Romantische ondeugden


'Heb je alles?'

'Even kijken hoor, eh... kaasjes, chips, wijn, zakje gepelde hazelnoten, blokjes kaas, een bakje gekruide gehaktballetjes ... volgens mij hebben we het wel. O ja, en het vloerkleedje natuurlijk.'

'Heel goed, een beetje gerieflijk mag het wel zijn natuurlijk.'

'Echt wel,' gniffelde Elise, 'het is anders nogal hard en koud.'

'Dat bedoel ik schat, dat bedoel ik.'

'Weet je zeker dat we naar binnen kunnen? Er is toch een alarm?'

Nu was de beurt aan Ronnie om te gniffelen. Triomfantelijk stak hij een stuk papier omhoog. Ik heb op de achterkant van deze telefoonrekening de code genoteerd, dus ook dat is dik voor mekaar. '

'Vet!' Snel drukte Elise een zoen op Ronnies lippen. 'Vind je het ook zo spannend?'

Het lachje kreeg een klein superieur randje terwijl hij zijn armen om haar heen sloeg. 'Reken maar, weer een plekje waar we het nog nooit hebben gedaan van ons lijstje af. Zullen we? Het regent wel, geloof ik.'

'Ik laat me door een regenbuitje niet meer tegen houden hoor, we hebben hier al zo lang naar uitgekeken. Ik heb zelfs,' er brak een nieuw zonnig lachje door, 'een paracetamoltabletje ingenomen om elk risico op hoofdpijn te voorkomen!'

'Nou, dat klinkt meer dan voortreffelijk. Laten we maar gauw gaan dan!'

De supermarkt was voor hen beide geen vreemde plek, maar het tijdstip waarop ze bij de achterdeur aankwamen was dat wel: een half uur na middernacht, en op de ene lantaarn op het parkeerterrein na, volledig donker en uitgestorven. Een enkele muis rende over het terrein om in de donkere schaduw te verdwijnen. Of was het een rat? Ach, onbelangrijk.

De deur was snel open, en vlug stapten ze naar binnen om zo min mogelijk kans te lopen ontdekt te worden. Binnen was het zo donker dat ze geen hand voor hun ogen zagen. Op de tast zochten ze naar het lichtknopje en toen ze het hadden gevonden moest er even met de ogen geknipperd worden tegen het felle licht. Snel schakelde Ronnie over op de wat mildere noodverlichting. 'Het moet wel een beetje romantisch blijven!'

'Ja precies. Waar gaan we?'

'Ik dacht in de achterste gang, bij die tuinproducten. Bij die terrasreinigers, weet je wel? Daar is wat meer plek voor ons kleedje.'

'Goed idee.'

Met het opgerolde kleedje over haar schouder liep Elise achter Ronnie aan. Iets te haastig misschien,  want een doosje eieren werd net aangetikt en viel met een spetterend en oorverdovend lawaai uit het schap. Spetters eierdooier kwamen tot een eindje van de plek des onheils neer.

Ronnie draaide zich snel om. 'Geen punt, schat, niks dat we niet met een paar stukken keukenpapier kunnen oplossen.'

Toen ook die hindernis tot tevredenheid was genomen werd het kleedje uitgerold en de kaarsjes neergezet, met een batterijtje uiteraard,  ze voelden heel begrijpelijk weinig voor echt vuur en het risico dat de brandmelders onvoorziene gasten zouden alarmeren. En trouwens, het innerlijke vuur brandde al stevig genoeg.

De meegebrachte wijn werd in twee bekertjes uitgeschonken, en de hapjes stonden klaar.

'Proost!'

'Proost!'

Het volgende dat aan de lippen werd gezet waren elkaars lippen. Het past ons om, in verband met de noodzakelijke privacy, ons op dit moment uit het verhaal terug te trekken. Het vervolg is toch wel duidelijk,  daar hoeven we geen tekeningetje bij te maken...


(c)2019 Hans van Gemert

Dit #verhaal (#Geschichte, #story) past in de #schrijfuitdaging van Schrijvelarij (FB) van november 2019 (= een #steekwoordenverhaal met: telefoonrekening, gehaktbal, keukenpapier, paracetamoltablet, eierdooier, hazelnoot, vloerkleed, muis, terrasreiniger, regenbui).

Uiteraard past het ook in de maandelijkse schrijfuitdaging op Yoors. Wil je ook meedoen? Kijk hier hoe je dat doet:

Lees ook het parallelle verhaal: