NIET ALLEDAAGSE NAMEN


#namen #

Voornamen en achternamen op Curacao

Achternamen

Dat een groot deel van de bevolking op ons eiland familienamen draagt die op de rest van de wereld op zijn zachtst gezegd 'merkwaardig' overkomen, is bekend bij een ieder die met meer dan 3 Curazoleno's heeft kennisgemaakt. De oorzaak van dit fenomeen is minder bekend.

Slaven

In de tijd van de slavernij hadden mensen die eigendom van een ander waren, geen achternaam. Niet geheel onlogisch: wie de juridische status van een stuk vee of een huisdier heeft, draagt (met uitzondering van raskatten en -honden) normaliter geen familienaam. De geboorte van een kind van een slavin (huwelijken tussen slaven werden niet toegestaan en ongeacht of de vader een slaaf dan wel een vrij man was, had het kind de status van slaaf) werd door de slaveneigenaar geregistreerd in diens administratie als zoon/dochter van.. (voornaam van de moeder).

Burgerlijke Stand

Toen in 1863 de slavernij werd afgeschaft, moesten de voormalige slaven worden ingeschreven in de registers van de Burgerlijke stand: met familienaam.

In andere landen werden voor dit administratieve probleem simpeler oplossingen bedacht: Bij voorbeeld in de USA kregen de voormalige slaven de familienaam van hun laatste eigenaar.

Wie de film “Roots' heeft gezien, herinnert zich mogelijk de scene, waarin de nazaat van Kunta Kinte op bezoek gaat bij de achterkleinzoon van de plantagehouder bij wie zijn voorouders op de katoenvelden zwoegden. Ze hebben dezelfde achternaam: Haley, wat de gastheer de vraag ontlokt 'Zijn wij misschien familie?' De schrijver van het verhaal, Alex Haley, achter-achterkleinzoon van Kunta Kinte, antwoordt rustig: 'Het lijkt mij waarschijnlijker dat uw familie de mijne in eigendom had.'

In de toenmalige Nederlandse kolonieen werden de ex-slaven opgeroepen zich te melden bij het stadhuis, een familienaam te kiezen en zich daar te laten registreren. In Suriname werd er massaal gehoor aan gegeven: wie geen naam kon bedenken, kon een plaats aanwijzen op de grote landkaart van Nederland, die in de raadszaal onder het portret van Willem III prijkte. Het wemelt daar dan ook van mensen met namen als Leerdam, Kamperveen, Amstelveen etc.

Op Curacao woonden de afstammelingen van een koppig soort slaven. De slavenmarkt werd hier gehouden en vanuit het hele continent kwamen plantagehouders hier hun inkopen doen. De slaven die zich bij gevangneming, aan boord van de slavenschepen en ook bij aankomst het heftigst hadden verzet, vertoonden doorgaans verwondingen en de kopers hadden een voorkeur voor ongeschonden koopwaar. Degenen die, na het sluiten van de markt als 'onverkoopbaar' overbleven, werden voor een 'zacht prijsje' aan de locale plantagehouders gesleten. De afstammelingen van deze vechtersbazen weigerden in 1863 massaal zich te laten registreren.

Er restte de koloniale overheid niets anders dan de slavenregisters van de plantagehouders te integreren in de Burgerlijke Stand. Het tussenvoegsel 'zoon/dochter van' werd weggelaten en de voormalige slaven kregen als familienaam de voornaam van hun moeder. Als gevolg hiervan dragen veel mensen op Curacao familienamen die vrouwenvoornamen zijn: Martina, Martha, Paula, Rosa, Lucia, etc.

Voornamen

Evenals in NL, bedenken ouders voor hun kinderen tegenwoordig 'ongebruikelijke' voornamen. De tijd dat kinderen werden vernoemd naar grootouders, ooms/tantes etc. is ook bij ons voorbij. Zelf ben ik vernoemd naar de oudtante die mijn beide ouders,73 jaar geleden, aan elkaar voorstelde en ik moet toegeven dat ik, vooral in mijn tienerjaren, niet optimaal tevreden was met mijn 'traditionele, ouderwetse' voornamen.

