Drie kruisjes


Dertig jaar geleden kreeg ik op dertien oktober drie hersenbloedingen. Ik ondervind nog dagelijks de gevolgen daarvan. De ene keer kan ik daar beter mee omgaan dan de andere. Nu, al drie maanden, verlang ik hevig naar die ene keren.

Verlang ernaar om mijn trieste blik om te kunnen buigen naar positief. Sterk. Krachtig. Flexibel. Verlang ernaar om mezelf weer te kunnen zijn.

Dertig jaar geleden, voelde ik niets meer na die drie hersenbloedingen. Was ik totaal verlamd, kon zelfs niet knipperen met mijn ogen om kenbaar te maken dat ik er nog wel was. Hoe blij en dankbaar was ik niet toen ik weer  pijn kon voelen. Dankbaar voor de pijn.

Ik verlang weer naar die dankbaarheid. Ik verlang ernaar om weer te kunnen knipperen met mijn ogen. Om weer een traan over mijn wang te kunnen voelen glijden, een traan van het lachen, of eentje van ontroering.

Ik knipper met mijn ogen. Voel de tranen komen. Maar het zijn tranen van woede, tranen van onmacht.

Verlang ernaar om mijn pijn weer weg te kunnen lachen. Verlang ernaar om weer eens het gevoel te krijgen twee dezelfde benen te hebben, twee dezelfde voeten, twee dezelfde sokken...

'Het is dertien oktober,' zeg ik tegen mijn man.

'Je verjaardag?'

Mijn antwoord komt er supertriest uit. 'Ja. Feest.'

'Ik heb geen ballonnen voor je.'

'Maakt niet uit. Ik heb ook geen gebak.'

'Au,' zegt mijn man, hij heeft ook pijn.

'Ik heb ook au, we zijn eigenlijk maar een zielig stel.'

'Toch gefeliciteerd.'

'Dank je,' zeg ik en nestel me in zijn armen, wrijf mijn wangen droog en voel me dankbaar.

 

pijn