Trein


Dit is een aandeel in de schrijfuitdaging oktober van Hans van Gemert.

Soms, maak ik flauwe opmerkingen omdat ik het niet kan laten de dubbelzinnigheid ergens van in te zien. Tja, nu en dan valt dat ook verkeerd.

Gelukkig is dat bij onderstaande verhaaltje verzonnen...

#schrijfuitdaging 

 

Trein

Ik voelde een schok en keek door het raam. De trein was, eerder dan ik had verwacht, in beweging gekomen.

Hoe kan dit?

Zojuist werd nog omgeroepen dat we een aanrijding met persoon hadden gehad. Ergens van iemand heb ik ooit eens gehoord dat er eerst minimaal 90% van het lichaam gevonden moet zijn.

Dat is onmogelijk na de klap die we zojuist hebben gevoeld. Het is nog maar 10 minuten geleden!

Gelukkig wordt er alweer een bericht omgeroepen: ‘We kunnen weer rijden. De aanrijding was niet met een persoon maar vermoedelijk een ree dat niet op tijd weg heeft kunnen komen.’

In gedachten moet ik even lachen. Een ree’tje. Ik heb het niet eens in de gaten, blijkbaar spreek ik het hardop uit: ‘Reed je dan zo hard?’

De conducteur die net ook onze coupe binnenkomt ziet lijkbleek en kan de humor van mijn grap niet inzien. Hij wordt boos. ‘Als je denkt dat je grappig bent heb je het verschrikkelijk mis’.

Om mij heen slikken een paar medepassagiers hun gniffel weer in. Het was niet heel goed te zien met die mondkapjes, maar toch had ik het idee dat ik weldegelijk een leuke grap had gemaakt.

Er was zelfs een man die dit gewoon hardop durfde te zeggen: ‘Ik vond het eigenlijk best grappig’.

De conducteur zinkt neer op de stoel tegenover mij. ‘het wordt mij teveel, nu is dit een ree, maar dat is echt niet altijd zo. En iedere keer weer slaat de angst mij om het hart. We moeten helpen weet je, opruimen bedoel ik.’

Als ik mij inleef in de conducteur moet ik, zonder het echt te willen toch weer een beetje gniffelen: ‘Goh’ zeg ik, ‘u bent volledig van de kaart’. De man, die het zojuist nog voor mij had opgenomen, proest het uit. Van de kaart, ja, daar zijn conducteurs voor.

Zelf heb ik al lang spijt van mijn opmerking en ondanks alle regels klop ik de conducteur even op zijn knie. ‘Sorry, ik kan mij voorstellen dat dit heel heftig is. En die opmerkingen die schieten mij als vanzelf in mijn hoofd’.

De conducteur staat op, inmiddels weer een beetje op kleur en vraagt dan naar mijn kaartje.

Ik geef het hem direct. Een mooi plastic kaartje met zo’n magneetstrip aan de achterzijde.

‘voordat u zegt dat ik geknipt ben voor mijn werk, zal ik dat zelf maar vast laten zien’ Blijkbaar heeft hij zijn tang van jaren geleden ook nog op zak en onverbiddelijk wordt er een gaatje geknipt in mijn plastic vervoersbewijs.

‘Misschien heeft u nu in de gaten wanneer je wel en wanneer je niet je mond open moet trekken’.

Ik neem mijn kaartje weer aan, ook al is deze nu volkomen waardeloos. Dan bedenk ik mij hoe ik straks door de poortjes moet komen en uit moet checken.

Zal ik dat nog aankaarten?