Stories: De kubus


Dit verhaal telt 635 woorden en doet mee aan de #schrijfuitdaging-november-2018 van Hans van Gemert. Het is op mijn smartphone geschreven. Ik ben een #mobieleblogger.

Zij zaten er al een poosje, na hun vlucht op twee vouwfietsjes en het verblijf in de garage, zat er niets anders op dan een ruit in te slaan. De ruit van hun oude, inmiddels onbewoonde woning. Het was te koud geweest om op de stenen vloer van de garage te slapen met alleen een deur om onder te liggen. Deze hield de ergste kou tegen, maar het was niet genoeg. Er stond verder alleen nog een oude, bolbuikige koelkast die bij hen dienst had gedaan als ijskast, dankzij de kapotte thermostaat. Een achtergelaten bevroren rijstevlaai hadden zij gedeeld. 


Achter de schotten op zolder was het goed vertoeven. Er was niet veel ruimte, het was er pikkedonker, warm en veilig. Zij had er heel wat uren alleen doorgebracht, het grootste gedeelte van haar leven. Nu zaten zij er samen. Schoven zij samen zo ver mogelijk naar achteren. Bang om ontdekt te worden, weer terug gestuurd te worden naar de hel waar zij eindelijk uit ontsnapt waren. Het enige wat zij nu nog wilden was slapen, gewoon even de ogen dicht en nergens aan denken. Morgen zouden zij proberen om vrienden te bereiken, om hulp vragen. 


Zij probeerde zich zo klein mogelijk te maken, haar lange benen bij zich te houden. Als er iemand ontdekt zou worden zou zij dat vast zijn. De andere twee zouden haar dat niet in dank afnemen. Voor hen was zij sowieso de zondebok. Een misselijk gevoel maakte zich van haar meester. Hoorde zij stemmen, waren zij niet alleen? Zij probeerde zich nog kleiner te maken en kroop zover mogelijk achteruit. Weg bij de opening, bang voor een licht dat ineens door het schot naar binnen zou schijnen. Zij tastte om zich heen, achter zich en voelden een hard voorwerp, greep het vast. Langzaam en geruisloos hield zij het omhoog. Een glimmend doosje of... was het een rubiks-kubus? De andere twee staarden haar in stomme verbazing aan. 

"Wat heb je daar", siste de oudste. Zij stak een hand uit en wilde het doosje grijpen. 

"Afblijven", fluisterde zij terug, "ik heb het gevonden. Het was er nooit. In al die jaren die ik achter de schotten doorbracht, is dit doosje er nooit geweest."

"Kan het open", siste de jongste, "dan kunnen we zien wat het is. Misschien is het wel iets waardevols". Zij deed een mislukte poging om de kubus te grijpen. 

"Wat een vreemd ding", fluisterde de oudste, "ik heb het ook nooit gezien. Je doet maar wat je wilt. Ik ga slapen".


Zij draaide het glimmende doosje langzaam rond. Het was te donker om te zien of en zo ja waar het open kon. Zou zij het meenemen naar buiten of weer terugleggen waar zij het gevonden had? Vermoeid legde zij haar hoofd tegen de muur, schoof het doosje onder haar kleren, sloeg haar armen om zich heen en viel in slaap. 


Met een ruk schrok zij wakker. Stemmen, een fel licht in haar gezicht. Het schot was weg, zij waren gekomen. Zij probeerde haar benen in te trekken, te laat. 

"Hier zitten ze", schreeuwde een stem, "vooruit eruit met jullie!"

Zij hoorde de anderen opgeschrikt uit hun slaap omhoog krabbelen. 

"Wie zijn jullie, wat moeten jullie hier, ruiten inslaan, zijn jullie gek geworden!" 

De anderen zwegen, voor het eerst in hun leven gaven zij geen antwoord. Haar handen knepen steeds harder in de kubus, zij voelde de paniek opkomen. Zagen zij haar niet? Was zij eindelijk vrij? 

"Kijk of het leeg is achter het schot", hoorde zij een andere stem zeggen. Vrijwel gelijk scheen er een fel licht op haar benen. 

"Hier zit er nog een", gromde de stem nu. De angst sloeg haar om het hart, haar panic room, veilig schuiloord was ontdekt. Zij kneep stevig in de kubus, het lichte fel op, een flits en... weg was zij.

Stories: Vies zaakje -1 (140w)

In deze korte #verhalen serie komt het kubusachtige doosje ook weer voor.