×

Yoors


Inloggen
×

Yoors











Zolder vol geheimen

Zolder vol geheimen


“Waarom is ze toch zo?” vroeg Vrolijk. Een traantje liep over haar hoofdje, haar wollen vlechtjes hingen slap.

“Tante Frieda houdt niet van mensen,” zei ik, “en ze houdt niet van mij. Ze houdt alleen van zichzelf en van haar dochter, Tina.”

Ik probeerde me los te wrikken van de stoel waarop ik zat vastgebonden. Het was mijn straf, omdat ik, zonder dat het mocht, de zolder betreden had. Mijn maag rammelde en ik had het koud. Ik zou vast weer zonder eten naar bed moeten.

“Ik heb haar zien aankomen. Ik heb je nog zo gewaarschuwd dat ze eraan kwam. Die vrouw is tot niets goeds in staat. Eerst je ouders zomaar vermoorden met het keukenmes, hen begraven, gewikkeld in toiletpapier en je heel je leven verhinderen vriendjes te hebben. Ik zie het écht niet!.” Kijker schudde bedroefd zijn hoofd. De oude verrekijker was zo’n goede vriend geworden. Hij had ogen waar ik ze niet had, een hulp waardoor ik al maanden stiekem naar de zolder met mijn vriendjes kon gaan spelen.

Een hele tijd ging het goed. Telkens tante Frieda en Tina zich in de woonkamer nestelden voor de tv, sloop ik stilletjes naar de zolder, met de sleutel. Enkel deze keer was ik niet op tijd weggeglipt. Tante Frieda had me op de trap gehoord en was me achterna gekomen. Het wrikken van de sleutel in het slot had net iets te lang geduurd, waardoor ze me op heterdaad had betrapt.

De zolder betreden, was, zolang ik me kon herinneren, verboden terrein geweest. De plek trok me echter aan, omdat ik daar het speelgoed zou vinden van mijn ouders. Ze hadden gewild dat ik de sleutel van de zolder kreeg om ermee te spelen, maar tante Frieda had hem jaren stiekem in een geheime bureaulade verstopt. Tijdens het poetsen, had ik hem per toeval gevonden. Vanaf dan was ik resoluut op onderzoek uit gegaan. Ik ontdekte dat de sleutel magisch was. Als ik de zolderdeur ermee opende, kwam al het speelgoed op de zolder tot leven.

Sinds die gebeurtenis, was heel mijn leven veranderd. Ik was niet eenzaam meer: we kwamen regelmatig samen, als tante Frieda wegging met haar vriendinnen en Tina weer met een vriendje in de bioscoop zat. We hadden de dolste pret. Iedereen op de zolderkamer was langzaam mijn vriend geworden. Het was het mooiste cadeau dat mijn ouders mij hadden kunnen geven.

“We gaan je bevrijden,” zeiden blauwe en rode knikker en ze rolden samen over en weer, “we moeten alleen bedenken hoe we dat gaan doen. Ze moet boeten voor wat ze allemaal gedaan heeft!” Er ontstond onmiddellijk een geroezemoes, allemaal praatten ze door elkaar heen. Iedereen had een idee: het popje Vrolijk, Brom, de speelgoedauto, Knuf het aapje, Licht, het Kitty-nachtlampje, de familie Knikker en Toon tol die opgewonden rond zijn as draaide. Zelfs de kast waarin ze allemaal lagen, trilde ondertussen onophoudelijk mee, ook hij was vastbesloten, mij te helpen, hoe zwaar en log hij ook was. 

“Ssst!,” zei ik, “ ik denk dat tante Frieda eraan komt. Iedereen houdt zich stil.” Ik slikte. Ik was banger dan dat ik liet zien.

“Jij ondankbaar kreng!” krijste tante Frieda toen ze de zolderkamer kwam ingestoven. Is dat mijn beloning na alles wat ik voor je gedaan heb?” Ik zei niets. De waarheid was dat tante Frieda heel weinig voor me had gedaan. Ze had me een dak boven het hoofd gegeven, ik kreeg af en toe eten -maar ook vaak niet, als straf- en verder was ik meestal haar dienstmeid die altijd maar moest poetsen. Ik kon niets bedenken waarvoor ik dankbaar moest zijn. Al helemaal niet, nadat ik het verschrikkelijke geheim rond mijn ouders ontdekt had. Nu ze toch wist dat ik het speelgoed ontdekt had, konden we evengoed alles op de tafel gooien.

“Moet ik dan dankbaar zijn, dat je mijn ouders hebt vermoord?” vroeg ik, veel rustiger dan ik me voelde. “Of heb je dat door iemand anders laten doen?” Ik hoorde iedereen in de kast zijn adem inhouden. Mijn speelgoedvriendjes hadden ervoor gezorgd dat ik alles had ontdekt. Het wapen bleek al jaren op de zolder te liggen, Licht en Kijker hadden destijds alles gezien. En, toen ik met Kijker naar de tuin was gegaan, zag ik het eindelijk zelf. Diep onder de grond bleken mijn ouders begraven te liggen. Alleen wisten we nog niet wie het had gedaan.

Tante Frieda werd bleek. “Ik weet niet waar je het over hebt,” zei ze met trillende stem. Ze had een glas melk voor me bij en een boterham. Zwijgend zette ze het bord voor me neer,  de boterham was gelukkig in stukjes gesneden, gezien mijn handen vastgebonden zaten. Fijn, dat betekende dat ik als een hondje zou gevoerd worden. Ik probeerde me erover te zetten, het belangrijkste was, dat tante Frieda zou vertellen wat er met mijn ouders gebeurd was.

