Het paradijs


Het was een warme dag geweest. Ze had heerlijk genoten van haar dagelijkse borreltje op het terras in het centrum van het dorp. De temperatuur was die dag ver boven de 37 graden gestegen en het was nog steeds zwoel. De zon kleurde de lucht prachtig rood.

Ze stapte op haar veertig jaar oude scooter en startte de motor. Hij liet haar nooit in de steek, ook nu niet. Twee kilometer rijden was het naar haar hutje. Zo noemde ze haar huisje aan het strand, want het was klein en had een schattig rieten dakje. Het lag net buiten het dorp en ze woonde er al haar halve leven. Vanuit haar hutje keek ze uit over de azuurblauwe zee van kristalhelder water en ze was er volmaakt gelukkig. Ze reed langs de kust met aan de ene kant de zee en aan de andere kant de bergen.

Na haar scheiding had ze haar hele leven omgegooid. Ze had Nederland verlaten, haar huis verkocht en al haar bezittingen weggedaan. Ze wilde tijd voor haarzelf, genieten van de natuur en de rust. Het beviel haar zo goed, dat ze nooit meer was teruggegaan. Haar familie begreep haar keuze niet en na een paar jaar hoorde ze niets meer van ze. Ze had ze nooit gemist.

De weg naar haar huis was onverhard en hobbelig. Thuisgekomen smeerde ze een beschuit met aardbeienjam en ging daarna met de brief die ze op de deurmat gevonden had in haar hangmat liggen. De hangmat had ze ooit opgehangen tussen de palmboom en een grote spijker in de muur van haar huisje. Ze had er al heel wat uurtjes in doorgebracht, dagdromend, terwijl ze uitkeek over het strand en de zee. De enige post die ze kreeg was van de gemeente en ging meestal over een rekening die ze nog moest betalen.

Bovenaan de brief stond met stift geschreven: Vergadering! Na haar werk als projectontwikkelaar, had ze nooit meer één vergadering bijgewoond. Ze herinnerde zich nog goed hoe blij ze was dat ze daar voorgoed vanaf was. Maar wie nodigde haar nu uit voor een vergadering? Ze las verder en voelde enige paniek opkomen en haar hart begon sneller te kloppen. 

27 juli was er een vergadering georganiseerd voor alle betrokkenen, bewoners, gemeente en een projectontwikkelaar. Op de plek waar haar hutje stond en waar ze het paradijs gevonden had zouden hotels en appartementen verrijzen. Door haar ervaring wist ze dat ze geen schijn van kans zou maken. Zo’n vergadering was een wassen neus, een zoethoudertje om de mensen het idee te geven dat ze iets te zeggen hadden, maar ze wist wel beter. Op dat moment stortte haar wereld in.

Op 27 juli stond ze te wachten op de bus die haar naar het gemeentehuis zou brengen. De hele ochtend was ze al gespannen geweest, maar nu kon ze bijna niet meer ademen. Ze voelde zich licht in haar hoofd en stond wankel op haar benen. In de verte zag ze de bus aankomen, ze draaide zich abrupt om en liep weg. In een roes liep ze dezelfde weg terug naar haar hutje. Thuisgekomen trok ze haar nette kleren uit en zette een draaischijfje op. Ze zette de volumeknop volledig open en de tonen van Pink Floyd vulden de ruimte. Toen liep ze naar de wastafel. 

Ze keek nog een keer naar zichzelf in de spiegel en vulde een glas met water. Uit het kastje naast haar bed haalde ze een potje. De totale inhoud slikte ze met het water weg en vervolgens ging ze op haar rug op bed liggen, haar handen ineengevouwen op haar buik. Uit de boxen klonk The Great Gig in the Sky. Na een tijdje ebde het geluid langzaam weg tot ze uiteindelijk niets meer hoorde.

 

The Great Gig in the Sky

 And I am not frightened of dying,
any time will do, I don't mind.
Why should I be frightened of dying?
There's no reason for it, you've gotta go sometime.

 If you can hear this whispering you are dying.

 I never said I was frightened of dying.


Headerfoto: freefaithgraphics

© Yvonne 1960-1980
Dit verhaal is geschreven voor de schrijfuitdaging van april 2019 van Hans van Gemert, waarbij de volgende woorden verplicht gebruikt moesten worden: beschuit, weg, hangmat, bus, vergadering, berg, stift, boom, spijker en draaischijf.