Dit verhaal is een vervolg op mijn eerder geschreven delen. Dit verhaal past in de schrijfuitdaging van Hans van Gemert. Er waren een aan aantal steekwoorden verplicht. Onderaan de pagina een link naar het blog van Hans van Gemert waar de linken naar alle inzendingen staan.

— Elisabeth

'Dees bedankt voor deze fantastische dag. Jouw uitnodiging om vandaag naar het park te gaan en te picknicken was precies wat ik nodig had.' Net toen ik een kus wilde planten op haar wang draaide ze haar hoofd en de kus landde op haar neus. Samen schoten we in de lach.

'Ik zie dat het je goed doet. Het ging niet goed met je. Wat er is gebeurd daar wil je nog steeds niet over praten met mij. Geeft niet. Je bent niet zo'n prater. Dat moet in je natuur zitten. Waar ik wel blij om ben, is dat je hiervan hebt genoten. Trouwens, die sandwiches die je had gemaakt waren zalig. Lekker knapperig en fris van smaak.'

'Die wilde ik direct maken toen jij vroeg of ik ook iets wilde bijdragen aan onze picknickmand.'

Terwijl Desiree het bestek terug doet in de daarvoor bestemde etui kijk ik achterom. Het was net of ik iets hoorde ritselen.

'Nee, nou ja zeg, dat is toch niet te geloven. Moet je kijken.'

Dees keek op en zag het ook. 'Welke hufter laat nou een pizzadoos achter in zo'n mooi park.'

Terwijl ik opstond om de pizzadoos te gaan pakken om hem op te ruimen, hoorde ik mijn naam. En niet een beetje zachtjes. Keihard eigenlijk. Ik wilde de klep openen van de afvalemmer toen ik bovenop een rups zag.

'Hallo rups, ik kom je even storen. Blijf maar zitten ik ga je geen pijn doen.' Nadat ik de doos had gedeponeerd liet ik voorzichtig het deksel zakken. De rups zat er nog.

Ik liep terug naar Desiree en zag net dat ze haar bril uit de brillenkoker haalde. 'Inderdaad, ik heb mijn lenzen uitgedaan. Er zat wat zand aan mijn vingers en daarmee moet je niet in je ogen wrijven. Dat was een beetje dom.'

'Ehh, ja dat dan weer wel. Maar die bril staat je ook fantastisch.'

Weer hoorde ik mijn naam en ook gebonk. Ik begreep er niets van. Waar kwam dat toch vandaan? Ik ben in de natuur, daar zijn toch geen harde deuren of muren.

'Hallo Liz, wordt eens wakker. Kom eens terug uit dat dromenland.'

Ik opende mijn ogen en besefte dat ik niet buiten was, niet in het park met Desiree. Niets van dit alles. Ik ben gewoon in mijn koude cel en de bewaarster heeft mijn droom crue verstoord. Niet dat ik het haar kwalijk kan nemen. Zij doet haar werk, maar ik baal er stevig van. Het voelde zo goed. Bijna alsof mijn droom werkelijkheid was. Maar helaas, deze cel is de werkelijkheid.




Op het blog van Hans van Gemert kan je alle verhalen uit deze schrijfuitdaging lezen.