Over veiligheidswaslijnen en rempedalen


'Mam! Stop! Zie je dat verkeersbord niet?'

In een reflex duw ik met mijn voet razendsnel en keihard op het pedaal. De klep van de afvalemmer schiet omhoog en wordt getorpedeerd. De geïmproviseerde veiligheidsriem trekt mijn lichaam terug tegen de rugleuning. Een scherp snijdend gevoel herinnerd me aan het kale gedeelte van de waslijn. Wist ik van te voren dat ik een noodstop zou moeten maken, dan had ik er een deken en  beschermende plakband om gewonden.  'Ja, sorry hoor schat, ik zag het te laat, waarom hebben ze hier geen lantaarnpalen neergezet?'

'Uit je doppen kijken helpt doorgaans afdoende,' is het pinnige antwoord van mijn dochter.  'Je moet er niet standaard vanuit gaan dat ze op ieder bord of op ieder kruispunt verlichting plaatsen. Daarbij, is het nu op klaarlichte dag ook niet echt een geldig excuus.'

'Nou ja, er komt geen verkeer aan, en er zijn geen camera's op gericht, dus geen man overboord.'

'Wat is dat nou weer voor slappe geleuter? Papa zit niet in het voertuig en ook geen enkel ander mannelijk persoon die over de reling zou kunnen slaan. Trouwens, we zitten ook niet in een boot. Althans, dat dacht ik toch niet.'

Nee, we zitten niet in een boot, we zitten gewoon op twee stoelen die naast elkaar staan in de kamer. Voor mijn stoel staan drie pedaalemmers. Mijn dochter heeft bij wijze van verrassing, een manier bedacht waarop ik veilig de rem, het gas en de koppeling onder de knie zou kunnen krijgen.