Alzheimer: Ze wil naar huis. Nú.


Als ik de deur van de afdeling achter me sluit, loopt mijn moeder mijn kant op. Ze heeft haar jas aan, haar muts op en haar sjaal om. Ze maakt een gehaaste, gespannen indruk. Ze duwt de rolstoel van meneer S. Ze ziet me pas als we elkaar halverwege de gang treffen. Haar gezicht klaart op.

“Dag lieverd, wat fijn dat je er bent. Ik ben bijna klaar. Weet jij waar zijn jas is? We moeten zo snel mogelijk weg! Nee, ik begroet je straks wel. We moeten hier eerst weg. Ik druk je op het hart, we móeten wég!”

Ik stel voor dat we met meneer S. naar de huiskamer lopen. Daar weet vast iemand waar zijn jas is. Dat vindt ze een uitstekend plan.

In de huiskamer wordt meneer S. overgenomen door iemand van de zorg. Mijn moeder neemt me apart en fluistert: “Ze denken dat ik niet weet dat hij die van mij is. Maar nu is er niemand thuis. En ze komen zo.” Ik begrijp haar niet. Denkt ze dat meneer S. haar man is? Hij heeft wel iets weg van mijn stiefvader.

“Waarom wil je naar huis, mam?” vraag ik. Mijn moeder kijkt me verbijsterd aan. Dat ik dat nou niet snap! “De kinderen!” roept ze geïrriteerd. “Want ik wil ze toch iets geven!”.

Er gaat me een licht op. Overmorgen is het Sint Maarten. En in de rapportage las ik dat er vanochtend schoolkinderen op de afdeling zijn geweest met hun lampions. En dat mijn moeder daar zo blij van was geworden en dat ze ze allemaal een snoepje had gegeven. Kennelijk is daar iets van blijven hangen.

“Je wilt naar huis voor Sint Maarten?” probeer ik. Mijn moeder knikt. “Want anders staan ze voor een dichte deur. Want hij is er ook niet.” Ze wijst naar meneer S.

Ik denk snel na. Haar mee naar buiten nemen, het is avond, lijkt me niet handig. Ze is bang voor het donker. Naar huis is helaas geen optie. Ik sla mijn arm om haar heen en stel voor dat we eerst een mandarijn gaan eten op haar kamer. Want het is nog vroeg en de kinderen komen nog láng niet.

Als we haar kamer binnen komen, die gezellig verlicht is en waar haar lievelingsmuziek zacht speelt, zie ik mijn moeder ontspannen. “Wat heerlijk om weer thuis te zijn!” roept ze. Ze zet haar muts af, legt haar sjaal weg en vraag of ik wil helpen met de knopen van haar jas. Ze gaat tevreden in haar luie stoel zitten en vraagt hoe het met de kinderen gaat. Sint Maarten is vergeten.

Enkele jaren geleden werd er Alzheimer bij mijn moeder geconstateerd. Zij woonde toen nog thuis. Sinds 2017 schrijf ik haar ziekte van me af.

Naar de vorige blog:


Naar de volgende blog:


Alle blogs over mijn moeder: