Geest in de fles (klein vervolgverhaaltje)


Deel drie in mijn invulling van de schrijfuitdaging van mei van Hans van Gemert.

Hieronder deel 1 en 2.

#schrijfuitdaging ,#fles ,#flesje ,#minimens

Ik moet zeggen, dit is wel begrijpelijk, en nu we in deze situatie zitten, kunnen we er maar beter het beste van maken.

Ik overleg met Hanneke, mijn vrouw en we gaan ieder ons deel van de reddingspoging op ons nemen.

We gaan naar binnen en krijgen een heerlijk wonderlijke wereld te zien waar eerst in het huisje van ons minimensje maar later via gangen, pleinen en andere huisjes, een heel stelsel van beschaving te vinden is.

Al lopend met Jara en Mijnheer minimens vraag ik hem hoe het toch komt, dat ze zo klein zijn. “ Nou, vroeger waren wij net zo groot als jullie, maar hier vlakbij de haven is een schip vergaan waar een giftige wolk uit is losgekomen, die wolk heeft ons allen verkleind en wij hebben het geluk gehad dat we nog zo slim zijn geweest om die dampen die toen vrij kwamen op te slaan in flesjes.

Ook bij ons is er toen een scheiding geweest tussen geliefden en gezinnen. Een aantal van de grote mensen is in een reddingsactie naar het wrak van het schip gegaan en heeft daar resten gevonden van de chemische samenstelling. Aan boord was een compleet laboratorium. Zo zijn we er ook achter gekomen, dat het proces omkeerbaar is. In onze centrale hal staat een hele grote fles en daar zit de damp in. Ik wil jullie eigenlijk helemaal niet gevangen houden, ik wilde zeker weten dat jullie ons willen helpen. Dus we gaan daar naartoe en jullie kunnen dan jullie eigen kleine flesjes vullen.

Jara en ik krijgen een klein flesje in onze handen. En bij de zaal aangekomen moeten we deze gebruiken: Het was maar een klein flesje. Heel voorzichtig draaide ik het dopje eraf en... Als vanzelf leek de damp uit de fles in onze kleine flesjes te lopen.

Ik kon het toch niet laten om nog even door te vragen: “En toen jullie groot waren, waar woonden jullie toen?

“Hierboven, er staan als het goed is nog een paar huizen, maar misschien dat de aardbeving ze heeft vernield”

“Maar, waren die huizen dan jullie eigendom?”

“ja, natuurlijk, dat zijn ze nog steeds, er woont ook een van ons nu en dan nog in zo’n huis om de omgeving te kunnen beschermen, nu is Darik daarboven.”

“dus jullie hebben ook de eigendomsactes?”

“Huh, ja natuurlijk, we wonen nu eenmaal liever hier, maar dat wil niet zeggen dat we daarboven vergeten zijn”.

“Nou, het is eigenlijk heel eenvoudig, ze zijn daarboven aan het bouwen en ik denk dat ze dat doen op jullie grond, de aardbevingen, dat is gewoon het heien van palen hier in de grond”

“Zo stom kunnen ze toch niet zijn, de bodem is half rotsbodem, daar krijg je die palen helemaal niet in.”

We besluiten dat het tijd wordt om gezamenlijk naar boven te gaan. Wonderbaarlijk genoeg loopt er gewoon een trap naar een van de huizen en daar vinden we Darik, ziek in bed. Al maanden is hij niet in staat om zich te bewegen.