Het bleek minder vlot te gaan dan ik had gehoopt. Tante Frieda perste haar mond opeen, terwijl mijn mond openging om te eten. Meer geluid was er niet. Ik at rustig door. Slik. Stilte. Nog een hap. Slik, stilte. Nog een hap…

Tot plots vanuit het niets de kast openknalde en alle speelgoedvriendjes als een regen op tante Frieda terecht kwamen. Het bord en de boterham schoten uit haar handen. Vrolijk trippelde op haar schoot en sloeg haar met haar wollen armpjes in het gezicht. Nachtlamp scheen in haar ogen waardoor ze verblind werd, familie Knikker rolde voor haar voeten, waardoor ze met een luide bons op de grond viel. Brom reed met hoge snelheid over haar buik heen. Tante Frieda schrok zich te pletter, zwaaide met haar armen en benen wild in de lucht en krijste dat het geen aard had.

Het was uiteindelijk Knuf, het aapje dat heel stilletjes, dankzij al zijn handjes mijn touwen kwam losmaken. We knuffelden elkaar, toen ik eindelijk los was.

Het eerste wat ik greep was het keukenmes. “Laat haar maar los,” zei ik luid en zette mijn benen wijd.  Alle vriendjes staakten onmiddellijk hun aanval en zetten zich netjes naast elkaar, om het verdere spectakel te kunnen volgen. Tante Frieda plofte beduusd neer op de stoel waar ik eerder gezeten had.

“Herken je dit?” Ik liet het mes zien. “Hiermee zijn mijn ouders vermoord. En jij hebt ermee te maken, tante Frieda, want iemand heeft je gezien die avond.”

Tante Frieda kon de eerste seconden niets uitbrengen. Toen ze wat gekalmeerd was, kwam er  na een lange stilte, eindelijk antwoord.

“Het was Fred,” zei ze. “Ik kon hem niet uitstaan. Hij was mijn broer, het lievelingetje van onze ouders.” Ze slikte en ging verder. “Hij had het grootste gedeelte van de erfenis op zijn naam staan, inclusief dit huis. Ik kreeg helemaal niets. Mijn stoppen sloegen door, toen het testament voorgelezen werd. Het was de zoveelste keer dat ze hem boven mij verkozen. “

“Maar…waarom moesten mijn ouders dan dood, tante Frieda,” zei ik, “mijn mama had toch niets verkeerd gedaan? En kon je dan niet met mijn vader praten?”

“Neen, dat klopt,” antwoordde ze, “maar het is allemaal zo fout gelopen. Hij zou alleen je vader vermoorden, zodat alles op mijn naam zou komen te staan, maar omdat je moeder het ontdekt had, kon hij niet anders, dan haar ook om het leven brengen. Dat was niet de bedoeling.”

“Niet de bedoeling?!” riep ik. “Moet ik soms blij zijn dat je eerst mijn moeder nog zou gespaard hebben? Mijn god… Tante Frieda, je hebt mijn familie vermoord!“ Ik was woedend maar slikte toch plots opkomende tranen weg.

Tante Frieda zei niets meer. Ze keek beschaamd naar de grond en bewoog niet meer. Ik keek haar aan. “Waar is het testament nu?” vroeg ik.

“Dat heb ik hier!” Tina, die vanuit de gang alles gehoord had, stapte resoluut de zolder binnen. “Ze heeft ons allebei belazerd.” Ik draaide me om.

Niet begrijpend keek ik haar aan. “Tante Frieda is helemaal mijn moeder niet,” zei Tina. “Ik heb dat vermoeden altijd gehad, maar ik wist het nooit zeker. Tot ik, samen met het testament, ook onze stamboom vond. Alles lag hier ook op de zolder. Ongeveer op dezelfde plaats waar het wapen lag.  Je zou dit eigenlijk de zolder der geheimen kunnen noemen.”

“Wie ben je dan wel?” vroeg ik. Het kwartje was nog steeds niet gevallen.

“Ik ben jouw zus,” zei Tina, “je bent dus nog niet alle familie verloren”. Ze duwde de stamboom onder mijn neus. Onze ouders zijn inderdaad mede door onze tante vermoord. Daar kunnen we niet veel meer aan veranderen. Maar…” Ze pauzeerde en kwam naast me staan, “alle  bezittingen van onze ouders zijn niet aan tante Frieda, maar aan ons  nagelaten. Ik denk dat ik begrijp waarom het mee verstopt lag. Kijk maar.”

Ik nam het document aan. Daar stond het, zwart op wit. Alles in dit huis, was van ons. Tante Frieda werd zelfs nergens vernoemd. Mijn mond viel open. De kast schoot ritmisch naar voor en ik hoorde allemaal juichende en springende vriendjes op en neer gaan.

Tina wist niet wat ze zag, maar moest lachen. “O ja, Tina, dit vergat ik je te vertellen. We hebben allemaal vriendjes! Heerlijk hé!” Iedereen begon rond haar te dansen en te zingen. Tina bleef onbedaarlijk lachen en danste mee. Terwijl wij vreugdekreetjes slaakten en zongen, staarde tante Frieda nog steeds als een zombie voor zich uit. Tina keek haar aan en maakte zich uit ons groepje los.

 “Eh mama…tante Frieda. Je mag naar beneden gaan. De politie staat je op te wachten. Je mag hen ineens vertellen wie je geholpen heeft. Ze zullen het graag horen.”

 


signup

Word lid en beloon de maker en jezelf!