Zeg jij het of ik?


Nog een #verhaal in het kader van de #100dagen van dag 1 en 2.

'Zeg jij het of ik?'

'Doe jij maar.'

'Nee, jij.'

'Ik durf niet.'

'Zeikerd.'

'Doe jij het dan, je bent zelf ook een zeikerd!'

Het gesprek zou misschien nog wel even kunnen doorgaan, als mama niet het raam open had gehad. Ze begrijpt meteen: de jongeheren hebben wat op te biechten. Tijd dus om de achterdeur te openen en Robin en Koen om beurten eens aan te kijken. 'Vertel op!'

Met inmiddels opgelopen rode kleurtjes op de wangen kijken de jongens elkaar aan.

'Nou eh…'

'Het kwam door het weer.' '

Ja, het regende,' echoot Koen.

'En het waaide ook.'

'Ja, het waaide,' klinkt opnieuw de echo.

'Het is gewoon rotweer!'

'Ja, het is rotweer.'

'Vertel door jongens, als ik een weerbericht nodig heb, luister ik wel naar de radio.'

'Nou, en toen was de hond van de buren een koe.'

'Een koe?' Verbaasd trekt mama een wenkbrauw omhoog, 'Hoezo dat?'

'Ja, want ik was een cowboy, en mijn fiets was het paard.'

'Ach zo,' begreep mama. 'Jullie speelden cowboytje.'

'Ja zoiets.' Een stereo ja-knikken volgt.

'En toen? Er gebeurde iets?'

'Ja…,' de jongens kijken van mama naar elkaar, alsof ze elkaar willen aansporen om door te gaan. Bedremmeld stapt Koen een klein stukje achteruit.

'Nou,' wringt Robin met moeite uit zijn keel, 'nou, toen wilde de koe niet meer meespelen…'

'De hond van de buren, bedoel je.'

'Ja. Nou, en toen was het net een stier.'

'Een stier?'

'Ja, hij ging in de aanval…'

'Jullie hebben 'm geplaagd, begrijp ik.'

'Nee heus niet, het was gewoon een spelletje.'

'Maar hij kwam achter jullie aan. En toen?'

'Nou, toen moesten we er met onze paarden vandoor, anders zou hij ons pakken.'

'En heeft-ie dat gedaan?'

'Nee, wij waren het snelste.'

'Nou, mooi. Maar dat is nog niet alles, geloof ik?'

'Euh, nee. Want het was glad op de weg.'

'Dat kwam dus door de regen,' mengt Koen zich nog even in het gesprek.'

'Ja, nou, en toen viel ik. Maar ik had heel veel geluk, want ik kon meteen overeind komen.'

Mama weet meteen de pijnlijke plek te raken: 'En de fiets?'

Weer kijken de jongens elkaar even aan.

'Ja, die had iets minder geluk, want die kukelde van de dijk af. En toen kwam er net een vrachtwagen aan.'

Schuchter en bevreesd voor mama's reactie stappen ze opzij, zodat mama nu het volle zicht krijgt op een hoop oud ijzer, het restant van de fiets.


(c)2020 Hans van Gemert

Afbeelding: Pixabay


Voor dag 1 van de #100dagen moest er een stukje tekst van 4 woorden van bladzijde 17 van een boek worden gehaald. Dat is hier 'restant van de fiets', dat ontleend is aan 'De wonderballetjes'.