De spiegel van haar ziel


#fantasydagboek #schrijfuitdaging 

Lief dagboek,

O, wat heb ik verlangd naar de dag van vandaag, verlangd naar dit moment, nu kan ik de belevenis van me afschrijven, straks het woord voor woord nalezen, misschien dat ik dan besef dat het waarheid is en geen verbeelding, geen fata morgana, geen dagdroom.

Gisteravond ging ik met een knoop in mijn maag naar bed. Ik lag te woelen. Te draaien van mijn ene zij op de andere. Ik heb het beddengoed wel tien keer rechtgetrokken, nee, ik overdrijf, ik dwing mezelf bij de feiten te blijven. Want als ik nu al begin werkelijke onwaarheden op te schrijven, geloof ik mezelf straks helemaal voor geen meter meer. Dat moet ik zien te voorkomen. Ten alle tijde. Het waren er negen. Niets minimaal tien. Negen keren heb ik mijn lakens teruggestopt tussen het matras en de rand van het voeteneinde van het bed. Uiteindelijk heb ik toch de slaap kunnen vatten. Dat weet ik zeker. Ben namelijk wakker geworden. En toen ben ik weer gaan malen.

Vandaag zou het gebeuren. Vandaag zou ik eindelijk mijn held, mijn reddende engel, in de ogen kunnen kijken.

Ik lag nog steeds in bed. Te wachten op wat komen ging. Bang. Zenuwachtig. Nerveus trillend. Geloof moest ik hebben, op mijn eigen kracht kunnen bouwen, mijn lot leggen in zijn handen, blindelings vertrouwen. Of nou ja, zo dramatisch was het nou ook weer niet. Maar hoe mooi zou het zijn als dit zou lukken. Dan waren de voorbereidingen, het lange wachten, de pijn niet voor niets geweest. Dan zou ik haar eindelijk mogen ontmoeten.

Om tien uur was het zover. Ik spitste mijn oren. Wou geen seconde missen. Alles nauwkeurig in me opnemen om het aan het einde van de dag ieder detail te kunnen beschrijven, tenminste, bij welslagen van het project.

De naderende stappen. De kalme stem. De kundige handen. Ik sidder. Ik beef.

'Sluit je ogen maar even, je mag ze pas weer open doen als ik je daar toestemming voor geef.'

Ieder woord slurpte ik op. Natuurlijk zou ik gehoorzamen. Niet stil staan bij mogelijke mislukkingen, door mijn toedoen. Dat zou ik niet kunnen verdragen. Echt niet.

Intussen groeide het verlangen gestaag. Nooit geweten dat het nog groter zou worden. Het hunkeren. De zucht. Het smachten naar. De ultieme wens. Het neigt naar begeerte. Hoe zou het zijn als ik voor het eerst in haar ogen mocht kijken? Zou de weerspiegeling van haar ziel daar zichtbaar zijn?

'Nog even volhouden. Geef je het wel aan wanneer de pijn weer te ondraaglijk wordt?'

De schok die deze woorden teweeg bracht, voel ik weer bij het opschrijven. Daar had ik nog nooit bij stil gestaan. Pijn. Ja. Dat kon ik wel hebben. Daar had ik genoeg ervaring mee. Maar weer die terugslag naar het ondraaglijke?

Geef antwoord. Reageer instemmend. Zeg iets. Wat dan ook. Zeg dat je het wel aankan. Maar mijn zwijgen was klaarblijkelijk voldoende. De vraag werd niet herhaald.

Hoe lang het wachten duurde kan ik niet zeggen. De ongelofelijke opluchting toen hij eindelijk me verloste van onzekerheid veegde de minuten weg. Het had uren kunnen duren. Dagen. Weken. Maandenlang verlangen. Tijd wordt ondergeschikt aan de blijdschap van het moment.

'Je mag je ogen openen. Knipper maar even. Het licht zal steeds feller worden.'

En ik opende mijn ogen. Ik knipperde tegen het steeds feller wordende licht. Ik bleef knipperen totdat het niet meer feller werd. Totdat de stabiliteit arriveerde.

Een diepe zucht. Ik keek traag om me heen, nam mijn omgeving in me op en ik keek voor me. Ik zag een glimlach om zijn lippen. Hij hield mij een spiegel voor en voor het eerst zag ik haar ogen. Ik hoefde niet langer in het duister te tasten.

O, wat heb ik verlangd naar dit moment. Nu kan ik het keer op keer teruglezen. Net zo lang tot het besef tot me doordringt. De fantastische waarheid dat de transplantatie geslaagd is.

Ik heb ze eindelijk mogen ontvangen. Mijn held, mijn reddende engel, mijn donor, bedankt!