Ieder voor zich



Het zijn zware tijden met zo'n virus, ieder voor zich, allen voor mij en het hemd is nader dan de rok.

Met mijn kraagje hoog opgetrokken heb ik de laatste meters afgelegd naar mijn huis, mijn vesting. De buit is binnen, de deur is dicht. Mijn eerste werk is regelrecht naar de rolluiken lopen om die vervolgens met welbehagen dicht te laten vallen. Zo. Veilig, dat lucht op. Je weet niet welke kapers er op de kust liggen in deze duistere tijden. De post schuif ik opzij, aangezien er voorlopig niemand naar buiten mag kan ik die uitnodiging voor het wekelijkse groepsgesprek zonder problemen aan de kant schuiven. Er zijn ook weer reclamefolders van de supermarkt, een beetje komisch is dat wel. Voorlopig is er toch maar weinig kans daar nog iets van te kopen, met al die vreselijke hamsteraars.

Ik zie dat de bezorger alweer het modeblad van de buurvrouw bij mij heeft bezorgd. Nou, ze heeft pech, geen denken aan dat ik mijn huis nog verlaat, ik blijf mooi thuis om de voorraad te bewaken.

In de keuken open ik de beide tassen om te zien wat ik heb gescoord. Allereerst natuurlijk de beide onvermijdelijke pakken met toiletpapier, die ik bij de andere 48 pakken in de logeerkamer leg. Dat moet toch zo langzamerhand genoeg zijn. Zo niet, dan heb ik gelukkig ook vijf familiepakken met wattenstaafjes, voor het fijnere werk.

Er moet natuurlijk de komende weken ook gegeten worden, dus ik heb ook weer wat blikken meegenomen. Het is de kunst niet teveel in één keer mee te nemen als je ruzies met andere kooplustigen een beetje wil vermijden.

Honderd blikken met vis en vlees, tachtig blikken groente, een stuk of dertig afbakbroodjes en vijftig verpakkingen met aardappelschijfjes, het voordeel van dit soort producten is dat het eventueel ook rauw gegeten kan worden. Allemaal voor het geval dat de komende weken ook de stroomvoorziening het laat afweten. Om diezelfde reden heb ik mijn telefoon en laptop optimaaal opgeladen. Dat probeer ik ook zo lang mogelijk zo te houden.

Ik heb ook een paar chipszakken. Misschien niet heel gezond of voedzaam, maar gewoon lekker.

Uit mijn tas vis ik ook nog de nodige blikjes bier, al evenzeer een van de primaire levensbehoeften.

Zo. Mijn noodvoorziening is compleet, mij zullen ze niks kunnen maken. Mocht een van mijn buren het op mijn voorraad voorzien hebben, ik ben gewapend. Schiettuig heb ik niet, maar met vlijmscherp geslepen breinaalden kom ik vast ook een heel eind.


(c)2020 Hans van Gemert

Een #verhaal in het kader van de #schrijfuitdaging van Schrijvelarij (FB), waarin een tiental #steekwoorden verwerkt dienen te worden.

Een vervolg: