K*nker Kanker deel I


In het najaar van 2018 begon ik te merken dat ik minder fit was. Nu was ik niet het schoolvoorbeeld van een fitte meid, maar ik ging toch wat achteruit qua conditie. Ik merkte dat mijn voeten opgezet waren. Het was de nasleep van een zeer warme zomer. En ik dacht dat ik daardoor meer vocht vasthield. Maar langzaam werden mijn onderbenen ook dikker. Het trok helemaal tot aan mijn bovenrug en borstkas. Ik was helemaal opgezwollen. Als ik wakker werd dan ging het wel, maar in de loop van de dag werd het erger. Ik kon bijna geen trappen meer lopen en zat eigenlijk vermoeid en hijgend op de bank. Mijn vader maakte zich zorgen en ik probeerde met ademhalingsoefeningen tot rust te komen, maar niets hielp. Eindelijk durfde ik naar de huisarts te gaan. Eenmaal daar aangekomen zag ik dat ze schrok van mijn verschijning. Ik was enorm opgezet en gespannen. Mijn ademhaling heel hoog en snel. Ze wilde bloed laten prikken. En stuurde mij naar het ziekenhuis. De volgende dag moest ik me melden bij de dokter. Ze wist het nog niet zeker, maar het was niet goed. Nog een keer bloed laten prikken en voor een borstonderzoek, want ze hebben iets gevonden. Samen met Brigitte (bestie for ever) ging ik in 1 dag een hele rits met afspraken af in het ziekenhuis. Een mammogram, een scan, een punctie, de hele malle molen ging ik door. Binnen een paar dagen zou ik de uitslag krijgen. Ik moest toch nog een keer bloed prikken en dit keer duurde het wel erg lang voor ik weer weg mocht. Na twee en half uur kwam er een dokter binnen. Ze zei, we gaan je opnemen. Het gaat niet goed met je hart. Je nieren functioneren niet goed. We maken ons zorgen om het vocht wat je vasthoud. En we hebben kanker geconstateerd. Mocht er nu wat gebeuren met je, dan gaan we niet reanimeren, want dat heeft geen zin meer. Wie wil je bellen? Dan staat je wereld wel even stil. Ik belde Brigitte en vroeg of zij mij naar Hoofddorp wilde brengen. Binnen een half uren waren zij en Sharon er. Mijn vader gebeld en proberen uit te leggen dat hij zich geen zorgen moet maken. Aangekomen in Hoofddorp word ik ontvangen door een lieve verpleegkundige. Ze stelt me op mijn gemak en brengt mij naar een kamer. Ik kruip in het bed en er wordt een infuus aangebracht. Morgen krijg je onderzoeken dus rust maar uit. Als iedereen weg is huil ik mezelf in slaap. Dit is allemaal veel te veel om te bevatten en ik weet niet wat ik hier allemaal mee aan moet.


De onderzoeken gaan van start. Ik word in mijn bed door het ziekenhuis gereden. Ik ga naar de cardioloog, De verpleegkundigen leggen allerlei plakkertjes op me. Een van hun loopt weg en komt terug met de cardioloog. Hij kijkt en zegt, mevrouw het gaat niet goed met u. Uw hartslag is zo hoog, het lijkt wel of u een marathon aan het lopen bent. We brengen u naar de intensive care . Nog geen twintig minuten lig ik op de IC met allerlei infusen en metertjes. Ik kan geen kant op. De zusters van de afdeling oncologie brengen mijn spullen en beloven mijn kamer voorlopig vrij te houden. Ik voel me verloren. Ik heb geen controle meer over wat er met mij gebeurd. En alles wat de doktoren vertellen lukt me maar niet om op te slaan. Ik krijg een katheter en als enige uitlaatklep word ik daar ontzettend boos over. Ik maak een stampij omdat ik het niet wil en er vooral niet op vertrouw. De verpleegkundige blijft rustig en legt keer op keer uit dat het ok is. Ik geef het op. De volgende dag bied ik mijn excuus aan. Maar dat hoeft niet, ze begrijpt het.


