Heb ik weer


Het kost wat tijd en ik heb er een tijdje aan moeten knutselen, maar met een trots gevoel draaide ik uiteindelijk het laatste schroefje vast. Het avontuur kon eindelijk gaan beginnen. Gespannen draaide ik het contactsleuteltje om. En jawel: een zacht brommend geluid klonk, de motor liep als een zonnetje. Ik had uiteraard niets anders verwacht. Uit het raampje kon ik zien hoe mijn ruimteschip zich langzaam losmaakte van de grond, om daarna met steeds grotere snelheid te stijgen. Het duurde niet lang voor ik onze vertrouwde aarde als een blauwe-wit-groene knikker tegen de zwarte achtergrond van de ruimte zag hangen.
De motoren waren nog beter dan ik had gehoopt. Waar NASA of Elon Musk het over een reis van vele maanden hebben, bereikte mijn vaartuig de rode planeet al na een klein uurtje.Na de landing keek ik nieuwsgierig om me heen. Rood, droog en stoffig. Trots stapte ik in mijn ruimtepak rond en bekeek de eerste door een mens achtergelaten voetstappen op Mars.

Ik kwam niet ver. Een groen figuurtje keek me vanuit een bosje tentakels streng aan.

Heel voorzichtig stapte ik een pasje naar achteren. Weer kwam ik niet ver. Twee van de tentakels bleken een enorme lengte te hebben en grepen me stevig vast.

‘Waar ga jij naar toe?’

Tot mijn verbazing bleek ik uitstekend Marsiaans te kunnen verstaan.

‘Daarheen, meneer het marsmannetje’, en ik wees over mijn schouder.

‘Dát dacht ik niet! Bovendien bén ik helemaal geen meneer!’

‘Sorry, mevrouw dan.’‘Dat ben ik óók niet!’

Het leek mij niet geheel het juiste moment om nader op de anatomie van Marsbewoners in te gaan.

‘Luister eens’, ging de marsbewoner verder, ‘het is al erg genoeg dat jullie je eigen planeet naar de bliksem helpen. Hier zijn jullie niet gewenst, begrepen? En bovendien’, en op dit moment reikte het Marsiaanse figuurtje me met een van de vele tentakeltjes een papiertje aan, ‘je bent bekeurd. Je staat hier hopeloos fout geparkeerd.’


(c)Hans van Gemert

Afbeelding: Pixabay




16 comments