Onderwijsassistent zoekt een nieuwe school!



Compimenten

“We hebben nog een paar weken en gaan nog even hard werken om zoveel mogelijk lessen af te krijgen” vertel ik aan mijn leerlingen waarmee ik BOUW doe. Dat is tutorlezen met behulp van een laptop. De oefeningen verschijnen op het scherm, met de tekst die ik moet zeggen. Ik hoef zelfs niet te bedenken dat ik complimentjes geef, want die komen ook op het scherm te staan. Het is wel grappig, maar ik vind een beetje eigen inbreng ook wel fijn. Dat doe ik dan met andere dingen, maar hierbij moet ik het programma volgen. Natuurlijk geef ik complimentjes op mijn eigen manier en moment. Ik spiek daarbij stiekem op de grote poster die in het kamertje hangt, de complimentenposter van Jij bent uniek. Ik probeer daardoor variatie te brengen in mijn complimenten en geef er meer dan op het scherm staat, dat merkt tenslotte niemand…..

Groep vier

“Maar als ik in groep vier zit kun je mij toch ook wel ophalen?” vraagt Lisa. Ik schud mijn hoofd. “In groep vier werk ik hier niet meer. Dan houdt het gewoon op, daarom wil ik nu zoveel mogelijk doen. Alles wat je nu nog doet en leert heb je voordeel aan in groep vier!” leg ik uit. Ook andere kinderen vinden het maar gek dat ik volgend schooljaar niet meer kom. “Dan ga ik naar een andere school” zeg ik tegen mijn leerlingen van groep drie. “Naar welke school dan?” wil Lineke weten. “Dat weet ik nog niet” antwoord ik.

Afscheid nemen

Het is ontzettend vermoeiend om steeds afscheid te nemen. Ik hecht me snel aan de kinderen en ga ze erg missen. Ook al ben ik hier op voorbereid, beter dan de vorige keer, toch weet ik dat ik het de laatste dag wel moeilijk ga krijgen. Tot nu toe weet ik het goed uit te schakelen, maar zo ging dat de vorige keer ook. Vooral het individueel werken met kinderen schept een band. “Heb je je haar geverfd?” vraagt Lineke op een dag. Ik had haar al zien kijken terwijl ik druk bezig was het programma op te starten op de laptop. “Klopt!” lach ik. “Wat heb je dat goed gezien!” Ze kijkt nog eens en zegt dan: “Dat staat je heel mooi!” . Een week later zet ik mijn leesbril op als we gaan beginnen en dan roept ze uit: “Je hebt een nieuwe bril!” Ook andere kinderen valt het op en zij nemen mijn twijfels weg of ik wel de goede bril heb gekozen.

Zelfstandig voor de groep

Er zijn ook dagen dat ik de hele groep draai. Dat gaat me goed af. Ik ken deze kinderen natuurlijk heel goed, doordat ik drie dagen per week meedraai in deze klas. Het nadeel is dat ik mijn stem niet mee heb. Deze klas is erg kletserig en als ik daar bovenuit wil komen, dan gaat dat ten koste van mijn stem. Zo krijg ik een paar dagen voor Pasen wel even de bibbers of ik al die diensten voor en op Pasen kan meezingen, want ik voel ineens mijn keel en ik krijg een enorme hoestbui omdat ik mijn stem forceer. Dus halverwege de dag maak ik pas op de plaats en probeer ik het zoveel mogelijk op te lossen met het belletje. Toch geniet ik van deze dag. Juist de combinatie van af en toe mijn groep zelfstandig draaien en veel ondersteunend werk doen op andere dagen.

