Onbegonnen werk


Na een lange wandeling haast ik me naar huis. De eerste druppels beginnen te vallen en ik heb geen zin om een nat pak op te lopen.
Het is snel donker geworden. De zon is reeds achter de huizen gezakt.
In het park is het stil. Alleen het zachtjes tikken van de regen bereikt mijn oren.
Dan blijft mijn schoen ergens achter haken. Ik maak een snoekduik en het wordt zwart voor mijn ogen. Als ik bijkom ben ik drijfnat. In eerste instantie kan ik me niet bewegen. Verlamd van schrik probeer ik door een waas van sterren te kijken. Hoelang lig ik hier al?
Opeens hoor ik achter me een paar stemmen. Gelukkig! Hulp is onderweg. Ik probeer wat te zeggen, maar ik breng weinig meer voort dan een hees gefluister.
De stemmen worden harder. Twee kleine lichtbundels schieten heen en weer over het natte gras.
‘Wat een rotweer!’
‘Het moet toch gedaan worden. Weer of geen weer.’
‘Ik word er een beetje ziek van!’
‘Ja, het is geen leuk werk.’
‘Het is onbegonnen werk! De mensen leren het nooit.’
Met veel moeite til ik mijn hoofd op, maar ik zie niks. Toch hoor ik stemmen. Ben ik nou gek? Ik laat mijn hoofd weer zakken en draai kreunend op mijn linkerzij. Nat gras kriebelt mijn oor.
De twee lampjes wiebelen in de duisternis. Daarachter ontwaar ik twee kleine kereltjes met twee kleine kruiwagentjes. Ik moet even knipperen met mijn ogen. Zie ik nu echt twee #kabouters voorbijkomen?
Ze stoppen bij een hoge struik.
‘Dat wordt klimmen,’ zegt de een.
‘Bekijk het even,’ roept de ander.
Vanonder zijn jasje vist hij een hengel tevoorschijn en terwijl de ander hem bij schijnt, haalt hij behendig zijn vangst naar beneden.
Stampvoetend perst hij de kartonnen verpakking plat tot het niet veel groter is dan een luciferdoosje. Met een achteloos gebaar werpt hij het vervolgens in zijn kruiwagen.
De tweede heeft intussen niet stilgezeten. Ook zijn kruiwagen wordt gevuld met allerlei verpakkingen en plastic.
Ademloos kijk ik toe.
Daarna lopen ze weer verder. De twee kleine lichtbundels verdwijnen langzaam in de duisternis.
Na enige tijd weet ik mij weer op te trekken. Met een hoofd vol indrukken loop ik terug naar huis.


kabouters