Furieuze pennenveren


Verbolgen, nee, furieus  ben ik.  Wat denkt dat wijf wel. Ik laat me niet  zomaar ongestraft door haar schofferen. Ik zat alleen maar stilletjes in de kast, wachtend om eruit te komen op het moment suprême. En dan beticht te worden van perverse handelingen? Krijs, krijs, krijs. Ze tast mij in mijn eer aan. Ze verdient het nauwelijks om over mij te schrijven. Misselijkmakende rituelen schetst  ze, niet op waarheid berust, kan ik jullie verzekeren. Bah!

Vanaf nu wens ik in haar onzinnige verhaaltjes niet meer voor te komen. Geen woord accepteer ik van haar. 

Laat haar zeemeerminnen in stukken hakken. Die mag ze ontleden naar hartenlust, maar van mij blijft ze met haar tengels af. Ik ga terug naar mijn vastigheid, terug naar de positie die ik het beste kan bekleden. Blauw, niet op straat, maar op de motorkap.