Toetsmomenten

“We gaan woordjes lezen. Maak je geen zorgen, het zijn er teveel. Niemand kan in een minuut tijd al die woordjes lezen. Dus kijk hoever je komt, dan weten we welke woorden je makkelijk kunt lezen en waar je in groep vier nog wat meer mee moet oefenen.” Ik probeer de kinderen altijd gerust te stellen bij een toets. In groep drie hebben ze veel toetsen. Bij elke kern moeten ze zoveel mogelijk woordjes lezen in één minuut. Ik sprak een keer een buurvrouw die zich afvroeg hoe ze dat voor zich moest zien. Moest haar dochter echt met een stopwatch woordjes lezen? In groep drie?  Ze vond het best heftig. Ik begrijp dat wel. Soms lijkt het wel erg veel wat een kind moet kunnen. Maar aan de andere kant is het ook handig om even te kijken waar ze staan. Na de afsluiting van een kern, toetsen we hoeveel woorden kinderen kunnen lezen. “Ik zou er niet te zwaar aan tillen” zeg ik. “Ik zie het meer als een moment van aandacht. Misschien kan een kind juist veel beter lezen dan je merkt in de klas. Dan kun je daar ook op inspelen.” Maar ik vind het niet nodig om je begin groep drie al zorgen te maken over het aantal woorden per minuut dat je kind kan lezen.

Motivatie zoeken

Ik ga het weer missen, deze kinderen, dit werk. Groep drie. Letters flitsen, woorden lezen, tutorlezen, oefeningen met de getallenlijn, bussommen, even- en oneven getallen. Groep drie staat bol van de nieuwe dingen en ervaringen. “Ik kan het niet” zegt Joey bij het schrijven. “Echt wel!” zeg ik. “Maar ik vind het moeilijk” zucht hij. “Maar lieverd, als alles makkelijk zou zijn hoefde je niks meer te leren. Dan zou het heel saai worden op school! Kom op, we gaan het proberen!” En elke keer leg ik uit dat ik in groep drie (nou ja, bij mij was het nog klas 1) ook niet goed kon schrijven. Dat ik heel lang en heel veel geoefend heb omdat ik het heel graag wilde. Toen is het toch gelukt. “Maar zonder proberen en volhouden, had ik het ook niet gekund!” verzeker ik hem. “En nu kun jij heel netjes schrijven” zegt Maaike, die in hetzelfde groepje zit en meeluistert. Ik knik haar toe. “Inderdaad. En bij sommige kinderen gaat dat vanzelf, maar bij mij echt niet!” Joey zucht en pakt zijn potlood. Hij gaat het proberen, met veel support van mij. Zodra ik doorloop naar een volgend groepje legt hij zijn potlood neer en gaat iets anders doen. Motivatie is niet af te dwingen, maar ik blijf het proberen, tot de laatste dag. En ik geef hem een sticker, voor zijn inzet. Of het goedkomt? Dat weet ik niet. Want ik ben hier met ingang van de zomervakantie weer weg.

solliciteren

Gelukkig zijn er momenteel toch wat meer scholen die geld hebben voor een onderwijsassistent. Ik stuur sollicitatiebrieven en plaats een oproep op LinkedIn. Er komen veel reacties. Dat is hoopgevend. Maar dan volgt er na het eerste contact stilte en dat is een teleurstelling. Scholen hebben belangstelling, dus stuur ik mijn CV. Ondanks een schat aan ervaring en op verzoek ook referenties, komt er geen uitnodiging. Of er komt wel een uitnodiging, maar die wordt op het laatste moment weer ingetrokken. Er zijn nog een paar in behandeling. Eén solliciatiegesprek is gepland en andere scholen hebben aangegeven graag een gesprek te willen en contact op te nemen. Tot nu toe is dat niet gebeurd. We wachten het af. En ik solliciteer ondertussen verder. Er moet een school zijn die op mij zit te wachten, want ik heb heel wat te bieden. En daar ga ik ook met veel liefde kinderen helpen bij het leren lezen en rekenen. Of ik ga schoolbreed hulp geven aan kinderen die een steuntje in de rug nodig hebben. Er zal wel iets komen, al valt het afscheid altijd zwaar. Want ieder kind en iedere school is uniek.