Op weg naar huis


De wandeling van het werk naar huis is geen opgave. Voor Sofie gewoon het ideale moment om de stress van het werk van zich af te schudden. Het ruisen van de bladeren, een beetje zand in de sandalen, het voelde soms een beetje als vakantie in eigen land. Toch voor een natuurliefhebber zoals zij. De meeste mensen hebben er weinig oog voor, ze trekken er zelfs hun neus voor op als Sofie hen er attent op maakt. Zo’n figuren kijken niet bewust rond in de straten en zijn alleen bezig met de stapels strijk die op hen liggen te wachten. Naar huis wandelen vinden ze dan ook dom en tijdverspilling. Liever zitten ze in hun auto en schuiven ze meters lang aan in een file, ook al is de afstand erg kort en zouden ze dus ook heerlijk buiten in de natuur kunnen zijn, zoals Sofie. Er is ook altijd wel iets te beleven onderweg naar huis, als je het wil zien tenminste. Zo volgde ze deze morgen het avontuur van een rupsje dat zich een weg baande over een stukgetrapte pizzadoos, en gisteren een vogel die een nestje had gemaakt op het dak van een verlaten huis.
Vandaag ziet ze iets glinsteren in de verte. Ze staat nog aan de overkant van de rijweg te wachten op een goedwillige chauffeur die stopt om haar over te laten. Het is geen echt zwerfvuil, toch niet zoals Sofie betekenis geeft aan dat woord. Het lijkt wel een etuitje, vast uit de schooltas van een meisje gevallen. De lovertjes en het zonlicht spelen een vrolijk spel. Nu Sofie dichterbij komt, ziet ze een paar meters verder een lege brillenkoker liggen. Het brilletje zelf ligt verderop, weggeslingerd door een val misschien? Het ene glas heeft een scheur en de beentjes staan helemaal scheef.
Ze neemt voorzichtig een van de beentjes tussen twee vingers en beseft dat het hier niet om verloren dingen gaat.
‘Het was verschrikkelijk,’ kraakt er plots een stem naast haar. Een oudere man staat in de deuropening van het huis waar ze het etuitje zag liggen. ‘Een tragisch ongeval deze voormiddag, de bestuurder had het kind niet gezien. Ze fietste in zijn dode hoek. Hij was compleet overstuur.’
Een moment van stilte geeft Sofie een heel akelig gevoel, maar ze laat het brilletje niet los.
‘Ik heb het zien gebeuren, en ik beleef het telkens opnieuw, dat beeld…’ De bejaarde man staart in de verte, in zijn ooghoek ziet ze een traan. ‘Het kind vloog letterlijk de andere kant op, ze moet op slag dood geweest zijn.’
Sofie kijkt hem met droevige ogen aan. ‘Weet u misschien de naam van het meisje? Denkt u dat haar ouders graag haar spullen willen hebben?’
Het schudt zijn hoofd. ‘Het spijt me. Dat weet ik niet. Ik herinner me enkel het vrolijke meisje dat ik in de verte zag fietsen, haar krulletjes dansten in de wind. Ze heeft me niet gehoord toen ik riep dat ze moest uitkijken. Had ik maar…’ Hij maakt zijn zin niet meer af, de emoties hadden hem bij de keel gegrepen.
‘Kom,’ zegt Sofie, ze legt een hand op de arm van de man, ‘ik blijf wel even bij u zitten.’
Dus blijft ze een tijdje naast de man zitten. Ze praten niet meer met elkaar. Toch zijn ze verbonden, hij koestert het etuitje, zij het brilletje.

 

Dit is geschreven naar aanleiding van de uitdaging van Hans. Doe je ook mee? Klik hier!