×

Yoors


Inloggen
×

Yoors











Het mysterie van het doosje (7): Eindelijk alleen met het doosje

Het mysterie van het doosje (7): Eindelijk alleen met het doosje


Wat gebeurde hiervoor:

Het eerste deel van deze reeks:

Een blik op de inhoud van het doosje heeft me een momentje behoorlijk uit mijn evenwicht gebracht. Ik doe mijn uiterste best om vooral 'gewoon' te doen en pak het doosje nonchalant op. Heeft Jacco mijn aarzeling en verrassing gezien? Waarschijnlijk niet, hij staat op de drempel met zijn handen in zijn zakken. Zijn jas zit vol stof en steengruis, vermoedelijk mijn eigen jas ook.

'Jammer, misschien vinden we het morgen,' roep ik en ik zet het doosje bovenop de kast.

'Nou, tot morgen dan maar,' knikt hij, overduidelijk gerustgesteld dat ik het ding niet meeneem.

'Ja, tot morgen!'

Hij verdwijnt. Mooi. Ik houd mijn adem even in. Gaat hij nu echt weg? Eén ding is wel zeker, als ik te lang hier in de keet blijf zal hij ongetwijfeld argwaan krijgen. Dus ga ik ook naar buiten. De deur gaat op slot, de luiken dicht en even later sluit ik ook het grote hekwerk. Op dat moment rijdt Jacco van het terrein af. Zie je wel, flitst het door me heen, hij heeft toch staan wachten of ik wel weg zou gaan.

Ik zie hem er goed voor aan om een eindje verderop te parkeren zodat hij kan zien of ik echt wegrijd. Misschien om zeker te zijn dat ik niet verder ga zoeken, misschien ook om zelf over het hek te klimmen en een nieuwe poging te wagen. Ik rijd dus ook weg. De achterlichten van Jacco's wagen zijn inmiddels niet meer zichtbaar, maar als ik de hoek omga zie ik een bekende wagen langs de weg geparkeerd. De lichten zijn gedoofd, maar ik ben er aardig zeker van dat Jacco daar staat. Lekker laten staan, denk ik bij mezelf, dat geintje ken ik ook.

Een paar straten verderop is het parkeerterrein van de supermarkt. Vandaag is het koopavond, er staan allerlei geparkeerde wagens. Handig manoeuvreer ik mijn wagen een parkeervak in, doof de lichten en wacht op hetgeen er gaat gebeuren. Ik geef 'm een paar minuten. Is hij dan nog niet langs komen rijden, dan moet ik opletten. Grote kans dat hij dan terug is gegaan naar de werkplek en probeert in te breken in de keet. Ik vraag me al af of ik dan de politie moet gaan bellen.

De politie blijkt niet nodig, de paar minuten wordt een krappe halve. Ik zie hem voorbij rijden en hij heeft de juiste richting om naar zijn woning te rijden. Mooi, dat betekent dat de kust veilig is. Voor de zekerheid wacht ik nog een vijftal minuten. Dan rijd ik terug naar de werkplek. Het is volledig rustig hier. De auto parkeer ik een eindje verderop. Ik heb inmiddels wel geleerd voorzichtig te zijn, dus ik open het hek en sluit het achter mij weer af. Dat doe ik ook met de keet. Het is goed dat de luiken nu gesloten zijn, als ik nu de lamp aandoe dan dringt het licht niet tot buiten door. Ik weet, daar had ik een paar uur geleden ook al aan moeten denken.

Dan eindelijk pak ik het geheimzinnige doosje van de kast af. Wie had kunnen denken dat het doosje, dat tot vanmorgen nog achter het houten schot van de zolder van dat sloophuis stond zo geheimzinnig, raadselachtig en zelfs magisch zou kunnen zijn?

Ik haal diep adem. Ik pak het dekseltje vast. Zou het open willen? Dan haal ik het moeiteloos van het doosje af.


(c)2018 Hans van Gemert

Afbeelding: Pixabay


Dit verhaal past in deze uitdaging, waar je de hele maand november aan kunt meedoen:

Schrijfuitdaging november 2018

Doe ook mee. Hoe je dat doet lees je hier:

Maar wat zit er nou in? Hopelijk komen we daar in de volgende aflevering eindelijk achter!