Dit heeft niets te maken met zij instromer zijn. Maar alles met een schrijfuitdaging die Hans van Gemert in het leven riep. Het leek me wel leuk om mee te doen. Een verhaal tussen de 250 en 600 woorden schrijven met daarin verwerkt een tiental verplichte woorden.

Hier is meer info over de uitdaging en de verplichte woorden.

Nu mijn bijdrage aan deze uitdaging:

Woedend smeet hij zijn mobiel door de kamer en schreeuwde: ‘Het is klaar over en uit! Hoor je me goed? Kláár! Helemaal! Voorgoed!’ Toen pakte hij zijn jas, beende tussen de verhuisdozen door naar buiten en smeet de deur met een harde klap achter zich dicht.

Wat dacht dat domme wicht wel! Een rupsje-nooit-genoeg dat was het! Alles, werkelijk alles heeft hij haar gegeven. Zijn liefde, zijn trouw, zijn onvoorwaardelijkheid. En zij? Die trut had alles verspeeld. Maar nu is het is afgelopen, hij laat niet meer met zich sollen.

Ze hadden net een nieuw huis gekocht, ze hadden het over stoppen met de pil. En nu dit..
Boos schopte hij met de neus van zijn schoen in het zand. Alleen al hoe hij haar ontrouw ontdekt heeft. Dacht ze echt dat hij zo onnozel is? Hij vermoedde al langer dat er iets niet pluis was maar zij ontkende natuurlijk als de onschuldigste van land. Maar hij wist het zó zeker, ze straalde, had dromerige ogen. Ze was duidelijk verliefd. Maar niet op hem. Hij kon zijn bril wel in de brillenkoker kon laten zitten om dát te zien.

In haar telefoon had hij niets kunnen vinden. Geen vreemde oproepen, geen onbekende nummers. Ook in haar mailbox vond hij niets vreemds. Toen hij haar aktetas openmaakte en doorspitte had hij deze bijna alweer gesloten totdat hij puur op gevoel haar etui open maakte. En jawel! In plaats van pennen zaten hier foto’s in van hun samen. Zij en hij. De foto’s logen er niet om want het waren puur natuur foto’s.

40 minuten later stond hij voor de deur. Onderweg had hij een pizza gehaald en terwijl hij de warme pizzadoos in zijn ene hand hield stak hij met zijn andere hand de sleutel in het slot en liep naar binnen. Daar zat ze. Hij haalde diep adem en zei ‘Mam, ik kom voorlopig weer thuiswonen...’