Het verhaal achter de soullage


@karina.staal  creëerde voor mij deze soullage, ze vertelde mij er een heel verhaal bij, over hoe ik een mindmap aan kon maken om er zoveel mogelijk uit te kunnen halen, dat ik op internet veel kon vinden over de symboliek, over de spirituele verborgen boodschappen. Hoe goed bedoeld ook, ik schoof het aan de kant. Ik liet wat op het kaartje stond op mijn eigen manier bij me binnenkomen en dit verhaal kwam eruit.


soullage

Mijn eerste indruk beschrijf ik hier, wat mij het eerst opviel en daarna ging ik helemaal op. In mijn fantasie? Glimlach. In mijn verbeeldingskracht? Glimlach. In mezelf. In mijn wereld. Ja, daar hoort fantasie onherroepelijk in thuis. Want zonder dat, kon ik niet overleven. Natuurlijk laat ik fantasie samenvloeien met mijn inwendige zelf, fabeltjesziel.

Die rustig zittende jongedame linksonder, met een boek op haar schoot, voel daar niets bij, wat doet ze op mijn zielenkaartje, met die zoetsappige lach op haar gezicht, mondhoeken krampachtig omhoog en dan die vreselijke jurk? Nou ja, ik negeer haar, er zullen altijd mensen zijn die denken dat ze indruk zullen maken door nonchalant op een paal te zitten.

De mannen in oranjebruine gewaden, balancerend over de ruwe schors van een boomstam, hun blik op oneindig, hun verstand op nul. (Nou, Dana, dat is ook niet aardig!) Ze zeggen mij niets. Het zijn onderliggende passanten. Bladvulling. Ach, zolang ze maar niet voor bladvervuiling zorgen, accepteer ik hun aanwezigheid. Hoewel de voorste wel akelig dicht bij het bad komt. Heerlijk. Het bad. Weg juffie in het bad, wegwezen, ik wil me erin dompelen. Wegzakken. Weg. Water. Schuim. Bubbels. Blub. O nee, dat kan niet. Die oranjebruinejurkenman komt veel te dicht bij.

Het knaapje op de rug van de olifant. 'Hai Oma, zie je mij? Ik hou van jou, Oma, kijk me eens uitbundig zwaaien. Nu zie je mij ook eens half in mijn blootje. Wat heb ik een mooie bruine kleur, hè Oma? Ik ben speciaal voor jou, Oma, op een olifant geklommen. Kusjes, duizend kusjes in de lucht, Oma!' Dag onbereikbaar knulletje.

De olifant ben ik waarschijnlijk zelf. Het logge middelpunt. De kracht. Het luisterend oor. De onmisbare slurf om de onzin mee weg te blazen. Het linkeroor van mij-olifant-zelf schreeuwt. Ik zie er een van pijn vertrokken gezicht in. Pijn is voor mij herkenbaar. Ik ondervind nog dagelijks de gevolgen van het verleden. Lichamelijke pijn in mijn rechterarm, -hand en -been. Geestelijk leed in mijn hele wezen. Het is van mij. Is een onderdeel geworden in mijn bestaan. Het hoort bij mij. Soms kan ik de kwellende pijnen niet meer verdragen. Dan wil ik het liefst me in het bad verstoppen, diep onder de bubbels zakken, water ademen... even verdrinken. Maar de vreemdeling in het oranjebruine gewaad weerhoudt me om een bad te nemen. Gelukkig kan ik het grootste deel van de tijd met de ongemakken dealen. Humor en zelfspot zijn de beste pijnstillers, het is de enige medicatie waar ik absoluut niet zonder kan.

De rechtervoet met die pracht schoen, met hoge blokhak, die is onmiskenbaar ook van geweest. Jawel. Geweest. In een ver ver verleden, toen ik nog kon lopen als geen ander, zelfs op torenhoge naald stiletto's. Ik was een waar schoenenfanaat. En nog. Nog steeds.

En dan. Ik kan er niet omheen. De met schelpen omlijste spiegel. Wanneer ik daarin kijk, herken ik mezelf niet. Ik heb geen donkere ogen, geen donker haar, geen kleding zoals die vrouw. Het is mij ook niet. Ze staat met haar rug naar een verhaal op de achtergrond. Aan de rechterkant, schuin achter die vrouw, zie ik twee figuurtjes zweven. Ze strekken hun armpjes uit naar een schim heel ver weg, heel vaag is de schim te zien, het middelpunt in een wazige draaikolk. Zijn het de volwassen kinderen uit een vorig huwelijk of is het... mijn maag krimpt ineen. Nee. Ik wil het niet benoemen. Het is niet zo. Het is geen tweeling die niet geboren is. De vrouw kijkt me glimlachend aan. Ze fluistert mij met opeengeklemde lippen toe. 'Richt je maar op dat wat rechtsonder het linkeroor van de olifant staat, vertrouw op je hart, het is groot genoeg.'