Na drie dagen mag ik weer naar de afdeling oncologie. De verpleegkundigen verwelkomen mij weer terug. Gek genoeg voel ik me op mijn gemak. Ik mag een beetje bijkomen. Voor zo ver dat mogelijk is, want iedere ochtend wordt er bloed geprikt en moet ik een beetje bewegen. Maar ik voel me erg slap. De zaalarts komt binnen en vertelt mij dat mijn bloedwaarden niet goed is. Dat zou zo rond de 7 moeten zijn, maar bij mij is dat 2. Het verklaart waarom ik af en toe gewoon out ga. En gesprekken gewoon niet kan volgen. Ik krijg extra bloed. Uiteindelijk zal ik 14 zakken bloed in totaal krijgen. In eerste instantie helpt het extra bloed niet goed. Ze denken dat ik ergens bloed verlies. Een nieuw onderzoek, dit keer van mijn maag. Ik mag voorlopig niet eten, dus ben niet in mijn beste humeur. Aan het einde van de middag word ik naar het onderzoek gereden. De verpleegkundige daar legt uit dat ik ten alle tijden kan blijven ademen. Het zal niet lang duren, maar ik moet vooral rustig blijven. Ik krijg een plastic rondje in mijn mond. De dokter zegt, we gaan beginnen. En voor ik het goed en wel doorheb ramt ze een soort van tentstok in mijn keel en zegt dat ik rustig moet blijven en moet slikken! Ik vraag me af of ze ooit zelf dit heeft gevoeld. Ik raakte compleet in paniek. Het enige wat ik wil is die stok er uit. Rustig, rustig mevrouw. Gewoon door de neus ademen. Ze moet blij zijn dat ik niet bij haar kan komen, want ik ben woest. Ik wil dat het afgelopen is en wel nu. Ik probeer om me heen te slaan en duidelijk te maken dat ik er klaar mee ben, maar de dokter gaat onverstoorbaar door. Na wat voor mij een uur lijkt, haalt ze eindelijk de stok uit mijn keel. Ik ben volledig in shock. Ik heb ook geen idee wat ze heeft gedaan en of ze iets hebben gevonden. De rest van de dag ben ik niet te spreken en boos op iedereen. De verpleegkundige van de avond praat met mij en krijgt me weer wat rustiger. Ze vertelt dat ze een gaatje hebben gevonden in mijn maag en dat is nu geniet. Dus nu zal het extra bloed wel helpen.


Een paar dagen later, als ik weer gesommeerd ben om meer te bewegen, loop ik naar het einde van de gang. Ik beweeg me traag voort met mijn rollator. Ik zie een krijtbord met daarop een lunchmenu. Ik schuifel naar binnen en sta ik een gezellige ruimte. Een vrolijke dame komt op me af en heet me van harte welkom. Ga lekker zitten. Wil je thee? Ja, lekker. Ik heb nog iets lekkers voor je, ga maar zitten. Ik krijg een yogurtje met nootjes en vruchten en een stukje taart! Ik waan me in een oase! Wat is dit voor plek!? Blijkbaar is dat speciaal voor de mensen met kanker. Een gezellige plek waar je even s.amen kan komen met lotgenoten, onder het genot van een hapje en een drankje! Ik ga hier nooit meer weg. Terwijl ik even een fijn momentje heb komt er een verpleegkundige binnen. Mevrouw Beverwijk! Ik heb het hele ziekenhuis afgezocht naar u. U moet wel even melden waar u bent. U moet naar de afdeling dermatologie. We gaan uw benen in zwachtelen. Verdomme! Ben ik net af van die mensen die mij aan- en uitkleden en wassen. Heb ik net weer wat zelfstandigheid, wordt het weer afgepakt omdat ik ingezwachteld word. Mokkend loop ik mee en een uur later heb ik twee witte onderbenen. Ik ben weer chagrijnig en besluit demonstratief in mijn bed te blijven liggen.


Op dinsdag komt het hele team altijd langs, de zaalarts, de oncoloog, co-assistenten, iedereen die iets met mijn verzorging te maken heeft is er. De oncoloog voert het woord. Mevrouw begrijpt u wat er allemaal aan de hand is? Nee, niet helemaal. Ze begint, uw hart is niet goed. U krijgt daar medicijnen voor, want hij pompt het bloed niet goed rond. Is dat een familiekwaal? Weet ik niet, ik ben geadopteerd. Oh ok. Het gaat ook niet goed met uw nieren. Ze functioneren nog maar voor 20%. Dat moeten we ook goed in de gaten gaan houden. En u heeft borstkanker. Het is uitgezaaid in uw botten. Er komt geen operatie of chemo. We starten met hormoontherapie en willen op die manier de tumor kleiner maken en de uitzaaiingen stoppen. Ok, zeg ik verslagen. Het is allemaal erg veel, maar we gaan goed voor u zorgen. Als u vragen heeft laat het mij dan weten. Het hele gezelschap vertrekt weer. Ik blijf beduusd achter. Ik weet even niet hoe ik dit allemaal moet verwerken.
Deel 2 volgt snel...