis eerst eens om te vormen tot daadwerkelijke beschaving. Het perspectief van een ex-slachtoffer Ongetwijfeld zullen velen dit niet met me eens zijn. De veelal begrijpelijke emoties hebben nu eenmaal meestal de overhand in dit soort gevoelige vraagstukken. Waarschijnlijk was dat ook de reden dat bijna alle (forensisch) psychiaters zo stil bleven gedurende alle commotie rond de trieste dood van Anne Faber. Als geen ander weten zij immers wanneer ze er beter het zwijgen toe kunnen doen. Misschien is het daarom ook juist wel dat ik nu toch van me laat horen. Om al het ontstane tumult, hoe begrijpelijk dat misschien ook is geweest, in een wat juister en breder perspectief te plaatsen. Niemand kan mij immers monddood maken met het argument dat ik niet zou weten hoe het is om slachtoffer te zijn en dat ik om die reden dien te zwijgen. Want in tegenstelling tot wat velen nu waarschijnlijk denken, weet ik als geen ander hoe het is om een slachtoffer te zijn van ernstige delicten. Hoe ontwrichtend het is wanneer daders die psychopaat zijn, zich jarenlang aan je vergrijpen op zeer jonge leeftijd. Hoe ze je met veel genoegen stelselmatig en sadistisch verkrachten, vernederen en zelfs martelen en ook nog eens verplichten toe te laten kijken hoe andere kinderen eenzelfde lot ondergaan. Ik ken het allemaal… Daarnaast ken ik ook de pijn wanneer daders op gruwelijke wijze een dierbare uit je eigen omgeving op zeer jonge leeftijd van het leven beroven. Tweeëntwintig was ze nog maar, mijn oude jeugdvriendinnetje met wie ik me zo intens verwant voelde vanwege eenzelfde lot dat wij beiden kennelijk moesten ondergaan en die ik als kind voortdurend in bescherming had proberen te nemen, omdat zij zoveel kwetsbaarder was dan ikzelf. De pijn en de worsteling met mezelf toen ik uiteindelijk aan haar graf stond, omdat ik gebukt ging onder een intens schuldgevoel: ik had haar toch niet kunnen beschermen tegen al het aangedane (seksuele) leed en het lot dat ze moest ondergaan. Het schokkende besef en de wroeging dat ik wel verder mocht leven, en zij niet. Ik ken het allemaal… Het intense verdriet, de wanhoop, de machteloze woede en de rouw om het nooit gedroomde leven, de levenslange impact en de lange, moeizame weg om hiervan te moeten herstellen. Ik ken het allemaal... Om dit alles ben ik van mening dat ik een iets zwaardere stem mag hebben in deze bijna hysterische discussie. Dat ik een ietsje meer recht van spreken heb wanneer ik zeg dat ook daders uiteindelijk mensen zijn. En dat het ons zou sieren om ze ook op die manier te behandelen, zodat zij in de toekomst andere keuzes zullen maken. En wanneer zij daar uiteindelijk toch niet toe in staat blijken te zijn, dat wij dan zorgen voor een zo humaan mogelijk bestaan, afgescheiden van de maatschappij. Niet omdat zij dat verdienen na al het aangerichte leed en verdriet, maar omdat ik van mening ben dat het onze menselijke plicht is om ook diegenen die van het rechte pad afraken bij de hand te nemen en ze de juiste weg in het leven te wijzen. Of dat nu mét of zónder goed eindresultaat zal zijn... Brief aan Wim Anker Jaren geleden heb ik strafrechtadvocaat Wim Anker eens een brief geschreven. Hij en zijn confrère Tjalling van der Goot kregen namelijk heel Nederland over zich heen en werden zelfs met de dood bedreigd omdat zij Robert M. destijds verdedigden. Als ex-slachtoffer heb ik hem daarom een hart onder de riem willen steken en benadrukt dat het juist was wat zij deden. Hij las mijn brief pas enige maanden later onder de kerstboom, liet hij me weten. Opgeslokt door zijn intensieve werkzaamheden en de duizenden haat- en dreigmails c.q. doodsbedreigingen naar aanleiding van deze zaak, was hij er nog niet eerder aan toegekomen, vertelde hij me. Hij was dankbaar en het ontroerde hem diep. Maar hoe triest is het wel niet dat hij dit nota bene van een ex-slachtoffer moest horen? In wat voor een wereld leven wij toch dat vergelding en angst voortdurend de boventoon voeren, letselschadeadvocaten een breed podium in de media krijgen en ook nog eens uitstekende zaken doen, en het gros van de mensheid strafrechtadvocaten en forensisch psychiaters te pas en te onpas aanvallen en door het slijk heen halen? Wie het weet mag het zeggen... Ter afsluiting wil ik u het laatste gedeelte uit deze brief niet onthouden. Omdat ik denk dat het zoveel meer zegt dan ik hier nu kan verwoorden. Ik wens u en dhr. van der Goot veel kracht en wijsheid toe in deze zaak, maar zeker ook in andere zaken. Wanneer de tijd daar is dat ‘mijn’ daders moeten voorkomen dan hoop ik dat ook zij een goede verdediging zullen krijgen. Nooit zal ik kunnen getuigen in een zaak die al op voorhand een gelopen race lijkt te zijn. Tot slot wil ik mijn bewondering voor u uitspreken voor uw strijd voor tbs’ers, en dan met name voor diegenen die op de longstay-afdeling zitten. Elk mens heeft hoop nodig in zijn leven. Iets om naar uit te kijken, iets om voor te leven en te vechten. Wetende dat er licht is aan het eind van de tunnel, hoe klein dat lichtje dan ook moge zijn soms. Bovendien snijdt het mes dan aan twee kanten. Met een klein beetje perspectief in het vooruitzicht kun je gaan werken aan je herstel en aan je vooruitgang. Zelfs als dit vooruitzicht heel ver weg is en het perspectief maar klein, zal dit net de vonk kunnen doen ontsteken die een mens nodig heeft. Dit geldt voor elk mens. En voor de mensen die het is ontgaan: ook een dader is een mens….. Kiezen we voor schaamte of trots? Misschien dat de tijd rijp is om het roer eindelijk om te gooien. Zodat we straks tegen volgende generaties kunnen zeggen dat wij niet barbaars waren maar gewoon niet beter wisten. Het zou zomaar kunnen dat zij, die het stokje straks van ons gaan overnemen, met bewondering en trots zullen terugkijken op de moed die wij hadden om samen een echt beschaafde samenleving tot stand te brengen. Een samenleving waarin wij daadwerkelijk omkijken naar onze naasten. Of dat nu de zieken, armen, zwakkeren of (zeden-)delinquenten zullen zijn.

#seksueel misbruik
29Sep2017
Twijfels over de incestervaringen van Griet Op de Beeck
Yvonne van Riemsdijk

Griet Op de Beeck, een bekende Vlaamse auteur, gaf afgelopen maandag een openhartig interview in De Wereld Draait Door over haar incestervaringen die ze had ondergaan als zeer jong kind. Deze openbaring heeft enorm veel stof doen opwaaien. Op de Beeck kreeg veel waardering en bijval over haar openhartigheid en zeer goed onder woorden gebrachte verhaal. Nu is dit laatste op zich niet zo bijzonder, want Op de Beeck is nu eenmaal meester in het gesproken woord. Toch is er ook steeds meer kritiek te beluisteren op haar televisieoptreden en bekentenis, zowel van deskundigen als niet-deskundigen. Want zo gaat dat nu eenmaal wanneer mensen praten over seksueel misbruik uit een ver verleden.Deskundigen lieten zich veelal wat minder openlijk uit. Maar toch lieten ook zij al dan niet subtiel merken dat ze Op de Beecks verhaal sterk in twijfel trokken. De reden daarvan was overduidelijk: Op de Beeck had het namelijk gewaagd om te benoemen dat zij geen echte herinneringen meer heeft aan het door haar vader gepleegde misbruik. Het is een beetje als vloeken in de kerk. Want waag het niet om te beweren dat je herinneringen ietwat vaag en niet helemaal compleet zijn. Zélfs niet als de oorzaak hiervan de zeer jonge leeftijd en de daaraan gekoppelde verdringing is. Dat Op de Beeck wel degelijk beelden en fragmenten in zichzelf meedraagt doet kennelijk niet ter zake. Ook het feit dat ze tijdens therapie haar ontdekkingen heeft gedaan is not done. Fragmentarische of geen enkele herinnering, een wereld van verschil Critici zijn van mening dat Op de Beeck dit verhaal aangepraat heeft gekregen door haar therapeut. Wat op zich nogal knap is als je bedenkt dat bijna niemand weet bij wie ze nu in behandeling is geweest. Was het een goed opgeleide BIG-geregistreerde therapeut of een charlatan in de alternatieve hoek? Niemand kan het zeggen. De reden van het in twijfel trekken van haar getuigenis komt met name voort uit het feit dat Op de Beeck geen volledige maar slechts fragmentarische herinneringen heeft aan het seksueel misbruik. Nu is luisteren voor veel mensen sowieso al vaak een probleem en dus werd dit door velen uitgelegd als zijnde dat ze geen énkele herinnering meer zou hebben aan het ondergane misbruik. Niets is echter minder waar. Op de Beeck zegt namelijk letterlijk dat ze inderdaad niet meer weet dat het bijvoorbeeld kerst was, dat het regende buiten en met haar vader naar boven ging enzovoort. Van Nieuwkerk speelde namelijk terecht even voor advocaat van de duivel en vroeg gericht door. Dat Op de Beeck vervolgens weigerde om inhoudelijk in te gaan op de vraag wat zij zich dan nog wel precies herinnerde, omdat volgens haar zeggen zelfs haar eigen vrienden hier niet eens van op de hoogte zijn, wordt door velen uitgelegd alsof ze geen enkele aantoonbare herinnering meer zou hebben aan het drama. En dat terwijl ze toch echt een stukje van de sluier oplichtte in de vorm van walgelijke beelden die ze in zichzelf meedraagt. Het generaliseren van hervonden herinneringen is onjuist Het is het aloude probleem. Verdrongen en hervonden herinneringen bestaan niet en therapeuten praten hun patiënten van alles aan. Dat het inderdaad voorkomt dat sommige therapeuten suggestief zijn tijdens hun behandeling en patiënten soms in een bepaalde verkeerde richting sturen, zal ik beslist niet ontkennen. Maar dat betekent nog niet dat het daardoor ook juist is om hervonden herinneringen standaard in twijfel te trekken. Het is namelijk volstrekt normaal dat iemand zich op latere leeftijd slechts flarden en delen herinnert in plaats van een compleet levensverhaal. Een zeer jong kind heeft nu eenmaal niet het vermogen om alles gedetailleerd op te slaan in zijn geheugen. En dan heb ik het nog niet eens over de vele methodes waarvan sommige daders zich bedienen om dit soort gruwelijkheden uit het systeem te doen laten verdwijnen. Dat is niet alleen de mening van veel deskundigen, maar ook van mijzelf als mede-ex-slachtoffer van seksueel misbruik en extreem sadistisch geweld gedurende vele jaren in mijn kindertijd. Hoewel ik hierbij wel moet aanmerken dat dit zich in mijn geval buiten mijn ouderlijke woning en ons gezin heeft afgespeeld. Uit eigen ervaring ondersteun ik daarom Op de Beecks verhaal omtrent hervonden herinneringen ten aanzien van seksueel misbruik. Naast de beelden en fragmentarische herinneringen die zij zegt te hebben, is er bovendien ook nog het compleet vernachelde leven waar zij geregeld over spreekt. Haar ernstige eetstoornissen, depressies en de destructieve relaties die ze bijvoorbeeld aanging in het verleden. Ook dat loopt synchroon met mijn eigen ervaringen en is identiek aan mijn eigen leven. Daarmee beweer ik beslist niet dat dit altijd het ultieme bewijs is voor seksueel misbruik, wel dat het hierdoor een sluitend verhaal maakt.Griet Op de Beeck is zeer moedig geweest. Zij vergat alleen even wat iedereen graag wil horen. Mensen willen nu eenmaal het liefst perverse en gedetailleerde ervaringen uit iemands mond horen komen en nemen geen genoegen met alleen gruwelijke beelden of delen van het misbruik. Nee, Op de Beeck had uitgebreid moeten vertellen wat haar vader allemaal met haar uitgespookt had. Hoe smeuïger hoe beter, zullen we maar zeggen. Deze criticasters hadden graag van haar willen horen hoe ze vaak angstig en in een benarde positie in bed lag te wachten op haar vader. Wachtend op wat komen ging... Deze mensen hadden graag willen vernemen wat haar vader allemaal met haar kleine lichaampje heeft gedaan en hoe hij zuchtend op of in haar klaarkwam. Want dat is pas écht bewijsmateriaal, is het niet?Vergeten betekent