Een bevrijdingsfeestuitnodigingetje


‘Kom je ook op het feestje?’ 

‘Welk feestje?’ 

‘Van de bevrijding van Hans.’ 

‘Welke Hans?’ 

‘Die van de steekwoordenuitdaging van deze maand.’ 

‘Is die bevrijd dan?’ 

‘Ja, hij zat enkele dagen, herstel, enkele weken vast, het dak stond op instorten, de wanden slingerden alle kanten op.’

'Zo te horen een krot van jewelste.'

'Nee, geen krot, een mijn.' 

‘Welke mijn?’ 

‘Die van de flesuitdaging van Peerke.’ 

‘En is dat een reden tot feestvieren?’ 

‘Ja.’ 

‘Waarom dan?’ 

‘Omdat velen niet zonder zijn verhalen kunnen.’ 

‘Is het een groot schrijver, dan?’ 

‘Ik schat hem op zo’n slordige 1.85 m., maar dat zegt niet bar veel hoor, schatten is nooit mijn sterkste kant geweest.’ 

‘Bedoel eigenlijk of hij vaak in de schijnwerpers staat?’ 

‘Er schijnt wel eens een lichtje op hem, ja. Maar vaak... ik denk dat je de keren op de vingers van één hand kunt tellen.’ 

‘Neem je me soms op de hak?’ 

‘Hoezo, natuurlijk niet! Nou kom je?’ 

‘Wat gaat er gebeuren dan?’ 

‘Gewoon, niet een knalfeest of zo, maar gezellig samen zijn, met wat versnaperingen, muziek, dans en natuurlijk die flessen whisky.’ 

‘Welke flessen whisky?’ 

‘Die van het ‘Mijnverhaal’ uiteraard.’ 

'Was  het een whiskymijn?'

'Nee, flessen met die drank waren daar verborgen.'

'Door wie?'

'Door mijn zuster, nou goed? Nou, hoe zit het, ben je present of niet? Ik moet het weten in verband met de gevulde tomaatjes.'

'Goed, als je erop staat.'

'Ik sta nergens op.'

'Volgens mij wel hoor, je staat op een vloerkleed.'

'Je vergist je, dat was een steekwoord van de maand november.'

'O, nu gaat me wat dagen, het is natuurlijk een sprei!'

'Ja.'

'Welke sprei?'

'Die van de vervelende steekwoordenuitdaging van deze maand.'



en Hans kon weer eens niet wachten: