De Grote Poppie


Met een diepe zucht liet hij zich op het bankje neervallen, zijn blik wat vertroebeld door een paar opkomende tranen. Daar zat hij dan, de grote Poppie. Nou ja, groot, dat gold dan in ieder geval niet voor zijn lengte van net iets meer dan 1 meter 60. En ook dat was nog afhankelijk van zijn hakken. Maar in zijn vak was hij altijd de Grote Poppie geweest, een welkome verschijning die garant stond voor plezier, glim- en schaterlachjes.

Nou, zo leuk was het allemaal niet meer, de mensen konden gewoon nergens meer om lachen. Chagrijnen waren het, allemaal! Erger nog, tegenwoordig  leek hij eerder schrik aan te jagen. Welke idioot ooit met die bangmakerij begonnen was! Hij voelde zich verdrietig, vernederd, misbruikt, nutteloos. Met een nijdig gebaar veegde hij zijn ogen droog. Wat nou tranen, was hij nou een vent!

Al starend in de verte zag hij weinig meer dan een vormloos groen floers, met wat blauw erboven. Hij voelde hoe het zonnetje zijn huid streelde. Aangenaam, dat moest hij toegeven. 

Langzaam schoof er iets bruins in de groene waas, voldoende om hem opmerkzaam te maken en uit de zelfopgelegde en zelfmedelijdende trance te komen. Een tweetal paarden stond naar hem te kijken, vlak bij de afrastering van het weiland. Nieuwsgierig namen ze hem op, besloten opmerkelijk tegelijk dat hij geen bedreiging of bron van voedsel betekende en richtten hun aandacht weer op het gras vlak bij het hek. Poppie keek vol bewondering toe. Wat een mooie dieren, zo gracieus als zij zich bewogen, en zo opmerkzaam. Als hij een beetje ging verzitten dan zag hij hoe ze keken, hoe ze hem volgden om bij mogelijk onraad meteen weg te kunnen rennen. Maar van Poppie hadden ze niets te duchten.

Met een groeiende belangstelling keek hij toe hoe de dieren naar elkaar opkeken, alsof ze gesprekje met elkaar voerden. Een enkele keer bewogen de koppen naar elkaar, plagend of liefdevol, het was maar net wat je erin wilde zien. 

verhalen

 De aanblik van de paarden verzachtte iets van het ruwe in Poppie, de geschminkte  mondhoeken die zo treurig neerwaarts hadden gewezen begonnen zich weer wat op te richten. Het voedde zijn creativiteit, zijn fantasie. Waar zou het gesprekje over gaan? Misschien ging het wel over een nieuw hoofdstel, of misschien hadden ze jeuk of zo, en moesten ze elkaar daarom krabben. 


Poppie glimlachte. Hier zat op zijn minst een leuk verhaal in, misschien zelfs een nieuwe act.

(c) 2019 Hans van Gemert

Afbeeldingen: pixabay

Dit verhaal past in de schrijfuitdaging van oktober 2019. Wil je ook meedoen? Kijk hier hoe je dat doet: