Opnieuw naar de mijn (5)


Lees eerst wat vooraf ging

'Trek eens aan mijn vinger, Chantal.'

'Ben je gek, dan laat jij zeker een scheet, besef je wel hoe gevaarlijk dat kan zijn hier?'

'Alsof ik scheten kan laten wanneer ik dat wil, nee, maar ik heb zo'n ongelofelijke kramp in mijn handen van het vastklemmen van die zaklamp.'

'Had je helm dan meegenomen. Was sowieso teringhandig geweest, ook ter bescherming van je hoofd.'

'Ja, sorry, niet aan gedacht.'

'Het was nog wel een verjaarscadeau voor je! Ik zal je nog eens een presentje geven.'

'Graag.'

'Wat denk je, Dana, moeten we nog lang zoeken, of is Hans inmiddels al bedolven onder puin?'

'Geen idee, maar dan moeten we hem eruit hakken, hij moet gered worden, dat moet gewoon.'

'Anders is het jouw schuld, Dana, jij had vergeten een reddingsactie de wereld in te slingeren.'

'Niet zo hard praten, Chantal, en niet zo stampen.

'Dat doe ik met opzet, Dana, zodat Hans ons aan kan horen komen.'

'Maar die trillingen hebben nog meer effect als het laten van winden.'

'Dàn, Dana, het is meer dàn, niet meer als.'

'Hoe dan ook. Daar heb je het al, ik hoor het al rommelen, zo dadelijk stort de mijn nog in.'

'Dat is mijn maag, Dana, ik heb al zo lang niets meer gegeten dat ik wanneer ik niet oppas nog een lichtgewicht wordt. Ik krijg gewoon visioenen van pizza's belegd met dakpansgewijs tomaatschijfjes en een superhoeveelheid mozzarellabolletjes.'

'Ho, stop. Ruik jij ook wat vreemds? Het lijkt wel een dranklucht.'

'Ik ken wat alcohol betreft, alleen de reuk van pleegzusterbloedwijn, en dat is het niet.'

'Dan is het de kegel van Hans, we zijn dicht in de buurt.'

'Als we maar niet te laat komen, de wanden brokkelen al af.'

'Gelukkig hebben we de sprei meegenomen.'

'Ja, Dana, dat was een keigoed idee van je.'

Na de bocht zien we Hans stokstijf stil staan. Met grote bange opengesperde ogen staart hij ons aan. De waanzin is in hem gedreven, te lang in deze donkere mijn geweest, we zijn nog maar net op tijd. Ik rol de sprei uit.

'Kom maar Hans, neem plaats. Buiten gebruiken we bezems en/of vliegende tapijten, maar die zijn te link om hier te gebruiken. We hebben iets nodig wat soepeler is. Als we dicht tegen elkaar aankruipen glijden we hiermee zo door de mijnschachten en zijn we in no time weer buiten.'

Hans laat het maar over zich heenkomen, Chantal en ik nemen hem tussen ons in en de reddingsactie wordt feilloos afgerond.

Het is heerlijk om weer bovengronds te zijn, Hans kan met frisse moed beginnen aan een nieuw verhaal, Chantal kan weer huiswaarts keren naar haar Kerstledikant met inhoud en ik richt me op andere mysterieuze zaken.