Alzheimer: met een raket naar de maan


Ze zit in de stoel waarin ze de laatste tijd steeds vaker zit. Ik heb mijn oom meegenomen. Ze lijkt hem te herkennen. In elk geval komt ze overeind zodra ze ons ziet. Ze omhelst mij en geeft hem een onhandige knuffel. Ze is blij dat we er zijn.

Hand in hand lopen we door de lange gangen naar het restaurant. Een maand of twee geleden liep ze nog zeker en snel. Nu schuifelt ze voorzichtig, wankel.

Bij de balie reken ik haar favoriete drankje af. Door het glas zie ik ze zitten onder de grote oranje parasol. Mijn oom praat druk gesticulerend. Mijn moeder luistert niet. Ze kijkt zoekend om zich heen. Ik zwaai. Ik ben hier! Maak je maar geen zorgen, mam. Met mij gaat het goed. Ik laat je niet zomaar in de steek. Maar ze ziet me pas als ik met de drankjes naar buiten loop. Opgelucht ontspant ze.

Mijn oom vertelt verhalen van vroeger. Het is duidelijk dat ze geniet. Zelf is ze niet meer zo spraakzaam. Teveel woorden zijn haar ontglipt. Maar ze knikt en lacht. Als mijn oom vertelt hoe ze in ‘69 met z’n allen de maanlanding volgden, luistert ze geboeid. Ik vraag me af in hoeverre ze het verhaal begrijpt. Maar eigenlijk is dat niet eens belangrijk. Samen hier zitten met de zon op onze huid. De vogels horen fluiten. Genieten in het hier en nu.

We brengen haar terug naar de afdeling. Plots stopt ze. Ze prikt haar vinger in mijn zij. Ze vraagt iets onverstaanbaars. Ze probeert het nog een keer. “En wanneer kom jij op de teewee?” Ik kijk haar niet-begrijpend aan. “Want je gaat toch met de ra-ra-ra-rastek naar de maan?”

“Ik ga toch maar niet, mam,” zeg ik. “Ik zou jou veel te veel missen.”

Enkele jaren geleden werd er Alzheimer bij mijn moeder geconstateerd. Zij woonde toen nog thuis, Sinds 2017 schrijf ik haar ziekte van me af.

Naar de vorige blog:


Lees alle blogs over mijn moeder: