Oom Frits en tante Coby op wintersport


Hieraan vooraf gaat:

Het begin van deze reeks:

Op diverse verzamelplekken in het land worden reislustigen ingeladen alvorens de bus naar de beloofde sneeuwrijke gebieden afreist. Het is een lange zit, die sneeuw is toch een eindje verder dan oom Frits en tante Coby gehoopt hadden. Ook de overige weggebruikers werken niet best mee, je vraagt je af waarom er zoveel mensen tegelijkertijd naar de wintersport onderweg lijken te zijn.

Gelukkig komt er aan elke beproeving ook een eind, en dat geldt ook voor een busreis naar het winterwalhalla. En dat is maar goed ook, de laatste paar uur was het op de weg niet zo prettig meer. De aanvankelijk prettige sneeuwval was geleidelijk overgegaan in een dicht sneeuwgordijn. Straatsteentjes zijn niet meer te zien, alles is bedekt met een dik, wit tapijt waarover de bus zich voorzichtig glibberend voortploegt, zo nu en dan met een beangstigende schuiver.

Het is al donker als de vakantiegangers met hun spullen over de parkeerplaats naar het hotel schuifelen. Dat is een hele opgave, het valt niet mee om hier overeind te blijven. Als tante Coby de grond onder zich vandaan voelt schuiven grijpt ze zich vast aan de eerste de beste steunpilaar die ze kan vinden. En dus bekijken oom Frits en tante Coby even later de sneeuwbodem van dichtbij.

'Doe toch voorzichtig!' moppert Coby, 'Kijk nou wat je doet!'

Oom Frits is te druk bezig met overeind komen om op deze opmerking op passende wijze te reageren en helpt daarna zijn onfortuinlijke echtgenote ook op de benen. 'Niks beschadigd?'

'Ik geloof het niet,' meent tante na een korte inspectie.

Even later staan ze in de receptie van het hotel, geheel in natuursteen uitgevoerd en rijk versierd met wintersport- en jachttaferelen.

Ze zijn blij binnen te zijn, het is buiten inmiddels steenkoud geworden. Achter de balie staan twee hotelmedewerkers. Een heer in een lederen kostuum en een dame met een openhartige jurk, geheel volgens de landelijke dracht zoals toeristen dat verwachten. De mond van oom Frits zakt wat open bij de aanblik van zoveel rijkdom en het is een stevige por van tante Coby die hem verhindert verder te denken aan een heel ander soort bergsport.

'Goedenavond, welkom allemaal,' begroet de mannelijke hotelmedewerker hen, 'fijn dat u er allemaal bent. Goede reis gehad?' Het antwoord op deze klaarblijkelijk retorische vraag wacht hij niet af. In een recordtempo deelt hij de kamer-sleutels uit. 'Daar is de trap,' wijst hij, 'de lift is helaas defect. We wensen u een prettig verblijf. Het ontbijt is morgen tussen half 7 en 9 in de ontbijtzaal.'  

Na deze mededeling worden de lichten achter de balie gedoofd, de beide hotelmedewerkers verdwijnen in rap tempo uit beeld. De nieuwkomers staan elkaar wat bedremmeld aan te kijken. De boodschap is helder: naar de kamers en naar bed! Gezien het tijdstip en de mate van vermoeidheid overigens geen slecht idee.

Oom Frits en tante Coby hebben een kamer op de vierde verdieping en dus zeult oom Frits eerst de koffer van tante, dan die van hemzelf en vervolgens het pakketje ski's over de in natuursteen uitgevoerde trap naar boven.

Een sleutelgat ontbreekt, evenals een vertrouwde en herkenbare vorm van sleutels. Het blijkt dat ze zich met een plastic kaartje toegang kunnen verschaffen, en dat lukt al na een minuut of tien.

Als ze de kamerdeur openen strijkt oom verrast door zijn haren. Het is een kleine kamer met een stapelbed.


(c)2019 Hans van Gemert

Afbeelding: Pixabay


Deze episode uit het vakantieleven van oom Frits en tante Coby bestaat uit 560 woorden en vier keer 'steenrijk' (in delen). Het zijn dus feitelijk vier delen, alle vier passend in de 140-woorden-uitdaging:

En omdat er in deze geschiedenis eindelijk sprake is van zowel winterse vakantietaferelen als wat kinken in de kabel past deze episode dan eindelijk ook in de schrijfuitdaging van januari 2019:

Het vervolg: