Ik vertrek!


Wij, de laatste 4 patiënten van de laatste kamer op de 7e verdieping, aan het einde van de gang, hadden gisteren een ruige dag.


Twee patiënten vertrokken. Wij hadden ons ontbijt net achter de kiezen toen ons werd gezegd onze spullen zo snel mogelijk in te pakken. Het enige antwoord dat we kregen was "desinfectie van de kamer". Mijn buurvrouw kon haar spullen niet inpakken. De verpleegsters gooiden het allemaal in een vuilniszak. Een drinkglas, tekening van het kleinkind, handdoeken, eten, drinken, enz.



Eén patiënt zou haar zoon in de hal ontmoeten, dus wij hebben haar spullen ook zo snel als we konden verzameld en naar buiten gedragen.


Mijn buurvrouw werd overgeheveld in een ander bed en in de gang geparkeerd.

Een andere patient en ik zaten tussen de rotzooi.
Feit is dat men ons vergeten is, uren zaten wij in de gang. Niemand legde uit wat er aan de hand was.

Ik besloot dat dit mijn laatste dag in het ziekenhuis zou zijn. Ik ga naar huis, zelfs als zou de laatste test rond middernacht zijn.

 

's Avonds om 10.00 uur waren we terug in onze kamer. Minstens 5 uur hadden wij op de gang gebivakkeerd. Iedereen was geradbraakt en ik heb de hele nacht door allergieën niet geslapen. De lakens, weliswaar schoon, waren de reden.



Toen de arts de volgende ochtend kwam heb ik gezegd dat ik vertrek.

De dagen daarvoor had ik al gezegd dat ik een enorm gebrek aan slaap heb in het ziekenhuis.  Meestal slaap ik maar 2 uur per nacht. Ook heb ik meer allergieën dan ik aankan.
Hij reageerde daarop verbaasd, kon zich niet voorstellen dat ik zo weinig slaap kreeg en dat mensen niet in een ziekenhuiskamer kunnen slapen met 5 zieke, hoestende, snurkende, van  pijn kreunende en huilende mensen die ook nog eens aan een stuk door liggen te winden.

De dokter voelde zich gekwetst (beledigd?) toen ik vertelde dat wij, zieke mensen die niet mochten vertrekken, wel minstens 5 uur in de gang waren gedumpt.

Ik probeerde uit te leggen dat het er niet om ging dat de kamer moest worden gedesinfecteerd, maar dat we niet op de hoogte waren gebracht van de gang van zaken.  Er was zelfs niet één bed beschikbaar dat we om beurten konden delen.



Mijn buurvrouw stond al die tijd verderop in de gang.

Urenlang zat ik op haar bed.  Haar vasthoudend en proberen uit te leggen wat er aan de hand was.  Niet een keer kwam een ​​verpleegster haar troosten of bood haar iets te drinken aan.

Ik denk dat de dokter het wel begreep, zoniet kwam hij tenminste rond 15:00 uur met mijn ontslagpapieren.
Hij zag er een beetje boos / gekwetst uit, maar het is zoals het is.
Het ziekenhuis geeft mij stress. 


Voordat hij vertrok, bedankte ik hem voor zijn goede zorgen en zei dat ik hem echt wel aardig vond. Hij wist niet wat hij daarop moest zeggen. 


Ik betwijfel of de laatste bloedtesten goed zijn gedaan (ze namen bloed af direct nadat wij onze spullen uit de kamer hadden gesleurd, tussen de rommel door op de gang, na een nacht niezen en niet kunnen slapen). 

(Een kind alleen thuis geeft mij ook stress.)


Nadat ik mijn spullen had gepakt, besloot ik eerst nog naar mijn buurvrouw te gaan zoeken.

Na het ontbijt hebben ze haar naar de 6e verdieping gebracht.  Over haar toeren vertrok zij. Op de 6e verdieping is ook een afdeling voor chronisch zieken.  Ik wist niet zeker of ze haar daarheen  hadden gebracht, dus gevraagd.
De verpleegster was heel vriendelijk en ik mocht even bij haar om afscheid te nemen.

Zij huilde toen zij mij zag.
Daar lag mijn lieve buurvrouw. Zij heeft een groot gevoel voor humor en ligt al minstens een maand in het ziekenhuis.  Haar hele lichaam bont en blauw. Het is aan het genezen en de vreselijke pijn die zij had is grotendeels verdwenen.

De afgelopen 4 dagen at zij zelfstandig als men haar hielp zitten in bed.
Zij was in staat om weer te praten en keek tv met ons.  Er waren twee geweldige verpleegsters die grappen met haar maakten en haar knuffelden. 

Haar nieuwe huisgenoten zijn... levende skeletten.

Ik ben daar zo van geschrokken. Ik voelde wat zij dacht:  "Dit is het eindstation, er is geen hoop meer!" Zij bleef maar huilen.

Ik vertelde haar dat ik terug zou komen om haar te bezoeken en om wat chocolade te brengen. Zij glimlachte.



Deze vrouw is niet seniel, haar geest is in orde, hoewel ze bang lijkt te zijn voor een man die haar bezoekt.  Hij staat gewoon voor haar bed en ze wil hem niet zien, niet met hem praten.



De hele weg terug naar huis dacht ik aan die levende skeletten.


Geen van de doden die ik zag, zagen er zo afschuwelijk uit. Niet meer dan botten en huid, de ogen donkere gaten.  Zij maakten geen enkel ander geluid dan af en toe een ademhaling.

Is dit wat wij humaan noemen?  Geen mens zou een dier zo laten lijden!



Ik heb boodschappen gedaan voor ik naar thuis kwam.

Daar stond zoonlief op mij te wachten. Ik vermoed dat hij daar al stond sinds het moment dat ik hem appte dat ik naar huis zou gaan.

Hij heeft het alleen gered, maar was dolgelukkig toen ik er was en bleef maar over zijn computer spelletjes praten. De wolven voelden zich nerveus en verward.


Ik heb de was gedaan en mijzelf gewassen (schoon haar, hoera!). 

We hebben daarna een klein hapje gegeten en een lijst met dingen-om-te-doen gemaakt. Deze werken wij af voordat ik weer terug moet: de chocolade kopen, het laatste cadeau voor 5 december plus een gedicht maken, de tuin, fietsen repareren, meer groenten en fruit, schrijven naar de tandarts, het uitproberen van mijn actifit armband, enz, enz.

De tijd gaat snel, vooral als er nog maar weinig van over is.  Zorg voor jezelf.

Deel je verhaal op Yoo.rs