Een 'omgaan-met-autismerecept'


#recipes

Ingrediënten:

- Korte zinnen

- Expliciet

- Letterlijk taalgebruik

- Verhouding non-verbale en verbale boodschappen

- Ruimte

- Tijd en geduld

- Eerlijkheid

- Complimentjes

- Petieterpeuterige grapjes

- Rust


Omgangsbereiding


1. Gebruik korte en directe zinnen.

2. Wees expliciet. ‘Zo meteen’ is voor iemand met autisme nietszeggend, net zoals termen als gauw, snel en binnenkort. Gebruik liever een duidelijke tijdsaanduiding zoals ‘binnen vijf minuten’. Ditzelfde geldt voor het stellen van vragen. In plaats van te vragen: “Wat vind jij het leukste om te doen op school/je werk?”, vraag dan: 'Ik heb drie werkzaamheden, welke zou jij het liefst willen doen?'

3. Vermijd beeldspraak. Mensen met autisme nemen woorden vaak letterlijk. ‘Een knoop in je maag hebben’ zegt iemand met autisme niet zo veel. Zeg precies wat je bedoelt, dat doen zij ook.

4. Zorg ervoor dat jouw verbale en non-verbale boodschappen elkaar niet tegenspreken. “Ja” zeggen en tegelijkertijd je hoofd schudden geeft een verwarrend signaal af.

5. Houd voldoende fysieke afstand. Mensen met autisme zijn vaak hypersensitief voor zintuiglijke prikkels waardoor ze in paniek kunnen raken wanneer zij worden aangeraakt. Wanneer je iemand toch een knuffel wilt geven of iets dergelijks, vraag dan of hij of zij er geen bezwaar tegen heeft en geef duidelijk aan wat je gaat doen.

6. Geen idee waar je over zou kunnen praten? Dan is het praten over zijn hobby een goede keuze. Wees er echter op voorbereid dat hij hierover uren zou kunnen praten. Om het gesprek netjes af te sluiten kun je zeggen: ‘Ik weet nu genoeg over dit onderwerp, dankjewel.”

7. Probeer je niet gekwetst te voelen. Mensen met autisme zijn erg direct en hebben niet altijd door dat wat zij zeggen soms kwetsend kan zijn. Zij doen dit echter niet expres. Verwar eerlijkheid niet met kwetsen en krenken.

8. Geef complimentjes. Mensen met autisme hebben vaak last van onzekerheid wanneer ze in een situatie terechtkomen die ze niet goed kunnen inschatten. Het geven van complimentjes wanneer zij iets goed hebben gedaan, kan hen helpen te begrijpen hoe zij zich in een dergelijke situatie het beste kunnen gedragen. Valse complimenten werken echter niet goed. 'Goed gedaan,' zeggen omdat je het 'sneu' vindt om te zeggen dat ze het beter anders hadden aan kunnen pakken werkt echter weer verwarrend.

9. Kijk uit met grapjes maken. Niet alle grapjes zullen goed worden begrepen, dat wil absoluut niet zeggen dat mensen met autisme geen gevoel voor humor hebben.

10. Zorg voor rust in het gesprek. Het is het fijnst voor iemand met autisme om een rustige plek als ‘gespreksdecor’ te hebben. Hoe minder prikkels er aanwezig zijn, hoe beter hij zich kan concentreren op het gesprek.


 
Promote: support and profit

Support Dana with a promotion and this post reaches a lot more people. You profit from it by earning 50% of everything this post earns!
More