overleven… Het argument dat (nieuwe) herinneringen die tijdens therapie naar boven komen pertinent onjuist zijn, is in een mum van tijd te weerleggen. Ieder mens heeft namelijk een ingebouwd zelfbeschermingsmechanisme om te kunnen overleven. Dat geldt in het bijzonder voor jonge kinderen die aan trauma’s onderworpen zijn. Wanneer dat mechanisme om wat voor reden dan ook afbrokkelt en de poorten naar de hel zullen opengaan, krijg men stapsgewijs toegang tot de herinneringen die voorheen in het onderbewustzijn gesluimerd lagen. Het is dus niet zo dat wij (ex) slachtoffers er eens even lekker voor gaan zitten met onze behandelaar en samen gaan zitten puzzelen en graven wat we nu weer eens naar boven zouden kunnen halen. Integendeel zelfs. Want bij iedere nieuwe schokkende ontdekking die zich aan ons opdringt, hoop en bid je dat de nieuwe informatie niet waar blijkt te zijn en dat je het jezelf gewoon alleen maar inbeeldt. En wanneer de ontdekkingen te gruwelijk zijn om te geloven hoop je zelfs dat je gek bent. Alles liever dan de waarheid te aanschouwen. Dit stap voor stap onthullen heeft een belangrijke functie: je zou anders volkomen doordraaien en je leven acuut willen beëindigen. En geloof me: ook als het stapsgewijs tot je komt zijn er periodes waarin je intens verlangt naar de dood en het einde om het te doen laten stoppen. Dus hoezo zoeken wij (ex) slachtoffers eigenhandig en doelbewust naar nieuwe herinneringen? De ontwrichtende terreur van de non-believers Het voortdurend schermen met het psychologenduo Crombag en Merckelbach wat veel critici momenteel doen, draagt nog eens extra bij aan het bespotten en in twijfel trekken van dit soort belangrijke getuigenverklaringen. Dit welbekende duo maakt er namelijk al decennialang een soort levensinvulling van om de spot te drijven met hervonden herinneringen en alles wat daarmee samenhangt, evenals rechtspycholoog Peter van Koppen. Dat deze so-called wetenschappers hiermee uitermate maatschappelijk ontwrichtend bezig zijn, schijnt onbelangrijk te zijn. Ook gisteren lieten Merckelbach en zijn evenknie van Koppen weer van zich horen via de Volkskrant en mochten zij hun bekende stokpaardje weer eens berijden. Dat er daartegenover ook vele deskundigen zijn die hun visie en bevindingen ernstig in twijfel trekken, ontkrachten en weerleggen, daar hoor je helaas maar weinig over in de media.Het menselijk bewustzijn: een onontgonnen terrein in de medische wetenschap Moeten we dan maar helemaal niet meer kritisch zijn ten aanzien van hervonden herinneringen? Jazeker moeten we dat wel zijn! Het is zelfs absoluut noodzakelijk. Er zullen nu eenmaal altijd mensen zijn die zich bewust of onbewust dit soort ervaringen inbeelden, deze aandikken of zelfs compleet uit hun duim zuigen. En ook zullen er altijd ondeskundige hulpverleners zijn die hun patiënten dingen in de mond proberen te leggen. Waakzaamheid is daarom beslist geboden. Maar laten we alsjeblieft stoppen om intelligente mensen, zoals Griet Op de Beeck en andere serieuze getuigenissen, in één klap van tafel te vegen omdat het fenomeen hervonden herinneringen zogenaamd niet zou bestaan. Op de Beeck is naar buiten getreden met haar incestervaringen uit haar vroegste jeugd. Een ieder mag daarvan vinden wat hij of zij wil. Maar zolang mensen niet begrijpen hoe hervonden herinneringen daadwerkelijk in elkaar steken en dit soort processen in het menselijk bewustzijn werken, lijkt het me verstandig om er vooralsnog het zwijgen toe te doen. Niet alleen voor Op de Beeck zelf en al helemaal niet voor ondergetekende. Want zowel Op de Beeck als ikzelf zijn namelijk genezen en gelukkig en hebben onze weg al moeten belopen. Nee, het zijn de huidige en toekomstige kinderen en volwassen slachtoffers waarom mensen zonder enige kennis van zaken hun mening voor zichzelf zouden moeten houden. Anders zullen deze slachtoffers nog steeds alleen blijven staan en er voor altijd het zwijgen toe doen.Break de silenceHet zijn de slachtoffers van nu waarom mensen zoals Op de Beeck en ik het zwijgen doelbewust doorbroken hebben. Dat is geen gemakkelijke keuze geweest. Maar het is helaas nodig om hardnekkige patronen te doorbreken en vernieuwingen van de grond te krijgen. Want zwijgen: dat is echt alleen iets voor daders.

#JIM
13Jul2017
JIM: een (ogenschijnlijk) simpele oplossing voor kinderen en jongeren met veelal complexe problematiek
Yvonne van Riemsdijk

Sinds enige tijd waait er een zeer welkome en frisse wind in hulpverlenersland, en wel de JIM-aanpak. JIM staat voor JOUW INGEBRACHTE MENTOR en is een prachtig initiatief dat ontwikkeld is door Levi van Dam. Jongeren met meer of minder complexe problematiek kiezen uit hun directe omgeving een mentor die hen ondersteunt en begeleidt en die tevens ook een vraagbaak en steun voor de ouders kan zijn. De doelgroep is jongeren van 12 tot 23 jaar oud, waarvan de meesten ambulant of klinisch in behandeling zijn binnen de jeugd-ggz of uit huis dreigen te worden geplaatst.Toen ik ruim een jaar geleden voor het eerst hoorde over de JIM-aanpak dacht ik gelijk terug aan de JIM van mijn eigen zoon. Of beter gezegd ónze JIM, want dat was wat zij uiteindelijk is geworden. De leerkracht van mijn zoon gezeten op het speciaal onderwijs, die zich geheel vrijwillig en uit pure liefde opwierp als JIM zijnde, was er namelijk niet alleen voor mijn zoon maar ook voor zijn twee broers en mijzelf. Nee, van de benaming JIM zoals tegenwoordig hadden wij twintig jaar geleden uiteraard nog nooit gehoord. Maar zonder het te weten waren wij beslist de ultieme voorlopers die ‘in het bezit’ van een JIM waren.Rots in de brandingDe leerkracht van mijn zoon was destijds niet alleen de redder in nood voor mijn zoon, maar zorgde (vaak in samenwerking met haar partner) er vooral ook voor dat mijn kind niet opnieuw werd opgenomen en zelfs thuis kon blijven wonen. Zij bezwoer crisissen, ondersteunde mijn zoon, fungeerde als time-out gezin wanneer een van de gezinsleden behoefte had aan rust of aandacht, en ving zelfs zo nu en dan ook de andere kinderen even op. Niet omdat dit laatste nu echt noodzakelijk was, maar omdat het voor hen ook weleens leuk was om onverdeeld de aandacht te krijgen van een ander, terwijl er feitelijk toch niets aan de hand is met je. Onze JIM was er soms ook voor mij wanneer ik compleet verloren was en het niet meer zag zitten. Denkende dat mijn zoon nooit meer volledig zou herstellen of ooit nog van zijn rits diagnoses af zou kunnen komen. Omdat hij destijds op 11-jarige leeftijd werd gediagnosticeerd met ADHD, Autisme, Gilles de la Tourette en LVB. Ik maakte me ongelofelijk veel zorgen over het feit dat hij nooit normaal zelfstandig zou kunnen wonen, geen normale baan zou aankunnen en nagenoeg geen sociale contacten zou hebben voor de rest van zijn leven. En dat hij daar bovenop ook nog eens voor altijd afhankelijk zou blijven van zowel zijn ouders als de hulpverlening. De behandelaren hadden ons dit alles namelijk goed duidelijk gemaakt. Ook hadden ze sterk benadrukt grote vraagtekens te zetten bij mijn resolute voornemen om mijn zoon na de lange opname toch weer thuis te laten komen wonen. Ik weigerde namelijk pertinent mijn zoon uit huis te plaatsen, een andere definitieve woonplek voor hem te zoeken en naar het doemscenario te luisteren wat de behandelaren ons hadden voorgehouden. Maar toch: daar sta je dan ineens, met lege handen en een toekomst die volledig uit handen weggeslagen is. Dat ik daarnaast ook nog eens zelf jarenlang zwaar ziek werd en er alleen voor kwam te staan met mijn drie nog jonge kinderen, maakten dit voornemen op voorhand al bijna onuitvoerbaar. En juist op dát moment meldde onze JIM zich bij ons. Zonder enige overdrijving kan ik zeggen dat zij voor ons de redder in nood en een geschenk uit de hemel was!Het roer radicaal omgooienNa verloop van tijd begon bij mij steeds meer het beeld te kantelen dat de behandelaren hadden voorgeschoteld over mijn zoon. Ik raakte er meer en meer van overtuigd dat ik met een gezonde benadering in combinatie met de hulp van onze JIM mijn zoon zou kunnen behoeden voor een toekomst als eeuwig psychiatrisch patiënt zijnde. Ik begon daarnaast ook te beseffen dat omgevingsfactoren een enorme impact hadden gehad op zijn vastlopen in plaats van dat de oorzaak geheel en alleen bij hem lag. Ik raakte er steeds meer van overtuigd dat de JIM en ik hoogstwaarschijnlijk in staat zouden zijn om het tij te kunnen keren. Niet dat ik dacht dat het appeltje eitje zou worden, dat beslist niet. Maar diep van binnen wist ik dat we met veel inzet, liefde en mankracht mijn zoon een ander en beter leven konden geven dan ons tot nog toe voorgehouden was. Gelukkig zaten de JIM en ik volledig op één lijn wat dat betreft. Ook zij geloofde niet in het feit dat dit alles onomkeerbaar was. En ook zij was net als ik bereid een andere weg in te slaan en dan gewoon maar eens te kijken waar het schip zou stranden. Want onszelf domweg neerleggen bij het inktzwarte scenario, zat niet in ons systeem. Simpelweg omdat wij beiden geloof hadden in mijn zoon en gewoonweg niet konden geloven dat het einde verhaal was voor hem. Geef JIM de ruimte! Naarmate de tijd verstreek raakten onze JIM en ik goed bevriend met elkaar. Wij werden een hecht team dat werkelijk alles over mijn zoon besprak. Hoe gaan we dit doen? Wat doen we wel en juist niet? Zitten we nog op de juiste golflengte of moeten we bijsturen? Hoe zien we de dingen onafhankelijk van elkaar en in hoeverre laat ik jou als JIM zijnde toe in mijn leven? Ik moest nadenken over grenzen. Afwegen wanneer en waarom zij gehoord moest worden door de behandelaren. Juist wanneer je kind jonger en psychisch ziek is, is het nodig dat je als ouder meedenkt vanuit je kind. Maar tegelijkertijd moet je ook bereid zijn om zo nu en dan een flinke stap terug te doen. Je moet je kind als het ware de JIM ook daadwerkelijk gunnen en hem of haar de vrije hand geven. Ik moest haar de ruimte geven mijn zoon te laten corrigeren, hem te troosten, hen samen lol gunnen, tijd met elkaar door te laten brengen, en last but not least: haar toestaan intens van hem te houden. Want dat was wat er plaatsvond. Wanneer je als moeder zijnde daartoe niet bereid bent of überhaupt niet toe in staat, dan is de hele JIM-aanpak op voorhand al gedoemd om te mislukken. Anderzijds moest de JIM mij als moeder constant blijven betrekken wanneer mijn zoon bij haar logeerde, ook al waren de problemen nog zo groot. Ook dat is een belangrijke voorwaarde om de JIM-aanpak succesvol te laten zijn.Wees niet bang voor JIMGeregeld hoor ik kritische en verbazingwekkende geluiden over de JIM-aanpak, en dan met name uit de hoek van de kinder- en jeugdpsychiatrie. Bang als ze zijn om intensief te moeten samenwerken met andere velddisciplines. Al zie en hoor ik gelukkig ook steeds meer geluiden dat men open begint te staan voor de JIM-revolutie. Verontrust laten sommige professionals geregeld geluiden horen die wijzen op angst. Bang als ze zijn dat zowel ouders als JIM er samen voor zouden kunnen zorgen dat zij een kleinere rol in de behandeling zullen krijgen of zelfs overbodig dreigen te worden. Niets is echter minder waar. De JIM-aanpak is een aanvulling óp, en zeker niet een vervangmiddel voor eventuele specialistische zorg. Toegegeven, het kan er inderdaad toe leiden dat ouders en kind tezamen met de JIM zonder enige vorm van hulp gedrieën besluiten samen verder te gaan. Net zoals dat in ons geval ook zo was. Maar is dat niet de mooiste uitkomst die je je maar kunt wensen als hulpverlener zijnde? Dat op termijn ouders en JIM samen het kind of de jongere onder hun hoede nemen en zich sterk genoeg voelen om zonder professionals hun weg verder te vervolgen? Het lijkt me toch van wel…Missie geslaagdMijn zoon is inmiddels eenendertig en is mede dankzij JIM uitgegroeid tot een prachtig en evenwichtig mens. Hij is al vele jaren kerngezond en leidt een zinvol bestaan en een zeer gelukkig leven. Hij woont vanaf zijn 24e jaar geheel zelfstandig en werkt al vanaf zijn 17e jaar fulltime in reguliere banen. Momenteel is hij plaatsvervangend leidinggevende bij een commercieel technisch bedrijf. Daarnaast heeft hij ook een groot sociaal leven. Maar waar ik toch het meest trots op ben, is dat hij uitgegroeid is tot een lief en sociaal mens die oog heeft voor zijn medemens. Het doemscenario is niet uitgekomen. Want zowel hijzelf, zijn moeder als de JIM hebben gevochten voor een andere toekomst en een gezond bestaan. Voor een leven buiten de kinder- en jeugdpsychiatrie. Zonder diagnoses, dossiers, stigma’s en hospitalisatie. Soms, wanneer ik naar hem kijk, zie ik nog steeds die kleine jongen van toen. Het jongetje in wie bijna niemand geloof had en die inderdaad bijna uit huis geplaatst was. Omdat er in de diepste duisternis niemand bereid leek te zijn om ons gezin te ondersteunen en ik voortdurend het gevoel had te moeten kiezen tussen het welzijn van mijn zoon of dat van mijn andere kinderen. Iets wat nagenoeg onmogelijk is voor een moeder.Met zowel mijn zoon, zijn broers als mijzelf gaat het al jarenlang uitstekend. Maar het was een lange, moeizame en loodzware weg. Een weg die wij nooit hadden kunnen belopen zonder de hulp en steun van onze JIM. Het lintje is dan ook enkel en alleen voor haar. Want zij is degene die ervoor zorg gedragen heeft dat mijn zoon en ik tot op de dag van vandaag nog steeds een zeer hechte band samen hebben. Dat ons gezin op het dieptepunt van ons leven toch niet uiteen gevallen is. Voor dat offer, want dat was het, zal ik haar en haar partner eeuwig dankbaar zijn. Omdat het zoveel meer was dan alleen maar JIM zijn.JIM verdient een breed podiumDe JIM-aanpak is een ogenschijnlijk simpele oplossing voor jongeren en ouders(!) die vast dreigen te lopen. Maar JIM is beslist niet alleen inzetbaar bij jongeren. Ook en juist vooral bij jongere kinderen zou JIM wonderen kunnen verrichten! Al moeten er dan wel de nodige aanpassingen plaatsvinden. Levi van Dam heeft samen met anderen iets geweldig moois neergezet. Iets waar ons gezin onbewust twintig jaar geleden al gebruik van heeft gemaakt. Nog iedere dag ben ik dankbaar dat ik dankzij de JIM-aanpak mijn zoon zelf groot heb mogen brengen. Ik hoef mijn zoon dan ook alleen maar even in de ogen te kijken om weer te weten waarom ik vind dat de JIM-aanpak door de jeugd-ggz met de rode loper binnengehaald zou moeten worden.

#transitie jeugdzorg
25Jun2017
Transitie Jeugdzorg: de grote pispaal voor alles wat er mis is!
Yvonne van Riemsdijk

De transitie van de jeugdzorg naar de gemeenten is een voldongen feit. Voor velen is dit een hard gelag. Ook voor mij als ik heel eerlijk ben, ook al heb ik er in mijn persoonlijk leven weinig meer mee van doen. Psychische zorg hoort mijns inziens thuis in het basispakket bij de zorgverzekeraar en is daarmee een taak van de overheid. Het benaderen als zijnde een tweederangs zorg, is niet alleen zeer kwalijk te noemen maar ook onjuist. Naarmate de problemen zich opstapelen ten gevolge van deze transitie, zie je dan ook dat de weerstand en de roep voor terugdraaien luider en luider wordt in de samenleving. Dat ook ouders zich steeds meer uitspreken in de media en naar buiten treden met schrijnende verhalen over hun psychisch zieke en veelal suïcidale kind, is ernstig genoeg om ook eens de andere kant van het verhaal voor het voetlicht te brengen. Temeer omdat professionals, en dan met name psychiaters, deze trieste en schrijnende verhalen direct aangrijpen om aan te tonen dat deze huiveringwekkende voorbeelden een direct gevolg zouden zijn van de transitie.Begrijp me niet verkeerd: ook ik wil graag dat politici de transitie zo spoedig mogelijk terugdraaien, zodat daarna de weg vrij gemaakt kan worden om de kinder- en jeugdpsychiatrie drastisch te hervormen. Iets wat hard nodig is. Maar strijden en beargumenteren hoort wel op zuivere gronden plaats te vinden. Iets dat nu op geen enkele wijze het geval is. Om te voorkomen dat de dingen steeds meer een eigen leven gaan leiden, en er nog meer dieptrieste details over het leven van suïcidale jongeren op straat komen te liggen, klap ik daarom uit de school. Wachtlijsten in de kinder- en jeugdpsychiatrie zijn er namelijk al decennialang, zowel in de ambulante als klinische zorg. Toegegeven, deze wachtlijsten fluctueren nogal eens en er zijn zelfs periodes geweest dat ze geheel verdwenen leken te zijn. Maar beweren dat wachtlijsten, geen tijdige adequate zorg en een gebrek aan crisisbedden een direct gevolg zouden zijn van de transitie, is pertinent een leugen. Hoezo transitie?Al in 1997 namelijk werd voor mijn destijds 11-jarige zoon heel Nederland platgebeld met de vraag of er misschien een crisisplek beschikbaar was voor hem. De behandelaren zaten met de handen in het haar en de situatie was zeer nijpend. Zonder verder in details te treden, mijn inmiddels kerngezonde volwassen zoon heeft immers recht op een stuk privacy, iets wat ik ook andere huidige ouders in soortgelijke situaties dringend wil adviseren, kan ik zeggen dat de situatie acuut was en de gevolgen van al dat leuren voor een plek groot waren. En dan hebben we het nog niet eens over het feit wat het met je doet als ouder