Onder het wantrouwen ligt de angst.


Een citaat uit een artikel van het NRC, maakt een belangrijk onderdeel uit van dit blog.

Via deze link kun je daarnaartoe, maar ik zal er ook een stuk uit citeren. Je kan immers  niet onbeperkt gratis hun artikelen lezen. Toch vind ik het belangrijk dat het onder de aandacht komt, natuurlijk. Ook zal ik er nog wat andere blogs bij zetten, die hetzelfde thema behandelen. 

Het is een onderwerp dat mij na aan het hart ligt en ik heb daar dan ook een eigen blogger voor gemaakt, waar ik, in de vorm van columns (meestal) dingen benadruk of uitleg. Liefst sla ik ze met hun eigen woorden om de oren. Echter nog veel liever zou ik zien dat kinderen goed worden opgevangen en begeleidt.

 
 

Citaat: Jo-Ann, een tengere vrouw van 33 met Rotterdamse tongval, lang sluik haar en getatoeëerde armen, is een goede moeder die leeft voor haar kinderen. Daar zijn alle hulpverleners het over eens. Toch gaat jeugdzorg zich steeds meer met haar leven bemoeien. De reden: ze wordt regelmatig door haar ex in elkaar geslagen. En tikken krijgen waar je kinderen bij zijn is kindermishandeling. Ze moet dat vermijden, heeft een medewerker van meldpunt Veilig Thuis haar gezegd.

Als het op 3 augustus 2018 voor de zesde keer gebeurt, krijgt ze te horen dat ze hulp móet accepteren. Ze ervaart dat als een dreigement: doe je niet wat we zeggen, dan pakken we je kinderen af.

Veilig Thuis, Jeugdbescherming, de Raad voor de Kinderbescherming, de gemeente én de kinderrechter vinden dat Jo-Ann te weinig doet om mishandeling te voorkomen. Hulpverleners zien overal signalen dat ze contact houdt met haar ex. Zo wilde Jo-Ann een wijkagent niet binnenlaten, die daarop „het vermoeden” rapporteerde dat ze haar ex in huis verborg. Er hangen wat foto’s aan de muur van haar ex samen met haar kinderen, een dochter van zes maanden en een van twee jaar. 

Een ander „zorgelijk” teken is dat ze geen aangifte tegen haar ex heeft gedaan. Het staat allemaal in een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming. „Gedwongen hulpverlening is noodzakelijk om moeder in beweging te zetten.” 

„Hier heb je ze.” Jo-Ann legt vier aangiften tegen haar ex op haar koffietafel. Over de twee foto’s van haar ex met de kinderen: „Ik hield van hem, en hij is hun vader.” En die wijkagent? Een van de vele mensen die er op uit is haar te vertellen wat ze verkeerd doet, die laat ze echt niet binnen.

Haar jeugdbeschermer – de ‘regisseur’ van de zorg die ouders en kinderen verplicht via de rechter krijgen opgelegd – verwijt Jo-Ann ook dat ze hulp mijdt. Dat stempel wil je niet: hulpverleners zien het als teken dat er iets aan de hand is. Maar er is helemaal geen hulp aangeboden, erkent de jeugdbeschermer in hetzelfde raadsonderzoek. Voor één hulptraject was het geld op, een ander traject had een wachttijd van drie maanden.

 
 
Net op 8 maart (Vrouwendag) zie ik ineens dit bericht: Over Yvonne.


 

Blog

 

IK ZWIJG NIET