Eau de Arachnida


De wekker gaat. Ik schrik wakker en druk snel de snooze knop in. Met een zucht laat ik me neervallen in het kussen en draai me nog eens lekker om.
Dan voel ik iets kriebelen aan mijn wang. Ik gluur tussen mijn wimpers door. Een kleine spin kijkt me vanaf mijn kussen beteuterd aan. Ik veer op en zie dat de geschrokken spin de benen heeft genomen. Vliegensvlug rent de achtpotige over mijn matras richting de rand van mijn bed. Ik kruip een eindje mee en zie de spin achter mijn hoofdbord verdwijnen. Bij die actie zie ik de spin iets verliezen. Ik buig me voorover en pak het voorwerp op. Het lijkt wel van glas. Ik heb een vergrootglas nodig om het etiket te kunnen lezen: Eau de Arachnida. En daaronder in piepkleine letters: 1 druppel na het ontbijt voor de beste kwaliteit.
Hm, wat zouden ze daarmee bedoelen?
Het is maar een klein flesje. Heel voorzichtig draai ik het dopje eraf en ruik eraan. De ragfijne geur doet mij enigszins zweven. Ik laat een druppeltje op mijn tong vallen en slik het daarna snel door. Met enige spanning wacht ik af.
Na een half uur is er nog niets gebeurd.
Dan bedenk ik me dat ik nog niet ontbeten heb. Ik ren naar beneden, prop een paar boterhammen naar binnen met een kop thee erbij en zoek daarna mijn slaapkamer weer op. Het kleine flesje staat gelukkig nog op mijn nachtkastje. Ik draai het dopje er weer vanaf, aarzel even en giet vervolgens de gehele inhoud in mijn keel.
Een minuut gaat voorbij, twee, drie.
Ik begin ongeduldig door de kamer te ijsberen. Na een tijdje sta ik opeens stil. Er is iets anders. Ik kijk om me heen en dan zie ik het: ik sta op het plafond. Ondersteboven. Gezien mijn lengte schraap ik nog net niet met mijn hoofd over de vloer.
Tijd om wat meer ruimte op te zoeken. Ik doe mijn dakraam open en stap het dak op. Ondanks het schuine dak heb ik geen enkele moeite om mijn evenwicht te bewaren. Na het dak loop ik zonder moeite over de muur drie verdiepingen naar beneden. Een wonder! Wat een vrijheid!
Wat zou ik nog meer kunnen? Ik klim in de eerste de beste boom die ik zie. Helemaal bovenin weef ik een reusachtig web. Ik ga er op mijn gemak in liggen en kijk naar de blauwe hemel. Ik kan hier best wel aan wennen. Ik doezel een paar momenten weg tot ik gewekt word door een hele serie aan vogelgeluiden. Mijn weefkunsten blijken iets te goed te werken. Tijdens mijn dutje heb ik een flinke voorraad vogels gevangen: drie kraaien, twee houtduiven, zes kwetterende eksters en een verdwaalde ooievaar. Ik bevrijd mijn gevleugelde vrienden direct en tuig mijn web snel weer af. Ik wil niet per ongeluk een vliegtuig vangen of zoiets.
Onderweg naar huis kom ik erachter dat ik een paar extra ogen heb gekregen. Handig! Nu heb ik mijn bril niet meer nodig.
Ook mijn oren blijken extra gevoelig te zijn. Ze voelen reusachtig aan. Als de oren van die vliegende olifant. Gelukkig blijken ze nog even groot te zijn als anders. Al kan ik nu wel supergoed horen. Zo kan ik het gras horen groeien. Knap hè? Ik hoor zelfs een mol diep onder de grond aan zijn kont krabben omdat hij jeuk heeft. Niet heel boeiend, natuurlijk.
Zo gaandeweg de dag ontdek ik steeds meer over mijn nieuwe bijzondere gave.
Ik zou nog vele pagina’s kunnen uitweiden over mijn ontdekkingstocht. Helaas heb ik niet zoveel woorden tot mijn beschikking. Laten we daarom maar snel doorspoelen naar het einde. Niet al te best einde, ben ik bang. Uiteindelijk maakte ik een kleine maar cruciale fout.
Als de nieuwe spiderman voelde ik me oppermachtig. Dan doe je wel eens domme dingen. Tijdens de beklimming van een hoog gebouw raakten mijn spinnenkrachten opeens op. Dat heb je met kleine flesjes. Die gaan niet oneindig lang mee.



#schrijfuitdaging