zijnde als blijkt dat er gewoon geen plek is voor je kind, terwijl je toch echt dacht in een zeer welvarend land te wonen. Het pingpongen met mijn ernstig zieke kind, want zo voelde dat destijds, resulteerde uiteindelijk noodgedwongen in een spoedopname op de afdeling kindergeneeskunde in een algemeen regulier ziekenhuis. Vanwaar hij na een volle week uiteindelijk overgebracht werd naar een psychiatrische kinder- en jeugdkliniek. Dus hoezo transitie? Ook in de daaropvolgende jaren ben ik in mijn omgeving geregeld geconfronteerd met crisissituaties waar de jeugd-ggz geen antwoord op wist en voor wie geen goede behandelplek beschikbaar was. De gevolgen laten zich raden.Bescherm kwetsbare kinderen en jongeren tegen media-aandacht De impact van de transitie is enorm, de gevolgen aanzienlijk, de bureaucratie rijst de pan uit, en er vindt pure kapitaalvernietiging plaats in de vorm van sluiting van praktijken en instellingen. Ook is het een feit dat uitstekende betrokken professionals in steeds grotere getale hun vakgebied dreigen te verlaten en dat soms ook al gedaan hebben vanwege de enorme puinhoop. Toch, ondanks dit alles lijkt me het verstandig maar vooral ook zuiver om de juiste weg te blijven bewandelen wanneer men hiertegen in opstand wil komen. Daarnaast lijkt het mij goed dat men de kinderen en jongeren om wie het gaat in bescherming neemt tegen de levenslange impact en gevolgen, die het uitzonderlijk gedetailleerd op straat gooien van hun welbevinden heeft voor de lange termijn. Juist professionals zouden om die reden uiterst omslachtig te werk moeten gaan met deze o zo gevoelige informatie in plaats van dat zij er welig ge(mis)bruik van maken. Ooit, lang geleden was ik zo’n zelfde kind. Na een zeer traumatische jeugd raakte ik als adolescent jarenlang ernstig depressief, kreeg anorexia, werd uiteindelijk suïcidaal en deed daadwerkelijk een poging mijn leven te beëindigen. De gevolgen voor je verdere ontwikkeling zijn te allen tijde desastreus. Maar waar veel ouders en ook professionals niet bij stilstaan, is dat er een moment in je leven komt dat je als jongvolwassene de dingen achter je wilt laten. Dat je snakt naar een normaal leven en wilt vertrekken uit die patiënten- en slachtofferrol. Dat je net als ieder ander mens met een schone lei aan je nieuwbakken volwassen leven wil beginnen en iets moois wil opbouwen. Voor mij betekende dit, dat ik radicaal al mijn schepen achter me moest verbranden. Om die reden nam ik dan ook het besluit om te verhuizen, ver weg naar een andere woonplaats. Verlost van al die mensen die alles over mijn verleden wisten en me voortdurend met scheve ogen aan bleven kijken. Een andere mogelijkheid was er gewoonweg niet. Let wel: dit was nog vóór het internettijdperk! Hoe moeilijk moet dit dan wel niet zijn in de huidige tijd als alles voorgoed online staat? Of hebben deze kinderen en jongeren soms géén recht op een frisse en blanco start wanneer zij daar later behoefte aan hebben? Met een brok in mijn keel en veel mededogen kijk ik dan ook naar de psychisch zieke jongeren van nu. En dan vooral naar degenen waarvan ouders in praatprogramma’s en door middel van andere mediaoptredens de ellende van hun kind naar buiten brengen. Simpelweg omdat zij heilig geloven dat de oorzaak van geen adequate hulp enkel bij de transitie ligt. Nee, veroordelen zal ik deze ouders beslist niet. Per slot van rekening doen zij dit uit pure wanhoop en dat is op zichzelf al erg genoeg. Maar dat ook professionals over elkaar heen buitelen en deze drama’s inzetten om ten onrechte de schuld van dit alles in de schoenen van de transitie te schuiven, is werkelijk ten hemel schreiend. Juist zij zouden beter moeten weten en de gevolgen behoren te overzien.Al deze schrijnende voorbeelden hebben namelijk een aantal grote gemene delers: marktwerking, versnipperde zorg, veelal symptoombestrijding in plaats van adequate behandeling en het voortdurend doorschuiven van complexe patiënten, zijn zomaar wat oorzaken die medeverantwoordelijk zijn voor de ontstane situaties. Strijden voor de goede zaak doe je mijns inziens altijd met open vizier. En waar nodig durf je de hand ook in eigen boezem te steken. Kwetsbare kinderen en ouders gebruiken voor de so-called goede zaak, is dan ook beneden alle peil. Temeer omdat de oorzaak zoveel breder is dan alleen de transitie.Met open vizier het slagveld betredenVoor mijn zoon en vele anderen met hem, waren er geen psychiaters die de barricaden opgingen, in de pen klommen en de media aanschreven, geen twitterende psychiaters die voortdurend onjuiste informatie aandroegen zonder de hand in eigen boezem te steken. Nee, dat gebeurde allemaal niet omdat er nu eenmaal geen transitie plaatsgevonden had destijds. Niemand die opkwam voor onze kinderen, deze jongeren en hun ouders. Hadden ze dat namelijk wel gedaan dan was overduidelijk geweest dat er iets structureel mis was en is binnen de kinder- en jeugdpsychiatrie, alsmede met het overheidsbeleid ten aanzien van de hele zorg. Om die reden lijkt het mij dan ook zeer verstandig als professionals eerst eens wat verder leren kijken dan hun neus lang is. Weigeren ze dat stelselmatig dan zullen zij zichzelf en anderen nog meer schade toebrengen dan nu al het geval is. Zij zullen ten gevolge van deze houding nog ongeloofwaardiger worden dan ze nu al in de ogen van velen zijn. Laten we inderdaad hopen dat zij de euvele moed hebben om met open vizier het slagveld te betreden. In de eerste plaats natuurlijk voor de kinderen, jongeren en ouders zelf. Maar niet minder belangrijk: vooral ook voor de geloofwaardigheid van henzelf, hun eigen vakgebied en het voortbestaan van dit prachtige specialisme. Want dat is wat het te allen tijde blijft.

