Valentine & Icecream




Dag 1

De bel voor de pauze gaat, het is mijn eerste dag op deze school.

Ik wilde hier helemaal niet naar toe, maar mijn ouders stonden er op. Op Aruba hebben wij nog geen lyceum, op Curacao zijn er drie.

Dus ben ik, zoals wel meer Arubaanse kinderen, door mijn ouders ondergebracht bij oom en tante op Curacao en mag ik alleen met de schoolvakanties naar huis.

'Buiten het hek staat een icecream-truck' zegt de lange jongen uit mijn klas, 'ik kan zien dat jij heel hard een ijsje nodig hebt; ijs helpt overal tegen, vooral tegen heimwee, ik trakteer!'

Zijn onmiskenbaar Arubaanse tongval met de bijhorende zangerige intonatie klinkt als een stukje thuis. Ik krijg een warm gevoel in mijn hart, wanneer hij mij het ijsje overhandigt.


5 maanden later

Mijn grootouders zijn 1 dag na elkaar overleden en we zitten in de kerk voor de uitvaartdienst. Aan mijn ene kant zit mijn 5jarig nichtje Elena, aan mijn andere kant de lange jongen uit mijn klas, bijgenaamd Tallboy.

Hij is evenals ik, twaalf, volgens Arubaanse traditie oud genoeg om zijn familie te vertegenwoordigen bij een begrafenis. In zijn donkere pak ziet hij er uit als 16.

Hij geeft mij een pakje kleenex: 'voor als je kleine nichtje moet huilen' en als de kisten dichtgaan pakt hij mijn hand. 'Ze zitten samen in de hemel' fluistert hij in mijn oor.

In die tijd gaan vrouwen en meisjes na de uitvaartdienst naar huis; de 'moderne' Europese emancipatiedrang is op onze eilanden nog niet ingeslagen. Wij hoeven nog niet de weg naar het kerkhof te lopen en in de hete zon naast een open graf te staan; er wordt nog vanuit gegaan dat onze ziel en onze voeten kwetsbaarder zijn.


Tallboy gaat ook niet naar het kerkhof: 'Mag ik de meisjes meenemen om een ijsje te kopen?' vraagt hij aan mijn vader. 'Ja chiquitin (kleinduimpje), zegt hij tegen Elena, 'jij krijgt er ook een!'

'Ik vind je vriend aardig' zegt Elena. 'Hij is niet mijn 'vriend', hij is een klasgenoot' antwoord ik.

De kleuter houdt onverstoorbaar vol: 'Wanneer jullie trouwen, wil ik bruidsmeisje zijn'.


3 jaar later

In het kader van een 'leerzaam' school-uitstapje zijn we met de hele klas de Christoffelberg aan het beklimmen, het is dat Tallboy naast mij loopt, overhangende takken opzij houdt en losse stenen wegschopt, anders was dit een ultieme strafexercitie. Als een scherpe sumpina  (scherp uitsteeksel van een plant) een winkelhaak maakt in mijn mooie nieuwe broek, die ik speciaal voor de gelegenheid heb gekocht, uit ik een paar krachttermen.

'Jij bent een flink meisje' prijst Tallboy, 'je vloekt alleen maar, mijn zusjes zouden hebben gehuild'.

Een leraar komt aangesneld, EHBO-koffertje in de aanslag: 'Heb je je bezeerd? O, gelukkig, het is alleen je broek'.

'Meneer!', de stem van Tallboy klinkt ijzig, 'voor vrouwen voelt een scheur in hun kleding aan als een wond in hun vlees! Ze zitten anders in elkaar dan wij!'

De leerkracht kijkt ongelovig terwijl hij weer wegloopt en Tallboy zegt: 'Geen wonder dat de vrouw van die hufter er vandoor is, hij weet niet hoe hij met vrouwen moet omgaan. Wij begrijpen vaak jullie beweegredenen niet, maar we horen te weten dat jullie anders zijn dan wij en moeten daar rekening mee houden, anders loopt het slecht met ons af'.

'Je bedoelt dat wij dan weglopen, zoals de vrouw van meneer G.?'

'Erger nog: de aarde is een vrouwelijke entiteit, vrouwen zijn er thuis en mannen zijn er te gast. Moeder aarde komt altijd op voor haar dochters: een vent die zich in haar huis niet weet te gedragen, krijgt vroeg of laat schoppen en trappen, in welke vorm dan ook.'

'In de Bijbel staat dat wij als brozer vaatwerk moeten worden behandeld.'

'Precies. Wie onvoorzichtig omgaat met een fijn kristallen glas of een porceleinen kopje, krijgt scherven en splinters in zijn hand. Zodra wij weer beneden zijn, ga ik eerst een ijsje voor je kopen en morgen ga je naar die winkel waar je die broek hebt gekocht. Ik heb in de vakantie gewerkt en heb geld genoeg voor een nieuwe broek voor jou.'

Op het moment dat zijn lippen de mijne raken, dringt het eindelijk tot mij door dat ik de man van mijn leven heb gevonden.


Nog weer 3 jaar later:

Ik loop aan de arm van mijn vader over het middenpad van de kerk. Door de klanken van het orgel heen, hoor ik het gebabbel van de twee bruidsmeisjes die mijn sleep dragen:

'Ik wist het, nog voordat ze het zelf in de gaten hadden' zegt Elena.

'Ik ook' beaamt de ander, 'mijn broer kijkt altijd naar haar, alsof hij een hele berg ijsjes ziet en hij is een ijsjesfreak.'

Ze praten niet bepaald zachtjes: Elena vindt dat mijn jurk een aparte kleur heeft 'niet gewoon wit, maar echt de kleur van vanille-ijs'. Mijn jongste schoonzusje vindt de glitters op mijn kanten sluier op pistache-noten lijken.

We zijn op de plaats van bestemming aangekomen en mijn vader legt mijn hand in die van Tallboy.

'Wie geeft deze vrouw ten huwelijk aan deze man?' vraagt de voorganger.

Mijn bruidsmeisjes hebben nog niet door dat het orgel is opgehouden te spelen. Nog voordat mijn vader het eeuwenoude antwoord geeft, klinkt achter ons, onder gierend gelach:

'De ijsboer, hij levert zijn bestelling af!'


49 jaar daarna, 13 februari 2017

Tallboy en mijn jongste kleindochter stappen uit de taxi, ze maken regelmatig samen een uitstapje dat steevast eindigt in een ijssalon.

'Oma, ik heb vandaag eindelijk van opa gewonnen, ik kreeg meer ijs op dan hij! Je mag vandaag niet in de vriezer gaan kijken hoor, oma!'

Nee, natuurlijk niet: conform de ongeschreven wetten in dit huis, kijkt deze oma nooit in de vriezer op de dag voor haar verjaardag, moederdag, trouwdag, verlovingsdag, verkeringsdag en zeker niet op de dag voor Valentijn.