De wonderlijkste naam die ik tegenkwam was die van een dame die zich voorstelde met een naam die klonk als 'Oeznavi'. Ze was genoemd naar een groot schip, vertelde ze trots; haar moeder had de naam destijds direct opgeschreven om geen spelfouten te maken. Op mijn belangstellende vraag hoe haar naam dan werd gespeld, toonde ze haar ID. Ik heb mijn lachen weten in te houden. Zij bleek te zijn vernoemd naar een schip van de Amerikaanse marine; daar staat altijd met grote letters op 'USNAVY'.

In de tijd dat mevrouw Rina Penso (een goede vriendin van mijn moeder zaliger) hoofd van de Burgerlijke Stand was, zou zoiets niet zijn toegelaten.

Mevrouw Penso had de gewoonte om bij een dergelijke geboorte-aangifte zich in postuur te zetten en met haar ver-dragende stem (zij was destijds in haar vrije tijd succesvol bij het amateurtoneel en werd later beroepsactrice) te roepen: 'Nee meneer! Dat is geen naam, dat kan ik niet toestaan!'

Zo wist zij bij voorbeeld een jonge vader ervan te overtuigen dat de naam van het medicijn dat zijn vrouw, kort na de bevalling kreeg toegediend, niet als voornaam voor zijn dochter kon dienen. Behulpzaam en creatief als mevrouw Penso gewoonlijk was, kwam zij direct met een alternatief: Het kind werd ingeschreven met de voornaam 'Adeline' in plaats van 'Adrenaline'.

Ook de Chinese consul die zijn pasgeboren tweeling de namen van 2 steden op hun geboorte-eiland wilde geven, liet zich door haar overtuigen: Geen 'Willemstad' en 'Emmastad', maar de jongen 'Willem' en het meisje 'Emma' (nee meneer, beslist niet andersom!')

Helaas was mevrouw Penso met vakantie, toen Gwenette Martha in 1974 werd geboren. De ouders hadden hun zoon Gwynedd willen noemen: een respectabele Welshe voornaam met de betekenis 'de gezegende'. De dienstdoende hulpambtenaar spelde wat hij meende te horen en Gwynedd werd ingeschreven als Gwenette.

De moeder van Gwynedd, meende dat het, gezien de toenemende criminaliteit op Curacao, beter voor de opvoeding van haar zoons zou zijn om naar Nederland te verhuizen. Een misvatting die de arme moeder duur zou komen te staan.

Op een school in Amsterdam-Zuid, waar (in tegenstelling tot bij voorbeeld de Bijlmer) destijds geen tot nauwelijks allochtonen woonden, kon je er als zwart kind, met een 'rare' voornaam en een 'gekke' achternaam op wachten om gepest te worden.

Vanzelfsprekend belandt bij lange na niet iedereen die op school werd getreiterd, in de criminaliteit, maar de drempel naar een omgeving waar je wel op waarde wordt geschat en respect en waardering geniet, zal mogelijk net iets lager zijn.

Zou Gwynedd een respectabele burger zijn geworden en wellicht nog leven, als zijn ouders bij zijn geboorte-aangifte beter hadden opgelet, de hulpambtenaar een namenboekje had geraadpleegd, als mevrouw Penso niet toevallig met vakantie was geweest? Gwynedd kwam terecht in de Amsterdamse onderwereld en vond in 2014, doorzeefd met 80 kogels de dood: Hij was veertig...

Er zijn gelukkig ook positieve meldingen met betrekking tot 'anders geschreven' voornamen: De Yoorsie die mij aanraadde een blog te schrijven over namen, zal het volgende zeker weten te waarderen:

Kennissen van mij werden na 3 zoons, verblijd met de geboorte van een dochter. Het was een moeilijke bevalling die bijna aan moeder en kind het leven kostte, maar dankzij een kordate vrouwelijke arts uit NL liep het toch nog goed af.

'Dokter, ik wil mijn dochter naar u vernoemen, mag ik weten wat uw voornaam is?' Aangezien de Nederlandse voornaam van de arts mogelijk zou 'vloeken' met de Spaanse achternaam van het gezin, werd in onderling overleg besloten de voornaam te 'verspaansen'. Achttien jaar later ging Marialena in Nederland studeren. Binnen de kortste keren werd haar Spaanse voornaam 'vernederlandst'. Uiteindelijk heet ze dus toch net als de dokter: Marjolein!