#marktwerking
18Jun2017
Marktwerking in de zorg: operatie geslaagd, patiënt overleden
Yvonne van Riemsdijk

Niet zo lang geleden liep ik na lange tijd weer eens een poosje mee in een middelgroot ziekenhuis doordat mijn vader een zware darmoperatie moest ondergaan, en heb ik weer even volop kunnen genieten van de ‘geneugten’ van de marktwerking in de zorg. Hoewel ik dacht toch redelijk bekend te zijn met de nadelen, is het altijd weer een spectaculaire belevenis om een update te krijgen wanneer een van je dierbaren deze zogenaamde vooruitgang aan den lijve mag ondervinden.Er werd namelijk met het zogeheten ERAS-programma gewerkt, wat staat voor Enhanced Recovery After Surgery, oftewel: versneld herstel na operatie. Sinds een aantal jaren werken veel ziekenhuizen naar volle tevredenheid met dit programma. Betere pijnbestrijding, zo kort mogelijk bedrust en meer en sneller bewegen zouden het herstel gunstig beïnvloeden. Dat de zorg na operaties hier en daar verbeterd kon worden zal ik beslist niet ontkennen. Maar hoegenaamde betere zorg gebruiken als dekmantel om patiënten sneller te kunnen ontslaan omdat het bedrijfstechnisch (let op dat woord!) gunstig is, is ronduit stuitend. Het enthousiasme van ziekenhuizen waarmee ze dit ERAS-programma en andere soortgelijke programma’s binnenhalen geeft dan ook te denken. De gemiddelde ligduur in ziekenhuizen is het laatste decennium een  race to the bottom  geworden. Hoe korter de ligduur, hoe beter je het schijnt te doen als ziekenhuis. Efficiënt werken noemen ze dat, geloof ik.Spartaans regimeWat dit efficiënte werken en het ERAS-programma in de praktijk betekent, heeft mijn vader aan den lijve kunnen ondervinden. Direct na de operatie trad het strakke protocol in werking: vanaf dag één(!) werd in een razend tempo het bewegen en uit bed zijn opgebouwd. Patiënten moeten zes(!) uur per dag uit bed en twee keer per dag een wandeling over de afdeling maken. Alles onder het mom dat het goed zou zijn voor het herstel. Dat het doel van dit ‘regime’ vooral gericht was op ontslag op dag vijf en dat voor deze operatie een paar jaar geleden nog tien tot veertien dagen stond, lieten ze voor het gemak maar even achterwege. Ook de pyjama en ochtendjas zijn heden ten dage verbannen en alleen gewone kleding is nog toegestaan, ongetwijfeld met het idee dat dit het herstel nog meer zal bespoedigen. Dat mijn vader al na drie dagen compleet uitgeput was en hard-hollend achteruit ging, had niemand echter in de gaten. Want naast de liefdevolle verzorging die hij zeker ook kreeg, durfde niemand af te wijken van dit programma. De maat voor mij was vol toen ik op dag vier mijn vader uitgeput, compleet van slag en als een wrak, half hangend aantrof in een stoel. Nadat ik verbijsterd en met de rook uit mijn oren mijn vader terug in bed had gelegd - ondertussen briesend dat het hier toch geen Noord-Korea is - maakte ik even een ‘babbeltje’ met een van de verpleegkundigen. Nog diezelfde avond was het hele programma van de baan en kwam er zorg op maat.De race to the bottom is qua ligduur geslaagd volgens ziekenhuizen. Trots slaan ze zichzelf op de borst en omarmen ze enthousiast talloze programma’s die de ligduur aanzienlijk verkorten - soms zelfs met meer dan 50% - en kijken ze glunderend naar de cijfers en winstmarges. Dat patiënten al jarenlang als wrakken naar huis gaan, er onnodig veel heropnames zijn, en patiënten doodsangsten uitstaan, schijnt onbelangrijk te zijn. De tijd dat je rustig mag herstellen in een ziekenhuis is voorgoed voorbij. Want zoals het een goed bedrijf betaamt ligt de focus op lopendebandwerk, productie draaien, logistiek, een snelle doorloop en winst maken. Toepasselijker kan haast niet: operatie geslaagd, patiënt overleden…

#antidepressiva
08Apr2017
Het miskende gevaar van antidepressiva
Yvonne van Riemsdijk

Na een relatief korte stilte was het weer zover: zaterdag 8 april jl. bracht de Volkskrant een groot artikel over het gevaar van antidepressiva, oftewel de zogeheten SSRI’s. Deze keer was het een interview met een vader wiens dochter was vermoord door haar huidige vriend en zijn toekomstige schoonzoon. Een nog jonge man waar hij en zijn vrouw nota bene ontzettend veel van hielden. Het was het zoveelste drama dat zich afspeelde rond antidepressiva, er lijkt geen einde aan te komen. Wereldwijd vinden talloze moorden en zelfmoorden plaats ten gevolge van antidepressiva. En hoewel de discussie onder deskundigen inmiddels groteske vormen aanneemt, blijft een ferm standpunt ten nadele van SSRI's nog steeds achterwege. Het zijn dramatische gebeurtenissen die je bijna verscheuren wanneer je de details hoort en je ze goed tot je door laat dringen. Misschien is dat laatste wel waar het aan schort. Want de meeste psychiaters willen deze details liever niet horen. Piloten die ongelukken maken en zelfs een heel passagiersvliegtuig tegen een bergwand te pletter laten slaan, liefhebbende ouders die hun hele gezin uitmoorden, jongeren die zichzelf ophangen of al schietend hun klasgenoten doden, en lone wolves die zogenaamd terroristische aanslagen plegen. Stelselmatige ontkenningZodra psychiaters ook maar enigszins notitie nemen van de dramatische gevolgen van het grootschalige antidepressiva gebruik, zijn velen er als de kippen bij om al dit leed te verklaren door een verkeerd voorschrift of inname. Meestal vinden dit soort ernstige geweldsdelicten namelijk plaats gedurende de op- en afbouwfase, onregelmatig gebruik, en wanneer patiënten willen stoppen. Meestal ja, want dat is beslist niet altijd het geval. En dan nóg. Hoe is het in vredesnaam mogelijk dat gruwelijke moorden en zelfmoorden geaccepteerd worden enkel vanwege het feit dat ze zich vaak tijdens de op- of afbouwfase voltrekken? Stel je toch eens voor dat eenzelfde risico zich bijvoorbeeld zou voordoen bij een bepaald soort antibioticum of bloedverdunners. De wereld zou op zijn kop staan! Deze middelen zouden dan ook linea recta van de markt gehaald worden. Maar nee, niet in de wereld van de psychiatrie waar alles geoorloofd lijkt te zijn en waar men kritiek van buitenaf niet of nauwelijks lijkt te kunnen handelen. Een ander veelgehoord argument is dat veel patiënten nu eenmaal baat hebben bij antidepressiva. Met andere woorden: de uitglijders, ontsporingen en geweldsdelicten zijn dus geoorloofd en geaccepteerd als een soort ingecalculeerd risico en wegen niet op tegen de voordelen die veel patiënten lijken te genieten. Lijken inderdaad. Want terwijl het lijkt of mensen herstellen door het slikken van antidepressiva, is het in wezen niets meer dan een kunstmatig chemische trucje. Op de korte termijn mogen patiënten dan misschien goed reageren met een verbeterde