Foutje


“Ik heb geen tijd voor een crisis Mijn agenda zit bomvol.”

Gerda haalde een hand door haar haar. Als ze nu naar huis zou gaan, zat ze in een file. Door de aanleg van al die snelwegen bleef er steeds minder natuur over. Ze zou niet voor tienen thuis zijn. Dat betekende de zoveelste pizzadoos in de vuilnisbak morgen.

Ze speelde met haar brillenkoker. Peeters, haar baas, bleef tieren. Ze opende haar etui en begon doodles te tekenen op haar kladblok.

“Hij is nieuw,” probeerde ze haar collega te verdedigen. “Het systeem…” Steven Borremans was net aangenomen. Ze had hem tijdens een congres leren kennen. Ze was zo onder de indruk van hem, dat ze met hem wou samenwerken. Het team had het land moeten afzoeken om hem te vinden. Hij zei niet meteen ja. Ze was nerveus, want hij had het nu al verknald.

Haar doodle was ondertussen zo groot dat ze de bladzijde moest omslaan. Van ver leek het een rups. Iemand klopte op de deur.

“Gerda, kan ik je even spreken?” Daar stond hij, Steven Borremans.

Ze hoopte dat hij er niets van had opgevangen. “Ik hoorde Peeters tot buiten tekeer gaan,” grinnikte Steven. “Ik weet dat het lijkt dat ik een fout begaan heb. Wees gerust, zo dom ben ik niet.”

Ze gebaarde naar hem dat hij de deur moest sluiten.

“Je baas leeft met zijn hoofd in het zand,” zei Steven, terwijl hij ging zitten. “Ik heb alles herberekend en kom op extreem hoge winstbedragen uit. Kijk,” wees hij, “dat klopt niet.”

Gerda viel uit de lucht. “Ik ken dit bedrijf al even,” ging Steven verder, “daarom heb ik niet meteen ja gezegd. Mijn vader heeft hier ook gewerkt en kloeg erover dat de boekhouding een zooitje was. Hij heeft hier een neus voor …”

Hij werd stil. “Het bedrijf is failliet, Gerda. Ik heb de afgelopen weken, alle cijfers nagekeken. Wie er verantwoordelijk voor is, weet ik niet, maar mijn ene ‘foutje’ legt bloot, dat er meer aan de hand is.”

Gerda werd er zich bewust van dat ze haar mond misschien moest sluiten.

“Gerda, wij kunnen echt beter”, zei Steven zacht. “Laten we hier weggaan.”

“Daar komt niets van in!” hoorden ze een stem achter zich.

“…mijnheer Peeters.” Steven grabbelde zijn papieren haastig bij elkaar.

“Wat moffel je daar weg?” bulderde hij. Verdorie, te laat.

Steven schuifelde ongemakkelijk op zijn stoel. “Hij heeft voor mij een onderzoek uitgevoerd,” zei Gerda. “Er wordt gesjoemeld met de cijfers.”

Peeters lachte hard. “Geloof je dat nu zelf?”

“Sterker nog, Jacques,” zei een stem, “ik weet het zelfs zeker.”

Peeters draaide zich om en keek recht in de ogen van Borremans sr.

Hij kwam rustig binnen. “Toen ik hier werkte, was er al één en ander niet pluis. Ik heb je erop aangesproken, maar jij hebt me ontslagen, Jacques. Mijn zoon komt nu met nog grotere fouten in de documenten naar huis,” ging hij verder.

Peeters maakte aanstalten om de kamer te verlaten, maar Borremans ging verder.

“Jacques, je hebt me een dienst bewezen. Ik ben mijn job alleen maar beter gaan doen.”

Hij keek zijn zoon en Gerda aan. “Steven, Gerda… willen jullie bij een beginnend, maar succesvol bedrijf komen werken?”


Gerda lachte naar Steven die gebaarde dat hij honger had. Dan toch geen pizza vanavond.



Dit verhaal kadert in de schrijfuitdaging van @Hans van Gemert van augustus 2019.