Over verstandsverduistering en een heel happy end


Lees hier wat vooraf ging:

Nogmaals onderneem ik een poging, in het kader van een beller is sneller. Een kort belletje kan toch geen kwaad? Daardoor loopt mijn telefoonrekening toch niet drastisch op? Ik moet haar mijn plannetje voorleggen, ik moet horen hoe zij erover denkt.

Het wordt steeds donkerder in mijn gedachten. Ook wordt het steeds donkerder om mij heen. Nog even en ik ga weer stemmen horen. Ik weet het bijna zeker.

'Hé, ben je wel lekker? Doe eens normaal, het lijkt wel of je aan verstandsverduistering lijdt.'

Ja, zie je wel, daar is de eerste al, dat piepende stemmetje kon zomaar eens gelijk hebben. Het is zo donker dat ik geen hand voor ogen kan zien. Op de tast zoek ik naar een lichtknopje. Ik zag net toch ook alles zo helder als het maar kon? Waarom nu niet meer?

'Ik heb veel raars van je meegemaakt,' gaat de stem verder, 'Maar dit slaat wel echt alles. Volgens mij heb je wat teveel terrasreinigersdampen ingeademd. Het vertroebelt je denkvermogen, ga even naar buiten, de regenbui zal je goed doen, dan spoel je alle negatieve gedachten van je af.'

'Nee, nee, nee, ik hoor geen stemmen, ik hoor geen stemmen. Ze zijn er niet! Ze zijn er niet!'

'Alsjeblieft zeg, doe niet zo melodramatisch. Meestal hou ik me stil, of piep slechts, maar dit keer kon ik het niet toestaan. Mijn nest kwam in gevaar, dus moest ik mijn talenskills wel inzetten.'

'Huh?'

'Heb je nou nog niet in de gaten dat ik geen stem in je hoofd ben? Ik heb er heel wat voor moeten doorstaan om de mensentaal eigen te worden hoor. Eerst heb ik een schriftelijke training mezelf opgelegd, stiekem er keukenpapierblaadjes voor gebruikt, een dier moet toch wat, met kleine hapjes de letters eruit geknaagd. Toen was ik klaar voor de rest. Om me zo goed mogelijk in te leven, heb ik mensenvoedsel tot me genomen, zoals vette gehaktballen, eieren met zachte vloeibare eierdooiers en hazelnootpasta, allemaal smeuïge troep, zelfs paracetamoltabletjes, daar kon je tenminste nog enigszins aan knagen  en beschuit met muisjes, griezel griezel, het was alsof ik aan kannibalisme leed. Maar 't heeft tenminste resultaat gehad.'

'Hazelnootje?'

En prompt wordt alles weer licht om me heen.  

'Hè, hè, ben je weer in het land der levenden?'

'Sorry, maar heb jij dan een idee hoe ik van jullie af kan komen... op een nette manier, waar iedereen zich happy onder voelt.'

'Gun ons de vrijheid. Leg het vloerkleed achterin je tuin neer, zodat wij als huisdieren toch wat huiselijks hebben, dan heb jij geen last van ons, je wordt niet aangeklaagd voor dierenmishandeling en wij hoeven ons niet bezwaard te voelen bij onze dierlijke wipprocessen.'

Mijn sombere gedachten zijn op stel en sprong verdwenen, in een jubelstemming pak ik mijn mobiel, tik een boodschap in, bind mijn mobiel vast aan het pootje van de postduif , stuur hem naar Chantal en rol het vloerkleed voor de laatste maal op.

Eind goed, al goed.