stemming, de oorzaak van de depressie blijft wel degelijk voortbestaan. Dat dit grote gevolgen heeft voor de lange termijn is dan ook niet meer dan logisch. Niet voor niets slikken veel patiënten vaak jarenlang SSRI's en keren de depressies geregeld terug in hun leven. Daarnaast is het zo dat patiënten die willen stoppen vaak ogenschijnlijk terugvallen in angsten en sombere gemoedstoestanden. Dat al deze hernieuwde klachten gewoon een gevolg zijn van het niet of minder slikken van hun medicatie, willen artsen liever niet weten. Zouden ze dat wel toegeven dan zouden ze immers ook moeten erkennen dat ze hun patiënten, zeker voor de langere termijn, schadelijke middelen adviseren en voorschrijven. Meestal is hun reactie op deze terugkerende symptomen dan ook dat de depressie is teruggekeerd, terwijl dat beslist niet het geval is. Dat patiënten zich in al hun wanhoop vastgrijpen aan deze desastreuze middelen is natuurlijk zeer begrijpelijk. Zeker als artsen hun voortdurend vertellen dat een antidepressivum hoogstwaarschijnlijk de oplossing voor hun klachten zal zijn. Aan hun lijden zal ik dan ook beslist niets afdoen. Net als dat ik ook hun keuze begrijp en die niet zal veroordelen. Dat het uiteindelijk niets meer dan een quick fix met verstrekkende gevolgen is, daar zijn patiënten meestal niet van op de hoogte; en artsen laten deze informatie voor het gemak meestal maar achterwege. Extra kanttekening nog hierbij is dat veel psychiaters überhaupt te weinig kennis hebben van de bij- en uitwerkingen van psychofarmaca. Alles een stoornis? Naast de gruwelijke moorden en zelfmoorden (dit zijn namelijk geen zelfdodingen maar zelfmoorden), zijn er ook nog de vreselijke bijwerkingen die artsen vaak afdoen met geheel nieuw geïntroduceerde stoornissen. Bijwerkingen zoals agressie en agitatie komen veelvuldig voor, óók en voorál bij kinderen. Maar in plaats van ze te laten stoppen met antidepressiva, krijgen deze volwassenen en kinderen er meestal gewoon nog wat stoornissen bij opgeplakt. ODD of MCDD zijn hierdoor een veel voorkomend iets in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Kinderen die met angsten, somberheid, hyperactiviteit en concentratieproblemen aanvangen en uiteindelijk een waslijst aan stoornissen hebben puur en alleen ten gevolge van medicatiegebruik, zijn tegenwoordig bijna gemeengoed. Nee, moorden zullen deze kinderen meestal niet, ze zijn per slot van rekening kind. Maar de agressie, onhandelbaarheid en gedragsproblemen nemen op de lange termijn vaak in veelvoud toe. Dit alles zonder dat ook maar iemand op het idee lijkt te komen dat de medicatie wel eens de oorzaak zou kunnen zijn. Ouders krijgen ten gevolge hiervan meestal te horen dat deze symptomen bij de desbetreffende stoornis horen of er komen gewoon ineens wat stoornissen bij. Men goochelt wat met termen als comorbiditeit, men knipt en plakt wat met diagnoses, en last but not least breidt het medicatiepakket zich alras uit om alle bijwerkingen en nieuwe symptomen de kop in te drukken. De duistere rol van de farmaceutische industrieDe grote schuldige van dit alles is natuurlijk Big Pharma. Want laten we het nog maar even heel duidelijk stellen: ook psychiaters hebben zich decennialang op het verkeerde been laten zetten door slechte en misleidende onderzoeken van de veelal corrupte farmaceutische industrie. Slechte en kortlopende onderzoeken, het verdonkeremanen van ernstige bijwerkingen en zelfs suïcides gedurende de onderzoeken, en het niet openbaar maken van onderzoeksopzet en negatieve uitkomsten, is de gangbare praktijk. Dat ook voor toezichthouders een grote beschuldigende rol is weggelegd, blijkt wel uit het feit dat zij stelselmatig weigeren wetenschappers inzicht te geven in onderzoeken van de megalomane farmaceutische bedrijven. Dit onder het mom dat het schadelijk is voor het commerciële belang van de betreffende bedrijven. Laat ik het nog maar even goed benadrukken: het commerciële belang van de farmaceutische industrie geniet klaarblijkelijk een hogere prioriteit dan de gezondheid van mensen en het vertrouwen in de geneeskunde op zichzelf! Deskundigen zoals de prominente Amerikaanse psychiater en emeritus Hoogleraar psychiatrie Allen Frances en de Deense arts en Hoogleraar klinisch onderzoek Peter Gøtzsche hebben hier een aantal zeer goede boeken over geschreven. Let wel: allemaal zeer gegrond en uitstekend wetenschappelijk onderbouwd! Hoog tijd voor een paradigmashiftWe leven in een tijd van hervormingen, dat geldt met name voor de gezondheidszorg en wel in het bijzonder voor de (kinder- en jeugd) psychiatrie. Het stelselmatig afbranden van psychiaters wat tegenwoordig veelvuldig aan de orde is, zal mijns inziens echter geen verbetering brengen. In deze turbulente tijd hebben ook zij het beslist niet gemakkelijk. Dat hun onbuigzame houding niet helpend is in het proces naar vernieuwing, speelt daarbij zeker een belangrijke rol. Maar moeten toegeven dat je het decennialang klaarblijkelijk toch niet helemaal goed hebt gedaan, zelfs al is dat veelal onbewust, is niet alleen bijzonder pijnlijk en schaamtevol, maar kan ook een gevoel van gezichtsverlies oproepen. Vooral dit laatste is iets waardoor de hakken nog meer in het zand zullen gaan wanneer psychiaters geconfronteerd worden met uiterst scherpe maar goed onderbouwde kritiek. Heel bewust laat ik hier degenen die banden hebben met de farmaceutische industrie even buiten beschouwing. De hervormingen zullen namelijk moeten komen van de dapperen en zuiveren onder hen. De psychiaters die bereid zijn hun nek uit te steken en tegen de stroom in durven te roeien. Het zou goed zijn als psychiaters gaan beseffen dat de tegengeluiden van critici een belangrijke boodschap vertolken. Een boodschap die zegt dat de tijd rijp is voor hervormingen en het zuiveren van de psychiatrie in haar geheel. Het is aan deze generatie psychiaters om een complete paradigmashift te bewerkstelligen. Iets wat toch ook een buitengewoon eervolle taak is. In de eerste plaats natuurlijk voor hun zieke en kwetsbare patiënten. Maar niet minder belangrijk: alsmede voor hun eigen vakgebied. Een prachtig specialisme wat in de ogen van veel mensen van zijn voetstuk gevallen is. Besmeurd als het is door de veelal corrupte farmaceutische industrie, gecorrumpeerde artsen, en de onbuigzaamheid en gesloten mind van de eigen beroepsgroep. Een kijkje achterom nemend in onze geschiedenis, leert ons dat grote hervormingen altijd gepaard gaan met pijn, weerstand en angst. Vasthouden aan het oude uit angst voor het nieuwe, is nu eenmaal menselijk. Het is dan ook enkel voorbehouden aan de pioniers in het veld om deze nieuwe kar te trekken. Het wachten is op klaroengeschal...