Over Hazelwitje en de verwarring


Lees wat vooraf ging

Een snerpende sirene klinkt door de straat. Cobie schrikt wakker, was het haar eindelijk gelukt om de slaap te vatten, wordt ze wreed gewekt. Het is zo donker dat Cobie geen hand voor ogen kan zien. Op de tast zoekt zij naar een lichtknopje, een vloek rolt er door haar gedachten, ze spreekt hem niet uit, daar is ze veel te netjes voor. Ach ja, ze heeft haar nachtmasker voor, geen wonder dat ze niets ziet. Snel doet ze hem af. Blauw licht kruipt over de wand van haar slaapkamer, blauwe schaduwen alsof er buiten een zwaailicht aan staat.

Cobie staat te gehaast op. De gehaktbal die ze om middernacht nog naar binnen had gewerkt, speelt haar parten. Nergens een maagtablet te vinden natuurlijk, het enige wat ze ruim in voorraad heeft, zijn paracetamoltabletjes. Ze loopt naar het raam om te kijken bij wie die commotie was ontstaan, op hetzelfde moment gaat haar deurbel. Cobie haast zich om naar beneden te gaan en de voordeur te openen.

'Mevrouw, ik ben van de dierenambulance, wij zijn vanuit Rotterdam onder politiebegeleiding hiernaar toe geracet met een spoedbestelling voor u. Wilt u hier even tekenen voor ontvangst?' vraagt de man, achter hem staan twee agenten.

'Huh, watte, wablief, wat zit erin dan?'

'Volgens de papieren is het een witte muis, geboren Hazelnootje, omgedoopt naar Hazelwitje door mevrouw van de Boom, zij zei dat die naam beter bij zijn kleur past.'

'Huh, watte, hoezo? Waarom bezorgt mevrouw van de Boom me een muis?'

'Teken nu maar, dan kunnen wij weer terug, op de snelweg tussen Rotterdam en Groningen is een megachaos ontstaan, die moeten wij oplossen,'  komt er brommend onder de ene politiepet vandaan.

Met enige tegenzin zet Cobie een krabbel op het formulier, pakt de kooi en de bijgeleverde brief aan en sluit de deur.

 

Eerst maar eens kijken wat er op dat briefje staat. Hopelijk brengt dat wat duidelijkheid.


- Hier heb je je 'piep'muis weer terug. Ik kon hem echt niet langer houden, ikzelf ben nergens bang voor, maar me Annie vloog piepend de linnenkast op. Ik zei nog, piepen hoort niet bij honden, je moet blaffen, daar jaag je de muis wel mee op de kast en kun jij eraf komen. Maar het hielp geen fluit.

Ik heb je raad opgevolgd, het vloerkleed buiten uitgerold over de grindtegels en omdat regenbuien in november niet stoppen, heb ik maar een partytent opgezet. Met terrasreiniger gingen alle eierdooiervlekken er inderdaad uit. Maar het tapijt was niet kleurvast, met de gele vlekken ging de rest van de kleur ook verloren. Het kleed is nu zo wit als de muis.

Mag ik het tapijtje houden? Ik ben er aan gehecht geraakt, het ligt zo heerlijk comfortabel om op te naaien en het past toch niet meer bij jouw interieur. Ik neem de kosten van het vervoer van Hazelwitje wel op me, dat, plus de megahoeveelheid keukenpapier die dit grapje me gekost heeft dekt de kostprijs van het vloerkleed ruimschoots, dacht ik zo.

Nou Dana, tot de volgende keer,

Groetjes, Chantal. -


Dana? Maar die woont helemaal niet in Groningen, denkt Cobie.

Even een belletje plegen.

'Dana? Met Cobie, heb je je telefoonrekening al betaald? Ik heb eigenlijk geen idee waarom ik dit vraag, maar het leek belangrijk.'

'Natuurlijk is het belangrijk, het is immers november, dan moet dat woord gebruikt worden, en ja, de nota is betaald.'

'O, goed, maar waar ik feitelijk voor bel is dat bij mij een pakje is bezorgd wat voor jou was bedoeld. Het is van Chantal. Wat moet ik ermee doen?'

'O, ja, sorry, Cobie, ik zag te laat dat ze het naar Groningen ging sturen. Er zit een muis in, hè?'

'Ja.'

'Wat voor kleur.'

'Wit.'

'Dan is het niet de mijne. Maar dat kan ook niet, want ik heb mijn Hazelnootje weer teruggevonden. Moet nog even van de schok bijkomen.'

'Welke schok?'

'Zie je, ik dacht dat zij een hij was, maar mijn muis heeft een poesje.'

'Huh, watte?'

'En ze heeft zich teruggetrokken om in stilte een nest jongen te baren. Dus, ik heb meer dan genoeg muizen. Houd jij hem maar.'

'O, bedankt.'

En de muizen in alle huizen leefden nog lang en gelukkig.



wordt (op verzoek) vervolgd