Een beschuitje voor oom Frits


Het is nog vroeg als oom Frits aanschuift aan de ontbijttafel van het hotel. Keurend kijkt hij langs de etenswaren die op grote draaischijven zijn uitgestald, pakt een bordje en begint de meest bekoorlijke lekkernijen op zijn bord te laden. De vorige keer dat hij voor zijn werk naar een weekend vol vergaderingen was gestuurd was hij te traag geweest, en waren de beschuiten al weggegeten voor hij had kunnen toegrijpen. Dat moet deze keer uiteraard tot elke prijs worden voorkomen. Achtereenvolgens kiest hij een lekker croissantje, een hard broodje, krentenbolletje en natuurlijk uit de beschuitbus ook een beschuitje. Op een tweede bordje legt hij de belegsoorten waarmee hij dat alles wenst aan te kleden, bij elkaar een aardige berg. De baas betaalt, dat scheelt.

Een boomlange ober loopt met een schaal met eieren naar het buffet en werpt een wat misprijzende blik op ooms etensplannen, twijfelt even, maar besluit toch om er heel klantvriendelijk niets van te zeggen.

Vergenoegd valt oom Frits op zijn bordjes aan. Heerlijk om zo ongestoord te genieten. Geen tante Coby die hinderlijke thema's als dieet, lichaamsbeweging, calorieën en dergelijke ter tafel kon brengen, al weet hij best dat ze daarmee allemaal de spijker op de kop zou slaan. Voor één keertje, dat moet toch kunnen?

Collega Jansen komt aanlopen, gewapend met een krant en een zwarte stift. 'Goedemorgen Frits!'

'Goedemorgen Jansen,' klinkt ooms antwoord vriendelijker dan hij is. Waarom kan die vent hem ook niet gewoon met rust laten tijdens het eten!

'Ik probeer het kruiswoordraadsel uit de krant op te lossen,' gaat Jansen verder, 'maar ik weet er eentje niet.'

Vlieg omhoog met je kruiswoordraadsel, denkt oom Frits, laat mij eten… De collegialiteit en de goede sfeer op de werkvloer vraagt helaas echter om een ietwat aangepaste reactie. 'Vertel.'

'Een slaapplaats, zeven letters.'

'Even kijken…. Hoogslaper. O nee. Dat zijn er negen.'

'Ja, en stapelbed heeft er acht. Dat is ook teveel.'

Oom fronst zijn voorhoofd. Typisch die Jansen met zijn problemen, nou zit oom Frits er ook mee.

'Twijfelaar. Nee. Ledikant. Ook niet.' Het is even stil. Dan lichten de ogen van oom Frits op. Natuurlijk, dat moet het zijn: 'Hangmat.'

Met een grijns van opluchting zet Jansen zich op een stoel aan ooms tafeltje en noteert de ontbrekende letters in de hokjes.

'Pas op, de bloemetjes,' wijst oom, als de krant te nadrukkelijk in de richting van het vaasje op tafel wordt geschoven. Een wat treurig vaasje waar wat plukjes groen uitsteken met in het midden een geel bloemetje.

Jansen lacht, maar trekt de krant niet terug. Integendeel. Terwijl hij zoekt naar de volgende beschrijving schuift de krant een stukje verder en het vaasje kukelt omver. Water en de stukjes groen kieperen over het beschuitje.

'Kijk toch uit, die bloemetjes!'

'Ze zijn dus echt?' reageert Jansen met een rood wordend gezicht.

'Ja, dat zei ik je toch!' Met een afgekoeld humeur stapt oom Frits naar het buffet om zich een nieuw beschuitje te halen. Maar helaas. De beschuitbus is leeg.


(c)2019 Hans van Gemert

Eigen afbeelding


Dit verhaal past in twee schrijfuitdagingen:

Enkele van mijn bijdragen aan de schrijfuitdaging van april 2019: