Zoals elke ochtend


Het is maandagochtend, 7:23uur.

De trein die me naar mijn werk moet brengen rijdt voor op spoor 12. Zoals altijd haast ik me om als een van de eersten de deuren te openen en naar binnen te gaan. Snel links af, naar mijn favoriete zitplaats bij het raam. Ik heb geluk, er zit nog niemand.

Als de trein zich twee minuten later in de richting van Utrecht in beweging zet, zit ik met mijn neus tegen het raam gedrukt op de uitkijk. Ik tel de seconden af. 5,4, 3, 2, 1, en…

Precies op tijd rolt de trein uit Utrecht het station binnen. Ademloos scan ik de gezichten die langzaam voorbijkomen. Sinds ik haar twee weken geleden voor het eerst heb gezien, kruisen onze blikken elkaar elke dag. Het is twee, drie seconden, meer is het niet, want dan spoeden onze treinen zich in verschillende richtingen uiteen. Ja, ze zit er weer, ook voor het raam. Haar ogen zien me, ik zie de hare. Onze monden krullen zich in een zwakke glimlach. Nog één oogopslag, ééntje maar. Ik kan niet wachten tot de volgende ochtend.


(c)2020 Hans van Gemert

Afbeelding: Pixabay

Dit verhaal is geschreven in het kader van de #100dagen, dag 6: