Massamoordenaar, zie ik ze denken...


In de achteruitkijkspiegel van de auto kijkt een paar waterige blauwe ogen me aan.
De binnenhoekjes zijn rood.
Mijn neusrandjes zijn duidelijk teveel met vocht en zakdoekjes in contact gekomen.
Ik zucht, trek mijn dubbele sjaaltje half over mijn gezicht en stap uit de wagen.
De 'war-zone' in.
Gewapend met een pocketformaat desinfecterende handgel in de zak van mijn jas kan me niks overkomen, toch ?

Ik maak een winkelkarretje los en ga in de wachtrij op de parking aanschuiven.
Zeven mensen voor mij.
Valt mee.
Want in de plaatselijke Aldi gelden nieuwe regels : 15 mensen maximum.

Bij de ingang staat een potige bodyguard die de automatische schuifdeur handmatig bedient.
Hij neemt het wel erg letterlijk, die 15.
Hij wacht tot ze alle 15 buiten zijn en laat er dan 15 weer binnen.
Op de vraag van iemand waarom hij niemand eerder binnen laat, komt de reactie dat het anders moeilijk bij te houden is.
Ik begrijp niet wat daar zo moeilijk aan is, maar kom...
Hij stond duidelijk vooraan toen de spieren uitgedeeld werden en vond de wachtrij met de hersenen iets te lang.

Om zijn positie kracht bij te zetten, laat hij met de speciale sleutel bij de deur een volgende klant buiten, sluit hij opnieuw, zet zijn voeten op heupbreedte uit elkaar en steekt zijn duimen in de lussen van zijn broeksriem. Ellebogen naar buiten.

En dan voel ik het …
Wanhopig probeer ik het te negeren.
De kriebel steekt de kop op.
Ik durf mijn neus niet dichtknijpen.
Ik heb het handvat van de winkelkar vast.
Ik zie zo al die virusdingetjes over mijn handen krioelen.
Kleine bolletjes met tentakeltjes en zuignappen.
Ze lachen me uit.
Maar het is niet te omzeilen.
De binnenkant van mijn elleboog is geen goede keuze, dat weet ik.
Dit wordt geen droge niesbui.
Ik gris mijn schone, gestoomde zakdoek uit mijn jaszak, trek de sjaaltjes naar beneden en vuur een niessaldo af in de zakdoek.
Een serie van 3. Met ferm gesnotter er achteraan.
De kriebel zit ook in mijn oren en mijn keelholte. (Of zat die er daarnet ook al ?)
Ook de hoestbui is niet te onderdrukken.

De winkelkarren voor en achter me wijken uiteen.
Ik ben plots een eiland in de parkingzee.
Mensen kijken me verwijtend aan.
Zo van : “Hoor jij niet in quarantaine te zitten ?” of “Moet jij geen ratel dragen, zoals vroeger bij de pest ?” of "Paria !".
"MASSAMOORDENAAR ! ", schreeuwen ze in stilte.

Net dan komt mens nummer 15 buiten en gaat de rij haastig naar binnen.
Mijn zakdoek zit weer in mijn zak.
Mijn handgel moet me redden.
Ik neem mijn boodschappenlijstje en trotseer dapper de blikken.
In een recordtempo ben ik weer buiten. Dat kan, nu de rekken halfleeg zijn.

Ik haast me naar de auto, haal de handgel opnieuw uit en rijd sniffend naar huis., waar ik na het wegzetten van mijn boodschappen mijn handen nog maar eens grondig was met vloeibare handzeep.
Mijn huid wordt nog wat droger.

Stomme berken… !!!
Kunnen ze nu voor één jaar hun stuifmeel niet netjes onder hun eigen kruin droppen ?

Ik slik nog een anti-histamientje en klap mijn laptop open...

corona

Nog wat spontane bedenksels, in dezelfde stijl geschreven :