1960-1980

Lid sinds: 01-01-2018

Vind je het leuk om aan de jaren 60 en 70 herinnerd te worden, dan ben je hier van harte welkom. Naast dit profiel beheer ik pagina 1960-1980 op Facebook.

Ook schrijf ik af en toe een verhaal of gedicht en doe mee met de maandelijkse schrijfuitdaging op Yoors.

Bedankt voor je bezoek!

Yvonne
#schrijfuitdaging
09Nov2019
Logeren
1960-1980

“Ah toe nou mam, mag Eline bij me logeren?” vroeg Eline’s vriendinnetje Sara die middag wel acht keer aan haar moeder. Uiteindelijk stemde ze toe om van het gezeur af te zijn. En zo geschiedde. Eline ging naar huis om haar pyjama en wat toiletspullen op te halen. Ze was snel weer terug, want ze woonde in het huis ernaast. ‘s Avonds tijdens het eten zaten ze met het hele gezin aan tafel; Sara, haar ouders en het jongere broertje. Eline zat tussen de kinderen in, recht tegenover Sara's vader. Ze zag hoe hij de maaltijd naar binnen schrokte. Met zijn mond open vermaalde hij de aardappelen en stukken vlees tussen zijn kiezen en na afloop liet hij een dikke vette boer, die hij zo lang mogelijk probeerde aan te houden. Het gebeurde vaak dat de vader te lang naar haar keek. Hij nam haar dan helemaal in zich op. Ze gruwelde ervan. Ook huiverde ze van zijn stemgeluid dat laag en schor klonk. Hij had de rauwe stem van iemand die te veel dronk en rookte. Als hij iets wilde zeggen sprak hij niet, maar kwam het geluid bulderend zijn strot uit. Ze had ook wel eens gezien hoe hij met zijn hand in zijn kruis krabde en haar daarbij uitdagend bleef aankijken. Ze voelde zich op zulke momenten heel ongemakkelijk en een rilling ging door haar heen. Ze griezelde van hem en begreep niet dat Sara’s moeder met deze man getrouwd was. Na het eten moest de moeder van Sara weg. Ze was lid van een of andere vereniging en zat in het bestuur. Iedere eerste maandag van de maand was er een vergadering. Om elf uur zou ze weer terug zijn. De hele avond speelden de meisjes op de kamer van Sara. Ze vertelden elkaar geheimen, giechelden om elkaars grapjes en keken af en toe televisie. Tegen tienen kleedden ze zich uit en liepen naar de badkamer om zich te wassen en hun tanden te poetsen. Eline spoelde haar mond, richtte zich daarna op en keek in de spiegel. Ze keek hem recht in zijn ogen en haar lichaam verstijfde. In de deuropening stond de vader de meisjes te observeren. Hij zag hoe ze schrok en zei: “Opschieten dames, het is al laat, jullie moeten slapen!”, terwijl hij Eline een knipoog gaf. Sara kreeg nog een pilletje, wat ze met water moest doorslikken. “Hier vitamine C”, zei hij “daar krijg je weerstand van!”. Eline en Sara kropen in bed. Ze hadden twee matrassen naast elkaar op de grond gelegd en het dekbed er overheen gedrapeerd. Na een paar minuten merkte Eline dat Sara al in slaap gevallen was. Ze hoorde haar zacht ademen, in uit, in uit. Buiten raasde de wind om het huis en het leek of er iemand in de verte wegrende. Op de overloop kraakte er iets. Ze hield haar adem in om zo goed mogelijk te kunnen luisteren. De geluiden kon ze niet thuisbrengen en het lukte haar niet om in slaap te komen. Ze had koude voeten en voelde een aandrang om te plassen. Ze wist dat als ze niet naar de wc zou gaan ze zeker niet in slaap zou vallen. Maar het gekraak op de gang beangstigde haar. Wat als het de vader van Sara was? Ze kreeg kippenvel bij het idee. Ze wachtte nog even en toen ze vermoedde dat de kust veilig was, kroop ze voorzichtig en zo geruisloos mogelijk uit bed. Ze wilde haar vriendinnetje niet wakker maken.  Op blote voeten sloop ze over de koude laminaatvloer richting de deur van de slaapkamer. Ze pakte de deurknop vast en bewoog hem heel langzaam naar beneden, hopend dat hij geen geluid zou maken. Ze stond in de gang. Het was zo donker dat ze geen hand voor ogen kon zien. Op de tast zocht ze naar een lichtknopje. “Gelukkig!” dacht ze en knipte het licht aan. Ze liep naar de badkamer en loosde haar blaas. Ze probeerde daarbij niet teveel geluid te maken. Ze hees haar onderbroekje op en liep op haar tenen terug naar de slaapkamer. En toen gebeurde het. Net voordat ze de deur van de slaapkamer had bereikt werd ze van achteren gegrepen. Ze voelde de sterke rechterhand van Sara‘s vader op haar mond en zijn linkerarm om haar middel geklemd. Hij tilde haar met een ruk op, draaide zich wild om en liep met grote passen de gang door naar de andere kant van het huis. Ze wist dat daar de slaapkamer van Sara’s ouders was. Ze was er wel eens met Sara geweest als ze iets moesten pakken voor Sara’s moeder. Zo hard ze kon sloeg ze met haar armen en spartelde met haar benen, ze probeerde naar achteren te trappen, maar hoe harder ze trapte des te steviger drukte de vader zijn hand op haar mond en zijn arm om haar middel. Na een paar minuten gaf ze zich gewonnen. Ze voelde instinctief aan dat ze zich niet van hem los kon maken, omdat hij fysiek zo veel sterker was dan zij. Ze stopte met zich verzetten, haar lichaam verslapte en ze besloot het te laten gebeuren, wat het ook was dat komen zou. Het was voor haar de enige manier om dit te kunnen doorstaan. Ze probeerde niets te voelen en het leek of ze weg zweefde. © Yvonne 1960-1980, dit verhaal is geschreven voor de schrijfuitdaging van november 2019 van Hans van Gemert, waarbij de volgende zinnen in de tekst gebruikt moesten worden: Het was zo donker dat ik geen hand voor ogen kon zien. Op de tast zocht ik naar een lichtknopje... Headerfoto: Pezibear Tags: #schrijfuitdaging#logeren#kindermisbruik Lees meer Sammie De paardenjongen De Lift

#schrijfuitdaging oktober 2019
03Oct2019
De paardenjongen
1960-1980

Het was vroeg in de ochtend en de dauw lag nog over de velden. Een man van een jaar of achtenveertig liep op klompen met een gebogen rug naar de paardenstal en maakte de deur open. Hij deed dit iedere ochtend, maar vandaag had hij een andere tred. Hij slenterde en zijn schouders hingen lager. Hij begroette zijn paarden altijd door ze één voor één over hun snuit te aaien. Toen hij halverwege de stal was en bij zijn lievelingspaard aankwam, vulden zijn ogen zich met vocht en voelde hij de eerste traan over zijn wang rollen. Al snel volgden er meer, waarna hij in snikken uitbarstte. Zijn hart ging altijd al uit naar de paarden. Als klein jongetje mocht hij met zijn vader mee naar de koersen in Duindigt en Wolvega. Naast zijn vader zat hij dan op de grote tribune tussen de mensen. Hij keek ademloos naar de paarden, die met hoge snelheid over de renbaan stoven om als eerste bij de finish te eindigen, en naar de pikeurs, die op hun sulky's de paarden aanspoorden om steeds sneller te rennen. Prachtig vond hij dat. Na afloop van de wedstrijd gingen ze altijd bij de paarden kijken. Op de koers was het vaak heel druk. Mensen kwamen in groten getale van de tribunes naar beneden. Sommigen liepen direct naar de loketten, omdat ze bij het wedden op hun favoriete paard gewonnen hadden. Anderen gingen wat drinken. De illegale bookmakers hadden het druk met het uitbetalen van de winsten aan de mensen die bij hen gegokt hadden. Daar tussendoor liepen de paarden terug naar hun vaste plekken. Ze waren bezweet door het harde rennen. De knechten spoelden ze af en  daarna werden ze geborsteld. Ondanks dat hij klein was en de paarden heel groot, was hij niet bang uitgevallen. Hij durfde dichtbij te komen en ze te aaien. Vol bewondering keek hij omhoog naar het prachtige dier. De grote bruine ogen keken hem lief aan en hij voelde dat hij het paard kon vertrouwen. Het gebeurde wel eens dat zo'n knecht hem oppakte en bovenop het paard zette. Vanaf die hoogte kon hij over de hoofden van de mensen kijken. Een brede lach verscheen op zijn gezicht en zijn ogen begonnen te glimmen. Later thuis zou hij trots aan zijn moeder vertellen wat hij meegemaakt had.  Vanaf een jaar of vijftien werkte hij bij een paardentrainer. Hij maakte de boxen schoon, voorzag ze van nieuw stro, verzorgde de paarden en zette ze aan de loopmolen. Ooit zou hij zijn eigen bedrijf beginnen wist hij.  Een paar weken na de bruiloft met zijn vrouw kon hij een stuk land huren van een boer in de buurt van Arnhem. De boer woonde op een boerderij ernaast. Er was ook een stal met paardenboxen. Die kon hij erbij huren. Hij kocht een stacaravan om in te wonen en zette die op het land. Hij bouwde hekken en zorgde dat alle voorzieningen aanwezig waren. Al gauw wisten paardeneigenaren hem te vinden en zijn bedrijf liep steeds beter. Hij trainde de paarden en maakte ze klaar voor de koersen. Ook oude paarden konden bij hem hun oude dag doorbrengen. Omdat hij zelf als pikeur deelnam aan de wedstrijden en regelmatig mooie prijzen won, werd zijn naam bekend in de paardenwereld. Iedereen kende hem. Dag en nacht was hij met zijn paarden bezig. Het was hard werken en rijk werd hij er niet van. Twintig jaar lang deed hij dit. Samen met zijn vrouw kreeg hij twee dochters. Ze bleven in de caravan wonen en de kinderen groeiden op tussen de paarden. Ze hielpen hun vader en genoten van het buitenleven. De meisjes werden succesvol in de dressuur. Het hele gezin was gelukkig, ondanks dat ze nooit lang weg konden van het bedrijf. Nooit eens een weekje op vakantie.   Hun geluk werd in een klap weggevaagd toen ze hoorden dat de boer zijn boerderij en het bijbehorende land wilde verkopen. De huizenprijzen waren zo hoog gestegen, dat de boer nu zijn slag wilde slaan. Het gezin moest vertrekken en de stacaravan moest van het land af. Hij dacht dat hij dit kon aanvechten. Hij was tenslotte al twintig jaar huurder en daarmee had hij bepaalde rechten verworven, veronderstelde hij. Hij was teleurgesteld, maar ook kwaad en strijdlustig. Hij wilde het bedrijf dat hij had opgebouwd en waar hij van jongs af aan van had gedroomd, niet zo maar opgeven. Het was zijn passie en hij kon niets anders. Geld om in iets nieuws te investeren had hij niet. En waar vond je zo snel een groot stuk land en moest zijn gezin wonen? Zijn meiden zaten hier op de middelbare school en hadden hun vriendinnen. Waar moest hij naartoe? Vragen, die hem 's nachts uit zijn slaap hielden. Hij leende geld van zijn vader en een paar bekenden, en begon een proces tegen de boer. Na drie jaar vol spanning en frustratie kwam de uitspraak van de rechter. Hij moest binnen een maand vertrekken. De proceskosten, inclusief een schadevergoeding, van dertigduizend euro kwamen voor zijn rekening.  Dit was zijn laatste dag in de stal. Morgen zouden alle eigenaren hun paarden komen ophalen en zou hij met zijn gezin vertrekken naar een huurwoning vijftig kilometer verderop. Hij voelde zich moegestreden en wist niet of hij de kracht nog had om bij een baas te gaan werken. © Yvonne 1960-1980, dit verhaal is geschreven voor de schrijfuitdaging van oktober 2019 van Hans van Gemert en geïnspireerd op de foto hiernaast. Het verhaal is deels fictie, deels non-fictie. Foto's: Pixabay Het paradijs Read more

MEER